Opinie Bewaar

'Inspreken blijft een noodzakelijk kwaad'

'Inspreken blijft een noodzakelijk kwaad'
© ANP

Jan van Ophuijsen en Els van Diggelen van Vereniging Duurzaam Mobiel ­Amsterdam reageren op Michiel Couzy's column over de stortvloed aan insprekers bij het politieke debat.

In zijn artikel 'Druk bij de microfoon voor insprekers' in Het Parool van 29 september schrijft Michiel Couzy dat het politieke debat door 'een stortvloed aan insprekers' - onlangs 45 bij de Commissie Ruimtelijke Ordening (RO) - niet op gang komt en dat politici na de tiende inspreker al de dringende behoefte krijgen om wat vaker op hun telefoon te kijken. Voor raadsleden zou dit 'niet meer te doen' zijn. Een heikele kwestie, stelt Couzy. 'Welke politicus durft het aan om te pleiten voor minder inspraak?'

Pleiten voor minder inspraak? Mogen wij het misschien omdraaien: is dit voor de insprekers eigenlijk nog wel te doen? Jammer dat Couzy vorige week niet een van onze elf insprekers heeft aangesproken bij de ­commissievergadering RO. Dan hadden wij hem verteld wat hier de ­'heikele kwestie' is.

Wij staan daar toch niet voor de lol? Inspreken blijft een noodzakelijk kwaad en het meest tijdrovend en frustrerend voor de insprekers, zolang er geen meer gelijkwaardige wijze van inbreng is gevonden. Insprekers krijgen van commissieleden nooit antwoorden op hun vragen, maar andersom wel.

Martelgang
De drukte bij de microfoon zou, zo stelt Couzy, ironisch genoeg te ­maken hebben met de afkalving van de lokale democratie doordat de stadsdelen zijn ontmanteld. Gemeente­bestuur en raad hebben de macht naar zich toegetrokken en daarmee zichzelf de 'martelgang' van tientallen boze of bezorgde burgers naar de Stopera op de hals gehaald. Geen wonder hoor, die dringende behoefte van de geplaagde bestuurders om wat vaker op de telefoon te kijken.

Wie heeft hier het recht van een martelgang te spreken?

Het moet hun goed doen, zo veel begrip en sympathie van de pers, tegenover het ongerief van al die inspreektijd elke keer, soms bij elkaar opgeteld meer dan anderhalf uur. Maar wie heeft hier het recht van een martelgang te spreken?

Toch in de eerste plaats degenen die in hun vrije tijd, onbezoldigd en zonder ambtelijke ondersteuning, in steeds maar twee of drie minuten proberen recht te zetten wat krom is en wat haast onstuitbaar misgaat, onder meer doordat de spreekwoordelijke ogen en oren van de stad al jaren wegkeken of Oost-Indisch doof waren?

Feilloos
Duoraadslid Hélène de Bruine (ChristenUnie) legt in een tweet van vorige week de vinger feilloos op de zere plek: 'We moeten vooral niet inwoners weren uit de Stopera. De reden dat er wordt ingesproken is dat bewonersparticipatie, communicatie, besluitvorming en procesbegeleiding in stad en stadsdelen niet op orde is.' Beter kunnen wij het niet zeggen.

Ten slotte nog een observatie en een dringend beroep van achter de inspreekmicrofoon: beste burgemeester, wethouders en raad, het zal met die participatie niet goed komen zolang insprekers wel vragen van commissieleden krijgen, maar noch raad noch college ooit één vraag hoeft te beantwoorden van een inspreker.

Jan van Ophuijsen, Els van Diggelen, Vereniging Duurzaam Mobiel ­Amsterdam