Opinie Bewaar

'Misschien heb ik je wel nooit zo goed begrepen als nu je dood bent'

Roos Schlikker
Roos Schlikker © Oof Verschuren

"Ik heb je in een koffer gestopt."

"Mooi is dat."

"Ik vond het ding onderaan jouw trap. Oud. Gebutst. Bekrast."

"Ha! Dat past me wel. Oud. Gebutst. Bekrast. En onderaan een trap gevonden."

"Niet grappig."

"Ah joh. Inmiddels wel, toch? En ik heb nu één voordeel. Ik krijg geen rimpels meer. Heb je mijn crèmepjes nog bewaard?"

"Ik gebruik ze niet. Ik kan je nog niet over mijn gezicht smeren."

"Wel doen. Zonde om weg te gooien."

"Jij zit dus in dat koffertje. Jouw bijbel, poesie­albums, een rare pasfoto, briefjes. Overal in jouw huis vond ik met potlood beschreven papiertjes. Hele en halve gedachtes. Ik veegde ze bij elkaar. Dat is wat er van ons overblijft. Een koffertje. O, en de volgekriebelde schriften die je twee jaar geleden door de bus deed."

"Die hoefde je toch niet te bewaren? Het ging zo slecht toen."

"Ook dat was jij."

"Wat schreef ik?"

"Geen idee. Je staat al maanden in mijn werkkamer. Ik durf je niet open te maken."

"Dat ik nog eens een doos van Pandora zou worden."

"Ik vond je een wandelende doos van Pandora. Alle dagen met jou waren een verrassing."

Samen zouden we langs belangrijke plekken uit jouw wereld gaan om erachter te komen hoe je het volhield

"Soms was ik heel gelukkig hoor."

"Weet je nog? Dat we een boek zouden maken? Samen zouden we langs belangrijke plekken uit jouw wereld gaan om erachter te komen hoe je het volhield; altijd maar doen of je normaal was. De gekte buiten de deur duwen. Een leven lang verhullen. Ik zou jou alles vragen."

"Dat mocht je ook. Wij hebben altijd gepraat. Er waren geen stiltes tussen ons."

"Maar toen ging je dood."

"Toen ging ik dood."

"En nu zit je in een koffertje."

"Lieverd? Hoe gaat het eigenlijk met jou?"

"..."

"Nou?"

"Ik, eh, voel me geen plastic zak meer. Een tasje dat uit iemands handen is gewaaid en daarna weken door de stad cirkelt. Het ene moment zeilt het langs de huizen, sterk, stabiel, dan belandt het in een plas, een voet vertrapt het. Steeds als ik dacht: 'het gaat', ging ik onderuit."

"Je lijkt mij wel."

"Twee plastic tasjes. Misschien heb ik je wel nooit zo goed begrepen als nu je dood bent."

"Ach, Roosje."

"Je bent uit mijn handen gewaaid."

"Ik ben niet echt weg. Ik zit in jouw koffer."

"Nu maak ik het boek alleen. En onze reis. Die ook."

"Open dat gebutste ding dan maar eens."

"Ja. Hé mam. Mag ik met je blijven praten?"

"Wij laten nooit stiltes vallen."

"Nee. De stilte. Ze mag niet vallen. Blijf alsjeblieft met me praten. Jij mag nooit meer vallen."

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.