Opinie Bewaar

'Maak de Bijlmer tot symbool van ideale stad'

Gevarieerde nieuwbouw in de E-buurt in de Bijlmer.
Gevarieerde nieuwbouw in de E-buurt in de Bijlmer. © Eva Plevier

De vijftigste verjaardag van de Bijlmer wordt groots gevierd. Volgens Ellen van Dalen moet deze kans grijpen om alsnog te veranderen in het nieuwe Utopia.

Het is 2007. Als verslaggever van stadszender AT5 word ik op pad gestuurd naar hartje Bijlmer, de H-buurt. Ik maak een verslag over de Hopi Boys, een bende die leefde rond de flat Hoptille en die zichzelf verrijkt via louche praktijken, erkennen de leden. Hosselen, noemt de leider dat, gnuivend voor zijn ­rode sportwagen. Voor de camera gooien de jongens euforisch euro's de lucht in. Zij heersen hier, dat is duidelijk. We leggen het vast.

Twee jaar geleden werd het filmpje op You­Tube gezet en inmiddels is het de best bekeken video van AT5, met meer dan 800.000 views. Ik zou er als journalist trots op moeten zijn, maar ben het niet. Want, zo besef ik nu, ik liet het beeld zien van de Bijlmer dat we eigenlijk altijd brachten en dat ik dus ik alleen maar bevestigde: dat van een verloederd en hopeloos stadsdeel. Niks nieuws dus.

We zijn tien jaar verder. Of de Hopi Boys nog bestaan, ik weet het niet. Ik heb ze niet meer ­gezien. Ik woon niet meer aan de Herengracht, zoals toen, maar in hartje Bijlmer. Sinds anderhalf jaar. Min of meer noodgedwongen, moet ik bekennen. Een gevolg van gentrificatie.

Hier koop je nog een huis van over de honderd vierkante meter met een grote tuin, waar je tien minuten rijden verderop meer dan het dubbele voor moet neerleggen. Het voelde bijna als pionieren, want geen van mijn vrienden woont in de buurt.

Het is niet de bedoeling dat nutellawinkels de lokale toko's verdringen

Ellen van Dalen

Eerste bakfiets
In de anderhalf jaar dat ik hier nu woon, zie ik de samenstelling van de buurt langzaam veranderen. Door brexit en de overspannen woningmarkt komen er meer expats, studenten en gezinnen uit bijvoorbeeld De Pijp en West deze kant op. De eerste bakfiets is gesignaleerd. Ook de kwalitatief goede middelbare school OSB trekt mensen uit de hele stad en de regio aan.

Hoe verschillend ook, één ding lijken we gemeen te hebben: als je hier woont, word je vanzelf een 'Bijlmer believer', een naam die nog een beetje verwijst naar de droom van toen, in 1975. De Bijlmer zou het nieuwe Utopia van Amsterdam zijn. Tijdens de aftrap van de viering vijftig jaar Bijlmer in No Limit vertelde architect Pi de Bruijn eind november dat hij destijds vanuit Londen naar de Bijlmer verhuisde, omdat hij echt geloofde dat dit de ideale stad was.

Het is de afgelopen dagen al vaak gezegd: door gebrek aan voorzieningen trokken mensen weg. De leegstand leidde tot illegale bewoning en een ideale plek om drugs te dealen. Ook De Bruijn keerde de wijk de rug toe, zwaar gedesillusioneerd.

Nog steeds is de armoede aanwezig. Maar er is ook veel veranderd. Het is een wijk met potentie, waar je om half zeven 's ochtends met horden mensen bij de bushalte staat. Onderweg naar hun werk. Een wijk waar mensen vooral op zondag gekleed gaan in originele en kleurige combinaties. Een modeblad zou er zijn vingers bij aflikken. Hier wonen creatieve mensen. En niet alleen in de flats Florijn en Kleiburg.

De Bijlmer wint prestigieuze prijzen voor de architectuur, en bij World of Food eet je spijzen die je nog niet kende voor een bedrag waar je ­elders in de stad alleen bij Febo terechtkunt.

En mijn buren? Het rijtje bestaat uit van alles en nog wat, zoals het in een grote stad hoort. Kortom, het is goed toeven in de Bijlmer.

De Bijlmer het nieuwe Utopia? Ja, maar dan zoals het ook echt bedoeld is

Ellen van Dalen

Lekkere olijfolie
En toch mis ik nog wel het een en ander en dat heb ik gemeld tijdens het debat in No Limit. Al die leegstand en belwinkels: kan een van die ruimtes niet plaatsmaken voor een winkel of pop-up met lekkere olijfolie, diverse kaasjes, wijn of thee? En een kroegje waar je overdag ­lekker kan zitten werken of kan lunchen? Nu moet ik daar steevast minimaal 25 minuten voor fietsen.

De discussie die zich in No Limit ontspon, was interessant. De 'eerste' bewoners begonnen te steigeren. Als je een Amsterdamse kroeg hierheen zou halen, zou de ziel uit De Bijlmer verdwijnen. Wat is die ziel dan? werd gevraagd. Een duidelijk antwoord was er niet.

Ik denk dat die ziel vooral zit in het multiculturele, het 'Bims'-gevoel: een ziel met vele ­kleuren, een dynamische, veelzijdige wijk die zich kenmerkt door haar mix en tegenstellingen. En in zo'n wijk zou je dat allemaal in de ­publieke ruimte en de winkels moeten terugzien.

Ik begrijp de angst wel: niemand wil een winkelcentrum waar de nutellawinkels en coffee­corners ineens de lokale toko's overnemen, zoals in het Centrum en ook een beetje in Noord en Oost het geval is. Daar is niemand op uit, ­behalve ondernemers. Hoe voorkom je dat?

Mijns inziens kunnen we juist lessen leren van andere stadsdelen die ons recent zijn voorgegaan met hun transitie. Het stadsdeelbestuur zou het voortouw moeten nemen. Laat niet de markt zomaar haar gang gaan, maar ga nu al met oude en nieuwe bewoners en bedrijven om de tafel zitten om te bepreken hoe je een zo aangenaam mogelijk klimaat kan creëren om te wonen, werken en leven.

De Bijlmer het nieuwe Utopia? Ja, maar dan zoals het ook echt bedoeld is. Een plek als symbool van de hedendaagse stad. Een stad die veiligheid en ruimte biedt aan arm en rijk, aan mensen die geen Hopi meer willen zijn, aan kleine en grote zelfstandigen en aan de hipster die ook van roti houdt. Laten we die kans nu pakken, voor het te laat is.