Opinie Bewaar

'Ik kan niet twee mensen tegelijk zijn'

Femke van der Laan
Femke van der Laan © Oof Verschuren

We spelen een spelletje. Met z'n vieren. Ik had het tevoorschijn gehaald: "Iemand zin?" Ze hadden zin.

Ze gingen zitten, schoven hun stoelen aan en begonnen met sorteren. We hadden het al lang niet meer gespeeld, maar zonder aarzeling maakten hun vingers stapels. Speelkaarten bij speelkaarten, geldkaarten bij geldkaarten. En daarna kleinere stapels: tientjes bij de tientjes, vijftigjes bij de vijftigjes.

Vingers met een geheugen. Er werd geschud en gedeeld en we lieten het lot bepalen wie mocht beginnen. Daarna met de klok mee, zei ik nog, en met mijn vinger draaide ik een cirkeltje. Ze keken niet eens. Ze weten wat de tijd doet.

Er wordt niet snel gespeeld. Iedereen neemt de tijd om na te denken. Telkens als ik niet aan de beurt ben, kijk ik naar mijn medespelers. Ze bieden, betalen, incasseren, maar ik probeer te zien wat daarachter gebeurt.

Ik krijg weleens de vraag wat ik nu doe. Eigenlijk.

Papa probeerde altijd geld te geven onder tafel

"Wat doe je nu eigenlijk?" Dan heb ik het over schrijven. Woorden, zinnen, hoofdstukken. Ik zou moeten zeggen dat ik kijk. "Ik kijk nu eigenlijk." Ik kijk naar drie kinderen, dat is wat ik doe. Ik kijk of het goed gaat. Of het goed blijft gaan. Ik probeer te zien wat er nodig is om ze op de rails te houden. Een zetje links, een duwtje rechts.

"Papa probeerde altijd geld te geven onder tafel." De middelste telt haar kaarten. Na een ronde of acht is duidelijk dat haar zus er stukken beter voor staat. Er was altijd iemand die dat oploste. Het weer rechttrok. "Ja, of hij telde expres verkeerd."

Ik tel ook mijn geld. Het is veel. Als ik niets doe, ben ik straks de winnaar. Ik moet nu degene zijn die de dingen oplost. Die het verschil rechttrekt.

Met mijn linkerhand pak ik wat kaarten en leg ze op mijn schoot. Een tikje met mijn voet en ik zou ze aan de middelste kunnen geven. Het verschil rechttrekken. Zijn rol overnemen. Ik kijk naar haar. Mijn linkerhand brengt de kaarten weer van mijn schoot naar het stapeltje. Zo gaat het niet. Ze zou het maar raar vinden: ik ben niet de ouder die haar laat winnen met een spelletje.

In de rondes die volgen, probeer ik het op een andere manier. Op zoek naar het midden tussen hem en mij. Iets minder scherp bieden, iets slordiger tellen. Iets makkelijker met bedtijden, iets strenger over school, iets geduldiger, iets ongeruster. Dingen oplossen, het verschil rechttrekken. Een zetje links, een duwtje rechts. Op de rails zetten.

Kaarten gaan van de ene naar de andere hand, maar haar stapel wordt niet groter. En die van mij niet kleiner.

Uiteindelijk win ik toch. Ik kan niet twee mensen tegelijk zijn.

Femke van der Laan (39) schrijft wekelijks over haar leven in de stad na de dood van haar echtgenoot Eberhard, de burgemeester van Amsterdam die op 5 oktober 2017 overleed.