Opinie Bewaar

'Nederlands geweld in Indië vraagt om een onderzoek'

'Nederlands geweld in Indië vraagt om een onderzoek'
© Archiefbeeld Verzetsmuseum Amsterdam

Het is tijd voor onderzoek naar wreedheden begaan door Nederlanders in Nederlands-Indië, zei Thom Hoffman gisteravond bij de opening van de tentoonstelling 'Koloniale oorlog 1945-1949' in het Verzetsmuseum. Een verkorte weergave van zijn toespraak, werd vandaag afgedrukt in Het Parool.

We hebben eenige huizen in de hens gestoken en kerels ge-kopschot

Thom Hoffman

is acteur en fotograaf en nauw betrokken bij de oprichting van een beeldbank met foto's uit Nederlands-Indië.

'Beste Pappie en Mamma,' schrijft de soldaat, over de strijd tegen de rebellen. 'Je hebt zeker wel in de gaten dat ik lang al in de tropen zit he? Een beetje tropenkolder, kan de beste gebeuren.(...) Straks moet ik mee op nachtpatrouille. De patrouille van gisteravond is op een mijn gelopen, of liever, op een bom, die de ploppers, gelukkig te vroeg, voor de wagen aftrokken. Nou gaat deze jongen vanavond weer mee, ploppertjes opsporen in het donker en ze even om zeep helpen. Vanochtend hebben we even wraak genomen voor die bom. We gaan van het standpunt uit, dat de kampong-lui absoluut moeten afweten als er een bom gelegd is. Dus hebben we weer eenige huizen in de hens gestoken en kerels ge-kopschot. (...) Vroeger was ik erg sentimenteel wat dat betreft maar het is tegenwoordig zoon vuiligheid dat ik tegenwoordig ook al huizen in brand kan steken e.d.'

Dit 'Luchtpostblad' is te zien in het Verzetsmuseum als triest sluitstuk van de tentoonstelling 'Koloniale oorlog, gewenste en ongewenste beelden'. Onderzoeker Louis Zweers en het Niod hebben bijzondere documenten opgespoord die op zolders lagen te verstoffen of lang door de militaire censuur waren tegengehouden, en die een scherper licht geven op wat bijna vijftig jaar 'Politionele acties' heette, maar langzamerhand aan een nieuwe benaming toe is. Of 'koloniale oorlog' de juiste is, is de vraag, want de aanduiding van dit specifieke tijdvak ontbreekt.

Expansiepolitiek
Wie de militaire archieven van Nederlands-Indië bestudeert, ziet dat koloniale oorlog gedurende de hele negentiende eeuw onderdeel was van de expansiepolitiek om de gehele Indische archipel onder Nederlands gezag te krijgen.

Het bekendste voorbeeld is Van Heutsz die Atjeh met 40.000 manschappen 'pacificeerde'. De foto's te Baté Ilië laten het aangevoerde marinegeschut zien, imposante kanonnen gericht op de hutten van rebellen. Een andere foto, aan te treffen in archieven van Bronbeek, is die van de manschappen die uitkijken over de uitgemoorde fortificatie.
Hier doel ik niet op de bekende foto's van H.M. Neeb van de 561 uitgemoorde Gajo's door Van Daalen uit 1904, maar op de krijgsresultaten van Van Heutsz van 3 februari 1901, episch gefotografeerd door C. Nieuwenhuis, onder de titel 'Baté Iliq in Brand'. De verovering en overgave van Atjeh zou het huwelijksgeschenk van de legeraanvoerder aan de jonge Wilhelmina en prins Hendrik zijn.

Rook die opstijgt uit de kampong ontneemt ons het zicht op de soldaten van Van Heutsz' bataljon. Naar goed gebruik werd de kampong geheel in de hens gezet, als teken voor de wijde omgeving wie er de baas was. Van Heutsz werd alom gehuldigd en schopte het tot gouverneur-generaal. In de jaren dertig van de vorige eeuw werden zijn standbeelden het object van bewondering door NSB'ers. Het platbranden van veroverde kampongs wordt ook beschreven door Multatuli, aan het slot van zijn beroemde Saïdjah en Adinda-verhaal. 'Op zekere dag dat de opstandelingen waren geslagen doolde hij rond in een dorp dat pas veroverd was door het Nederlandse leger en dus in brand stond.'

'Dus'
Over het woordje 'dus' is Multatuli heel wat aangevallen. Ten onrechte. In 'Neerlands heldenfeiten' uit 1876 van A.J.A. Gerlach staat naast een waslijst van militaire expedities naar buitengewesten waar het gezag moet worden hersteld, de terugkerende discussie over het 'tuchtigen' van opstandige gebieden. Generaal Van Swieten is er tegenstander van omdat het gouvernementsdoel, stabiliteit brengen, juist niet wordt bereikt met wreedheid.

Van Swieten schrijft: 'Slecht men eene versterkte kampong niet, die met het bloed onze soldaten genomen is, dan voldoet men niet aan den eischen van den oorlog, zeggen de voorstanders der ruwe en barbaarsche oorlogsvoering...,' of: 'elke kampong waar nog tegenstand wordt geboden moet te vuur en te zwaard verwoest worden...'

Je vraagt je af
Hij gaat verder: 'Wel, de voorstanders kunnen juichen. Om die afschuwelijke daden te verbloemen leest men in de rapporten niet van verbranden van kampongs; men noemt het nu 'tuchtigen', dat niet anders is dan de euphemistische uitdrukking voor verbranden van huizen, verwoesten der oogsten, en omkappen der vruchtboomen.'

Het is een realiteit die niet ver afligt van de beschrijvingen uit de soldatenbrief in het Verzetsmuseum. Het tot in 1949 hardnekkig toepassen van primitieve methodes, zoals het in de hens zetten van kampongs en 'kopschotten', door onze brengers van vrede en orde, doet je afvragen waarom met onderzoek gewacht wordt.

Wilt u reageren? Scroll dan (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.