Opinie Bewaar

'Maak gelijke kansen de prioriteit'

De stad segregeert verder, vreest Rutger Groot Wassink
De stad segregeert verder, vreest Rutger Groot Wassink © Getty Images

De groeiende ongelijkheid is voor Rutger Groot Wassink de sociale kwestie van deze tijd en hét thema van de verkiezingen.

Het gemeentebestuur van D66/VVD/SP beloofde aan het begin van zijn bestuursperiode  'ieder kind de beste kansen'. Dat klinkt natuurlijk prachtig. Want er is geen mens die niet vindt dat kinderen ongeacht hun achtergrond of afkomst gelijke kansen verdienen. Toch doet de frase potsierlijk aan en is het eerder een bezweringsformule gebleken dan een daadkrachtig politiek streven.

Uit berichtgeving in deze krant vorige week blijkt dat in de Amsterdamse praktijk van kansengelijkheid geen sprake is. Sterker, er zijn juist enorme verschillen in de mogelijkheden die kinderen krijgen om zichzelf te ontwikkelen. En daarmee is de kans op maatschappelijk succes in bijvoorbeeld opleiding en werk allesbehalve eerlijk verdeeld.

Dat is niet alleen slecht voor de kinderen die er mee te maken krijgen, het bedreigt de stad als zodanig omdat het bevolkingsgroepen verdeelt en tegen elkaar opzet. Als we de kansen van sommige kinderen niet drastisch verbeteren, verdiept de bestaande ongelijkheid tussen verschillende groepen dusdanig dat we ons de vraag moeten stellen wat het 'samen' in samenleving nog echt betekent.

Kinderen die het beste scoren, gaan naar de beste scholen met de beste leraren

Groeiende ongelijkheid is dé sociale kwestie van onze tijd, hét thema van de komende verkiezingen en wat mij betreft dé prioriteit van een toekomstige stadsbestuur.    

Dubbele achterstand
De vorige week gepubliceerde cijfers van de Amsterdamse Rekenkamer ten aanzien van de effectiviteit van het armoedebeleid zijn ronduit schokkend. Kort gezegd: kinderen van hoogopgeleide, witte, werkende ouders hebben een grote kans om zonder vertraging hun schooldiploma (67 procent) te halen. Zijn ouders laagopgeleid en werkloos dan vermindert die kans snel (54 procent).

Als ouders dan ook nog een niet-westerse migratieachtergrond hebben haalt nog maar 35 procent van de kinderen zonder problemen de eindstreep. Het opleidings- en inkomensniveau van ouders speelt dus een grote rol in het succes van hun kinderen. Het hebben van een laag inkomen (wat vaak samenhangt met een laag opleidingsniveau) en een niet-westerse migratieachtergrond zet kinderen op een dubbele achterstand.

Dat is op zichzelf al een zorgwekkende constatering. Maar in combinatie met het gegeven dat onderadvisering bij het verlaten van de basisschool juist bij deze groepen vaker voorkomt, verscherpt de ongelijkheid verder. De enorme segregatie neemt vooral een vlucht in het voortgezet onderwijs.

Ruimtelijke dimensie
Een kwart van de scholen heeft vrijwel uitsluitend leerlingen van hoogopgeleide ouders. Op vier van de tien heeft meer dan tachtig procent laag opgeleide vaders en moeders. En slechts acht van de circa zestig middelbare scholen in de stad zijn gemengd. De kinderen die het beste scoren gaan naar de beste scholen met de beste leraren.

Deze totaal uit het lood geslagen verdeling illustreert de toegenomen segregatie tussen opleidingsniveaus die al eerder door het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) in het rapport Gescheiden werelden? werd geproblematiseerd. Kinderen met verschillende achtergronden ­komen steeds minder met elkaar in contact; op school maar ook in de buurt.

Ontwikkelingen op de woningmarkt maken buurten eenvormiger in samenstelling, bijvoorbeeld door de ­verkoop van sociale huurwoningen en de doorgeslagen prijzengekte die zorgt voor een afname van betaalbare huisvesting. Segregatie heeft steeds nadrukkelijker een ruimtelijke dimensie. De stad dreigt erdoor te fragmenteren. 

Radicaal verbeteren
Ik wil dat de hele stad voor iedereen toegankelijk blijft en dat mensen (kinderen!) met verschillende achtergronden elkaar blijven ontmoeten. Omdat die verbondenheid een cruciale voorwaarde is voor sociale samenhang en leefbaarheid. Omdat eenheid ons allen verrijkt waar  verdeeldheid ons vergiftigt. Dat ontmoeten en die verbondenheid kunnen alleen bestaan als we er in slagen de kansen van kinderen radicaal te verbeteren. Niet alleen omdat zij de stad van morgen vorm zullen geven maar vooral omdat zij het verdienen om het maximale uit zichzelf te halen.

Dit vergt een andere aanpak van de overheid op tal van terreinen. Op de woningmarkt, om buurten gemengd te houden, maar ook ten aanzien van de inkomenspositie van ouders. Denk aan een veel betere en bredere aanpak van schulden, een effectiever armoedebeleid dat veel ­beter kijkt naar wat de kansen van kinderen uit minimagezinnen vergroot.

Een grotere inzet op het wegwerken van ­achterstand met voorschoolse educatie en een grotere investering in achterstandenbeleid van scholen (waar het rijk blijft bezuinigen).  Onderadvisering moet keihard worden aangepakt en doorstroming (stapelen!) moet makkelijker zijn. Ongelijkheid begint op de basisschool. En moet daar bij de wortel worden aangepakt. Dat betekent ook meer investeren in scholen die geen eclatant succes zijn. In leraren, in gebouwen en faciliteiten.     

Het meritocratische ideaal, waarin iedereen kansen krijgt en je het wel redt als je je best maar doet, is failliet. Als we echt willen dat Amsterdam ongedeeld is, dan zullen we de kansen van kinderen eerlijker moeten verdelen en ongelijkheid moeten bestrijden. Als de stad van een emancipatiemachine in een sorteerfaciliteit verandert, verliest Amsterdam zijn ziel.