Opinie Bewaar

''Nashville' vernietigt kinderen'

Vasthouden aan de Bijbel dwingt tot afkeer van de eigen identiteit
Vasthouden aan de Bijbel dwingt tot afkeer van de eigen identiteit © Getty Images

In de Nashvilleverklaring zit veel meer dan de ophef waar het nu over gaat, zegt Roelof ten Napel. Er zijn groepen die hun kinderen opvoeden met een verminkte houding ten opzichte van hun lichaam.

De maatschappelijke discussie over 'Nashville' ontsteeg nauwelijks het niveau van ophef en ontspoorde van meet af aan. De oorzaak is het onopgemerkte verschil tussen het Amerikaanse, vertaalde deel van de verklaring, en het Nederlandse ­naschrift.

Het eerste erkent in feite helemaal niet zoiets als homoseksualiteit of transgenderisme, er is hoogstens een 'langdurig patroon' van immorele verlangens. Het tweede spreekt ineens weer over een 'seksuele ­gerichtheid'.

Geen van de discussiërende groepen leek dat verschil op te merken. Vandaar dat Eva ­Jinek dacht dat de verklaring suggereert dat homoseksualiteit te genezen is (hoewel je niet hoeft te genezen wat niet bestaat), terwijl Kees van der Staaij beweerde dat het 'doden van verlangens' iets anders is dan het veranderen van je seksuele gerichtheid - de partijen praten langs het onopgemerkte verschil heen.

De kern van het Amerikaanse standpunt is: het is zondig een queer-identiteit aan te nemen, en het is zondig daarover van mening te verschillen. De Nederlandse aanhangers beweren daarentegen dat er een gesprek gaande moet blijven. Zelfs de afkeurende christenen vonden het document vooral pastoraal onverantwoord, niet inhoudelijk.

Zelfverloochening
Het meest kwalijk is de passage in het naschrift die homoseksualiteit en transgenderisme verbreedt naar een 'zondige gerichtheid' in het algemeen. Iedereen is zondig van aard, staat er. 'Strijden tegen de zonde betekent daarom altijd zelfverloochening' - daarin ben je als homoseksueel of transgender niet bijzonder. Als je dus het gevoel hebt jezelf te verwonden in de strijd met je seksualiteit of genderidentiteit, dan klopt dat - dan ben je goed op weg.

Roelof ten ­Napel

Wiskundige, dichter en schrijver

De Nashvilletekst is niets nieuws. Het verschijnen ervan herinnert slechts aan levende opvattingen. Maxim Februari sloeg daarom in NRC de spijker op zijn kop: 'Je houdt je hart vast voor de kinderen die in deze kring opgroeien, en voor wie de 'vreugdevolle gehoorzaamheid aan Christus' vooral bestaat uit een zwart zondebesef rondom hun lichamelijkheid.'

Ik was zo'n kind. Mijn vader is predikant in de Nederlands gereformeerde kerken, ik ben inmiddels ongelovig, in een fijne relatie met mijn vriend. Er zijn nog steeds zulke kinderen. Het enige wat ik tijdens de ophef kon denken was: en zij dan? Zij zijn niet gekwetst, zoals het bij discussies 'wat je nog mag zeggen' of 'waarover je grappen mag maken' altijd te snel gaat over wie daardoor gekwetst zou zijn. 

Nee, strenggelovige homoseksuele en transgenderjongeren groeien op met opvattingen die ze een verhoogde kans geven zichzelf te willen vernietigen. Dat is het probleem. Een groep in onze maatschappij voedt kinderen op met een verminkte houding ten opzichte van hun eigen lichaam, hun seksualiteit, hun sekse. 

We geven bepaalde groepen de ruimte wetenschappelijke feiten terzijde te schuiven en te vervangen door de gedachte dat God altijd 'voldoende kracht geeft aan gelovigen die zich tot seksuele zonden aangetrokken voelen om een leven in heiliging te leven'.

Marteltuig
Die term, 'voldoende', is kwalijk. Als het je dus niet lukt je van je seksuele verlangens te onthouden, als het je niet lukt jezelf 'gewoon' als vrouw of man te zien, dan ligt dat, uiteindelijk, aan jou. Dat is het marteltuig dat de streng­christelijke wereld heeft uitgedacht. Iedereen is zondig en moet zichzelf verloochenen, en lukt dat niet, dan schiet jij tekort, niet God.

