Theodor Holman © Wolff

'Kijk mij eens moedig zijn. Ik trap tegen een beeld!'

Ik zag gisteren volwassen Amerikanen vol woede tegen een beeld trappen van een of andere schavuit. Vermoedelijk een rechtse klootzak of zoiets.

Het beeld lag al, totaal verbogen, op de grond. Toch moest ertegen geschopt en gescholden worden. Met een hysterie waar ik van schrok.

Het beeld leek er minder van onder de indruk dan ik.

Het vreemde was dat, na de eerste schop, er andere mensen kwamen - redelijk hoogopgeleid hoorde ik later - die ook tegen het beeld gingen schoppen.

Wat had ik daar graag als verslaggever gestaan. "Waarom trapt u tegen dat beeld?"

Dat men een beeld weg wil hebben, begrijp ik. Als aan het begin van deze straat een beeld van Arthur Seyss-Inquart ­(Stannern, 22 juli 1892­Neurenberg, 16 oktober 1946, Rijkscommissaris van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog) zou hebben gestaan omdat die hier in de buurt woonde, dan zou ik dat beeld ook niet graag zien. Ik zou protesteren en alles doen om het weg te krijgen.

Maar als dat beeld weggehaald werd, zou ik er toch niet tegen trappen.

Ik zou dat heel kinderachtig van mezelf ­vinden. Dat trappen is totaal zinloos. Je laat er hoogstens iets mee zien dat iedereen al weet, namelijk dat je de afgebeelde persoon weerzinwekkend vindt.

Je ziet het vaak: er is een dictator, die wordt afgezet en dan gaat een deel van de bevolking tegen elke beeltenis - of het nu een foto, een tekening of een beeld is - trappen, slaan of spugen. Wat ik helemaal vreemd vond, was dat het een beeld betrof van iemand die al meer dan honderd jaar dood is.

Het is het betonen van stoer heldendom dat bestaat uit lucht, bijna zuur van hypo­crisie. Je doet iets tegen een beeld waarvoor je in het echt te laf was. 'Kijk mij eens moedig zijn. Ik trap tegen een beeld!'

Dat anderen dat meteen ook gaan doen, is omdat ze volgens mij opeens beseffen dat ze niet zo moedig zijn geweest op de momenten dat het moest.

Waarom irriteert het me eigenlijk?

Dat het buitengewoon primitief is, vind ik niet zo erg, maar dat je begrijpt dat min of meer goed onderwijs niet helpt ­tegen lafheid en kinderachtige voodoo, is droevig.

Je denkt toch dat kennis het juiste volwassen gedrag ontwikkelt. Het tegendeel blijkt elke dag.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief

Reageren? t.holman@parool.nl

Trappen tegen een beeld is iets doen waarvoor je in het echt te laf was