Als je gestopt bent jezelf te vernielen, gestopt bent te strijden tegen iets dat - biologisch, genetisch - een onderdeel van je is, dan verzaak je jezelf te verloochenen, kies je voor zonde, en heb je Gods kracht afgewezen. Die suggestie is desastreus als je gevraagd wordt te vechten tegen iets wat niet weg zal gaan.

Toen God mijn verlangens niet wegnam, bad ik of ik dan sterven mocht

Toen God mijn verlangens niet wegnam, bad ik hem een aantal maanden lang of ik dan sterven mocht, in mijn slaap, zodat ik het zelf niet hoefde te doen. Een aantal maanden lang, dag in, dag uit. God, het is genoeg zo. Laat het alsjeblieft ophouden - ofwel de verlangens, ofwel mijn leven. Wat op hetzelfde neerkomt.

Hoe kon ik zoiets bidden? Omdat mij iets ontnomen was. Omdat het vlees, het lichaam, aan de kant staat van de zonde, en de geest aan de kant van God; en omdat mijn gevoel voor zelfbehoud verbonden was aan een zelfbegrip voorbij mijn lichaam, voorbij mijn leven. Ik kon zoiets bidden omdat mij was geleerd dat het lichaam verloochend moest worden. De stem die roept 'ik wil niet dood' moest genegeerd. 

Begrijp me niet verkeerd, niemand heeft me ooit geleerd dat homo's dood moeten of mogen. Maar de strengchristelijke wereld kent een afkeer van het eigen lichaam die, in het uiterste geval, leidt tot suïcidaliteit.

'Als dan uw rechteroog u doet struikelen, ruk het uit en werp het van u weg, want het is beter voor u dat een van uw lichaamsdelen te gronde gaat en niet heel uw lichaam in de hel geworpen wordt' (Mattheüs 5:29).

En als het eens niet gaat over een rechteroog, maar een heel lichaam? Beter het vuur voor je lichaam dan de verdoemenis voor je ziel. Toen ik uit de kast kwam, schreef mijn moeder dat ze haar plaats in de hemel voor mij zou willen opgeven.

Voor de een komt dat moment in zijn jeugd, voor de ander wellicht na een huwelijk en een aantal kinderen

De maatschappelijke discussie zou moeten gaan over de vraag of we instituten en gemeenschappen willen die hun kinderen isoleren en opvoeden met zulke opvattingen. Zodat, op het moment dat je zelf het onderwerp van die opvattingen blijkt, je amper bestand bent tegen je eigen afwijzing. Dat heeft niets te maken met wat je mag zeggen, met wie er gekwetst zijn, met al die oppervlakkige verontwaardiging. 

Het gaat om kinderen die stelselmatig worden opgevoed met potentiële zelfdestructiviteit, die van meet af aan worden opgevoed met een aangetast besef van zelfwaarde, met een gebrek aan gevoel voor zelfbehoud. Het gaat erom welk effect dat heeft op de levens van die kinderen, wanneer er een moment komt dat er meer van ze gevraagd wordt dan ze aankunnen.

Pijn, verdriet, eenzaamheid
Voor de een komt dat moment in zijn jeugd, voor de ander wellicht na een huwelijk en een aantal kinderen. Er zullen vast ook gevallen zijn die het hun hele leven 'aankunnen' - zij het met veel pijn, verdriet, eenzaamheid. Het gaat er al met al om hoeveel ruimte we in onze maatschappij willen creëren voor groepen met afwijkende opvattingen, als de prijs van die opvattingen te tellen is in aangetaste mensenlevens.

Het gaat niet om gevoelens, maar bijvoorbeeld over het bestaan van expliciet religieuze politieke partijen, of over het bestaan van bijzonder onderwijs, dat kinderen isoleert en confronteert met een verzameling denkbeelden die zijn afgestemd op instituten die er geen kwaad in zien wetenschappelijke feiten opzij te schuiven als die niet stroken met hun wereldbeeld.

Of ik gekwetst ben? Natuurlijk. Maar dat is mijn zaak. De maatschappij heeft een belangrijkere taak te vervullen.