Opinie Bewaar

'Ik ben alleen, maar zo voelt het niet'

James Worthy
James Worthy © Agata Nowicka

Ze wil nog niet naar huis, maar een personeelslid van het nachtcafé in de Handboogstraat zegt tegen haar dat ze gaan sluiten. Ze is nog niet klaar voor thuis. Thuis is het stil. Zo stil dat je er alleen maar kunt nadenken. Thuis is voor haar daar waar de problemen nooit slapen.

"Kan ik niet nog wat langer blijven? Ik help wel met schoonmaken. Waar staan de emmers?" vraagt ze.

"Ga lekker naar huis. Morgen is er weer een nacht," zegt de barman.

In de garderobe hangt nog maar één jas, dus hoeft ze niet haar nummertje aan het meisje achter de balie te geven. Haar spijkerjasje ruikt naar de jongen van gisteren. Ze loopt naar buiten.

De straat staat vol met mensen die nog niet naar huis willen gaan. Geschreeuw van jongens die een vecht­partij aan het uitstellen zijn. Ze willen helemaal niet vechten, maar ze willen ook niet dat het stil is.

Het meisje zoekt naar haar fiets. Een donkerblauwe damesfiets, maar in de nacht is donkerblauw ook ­gewoon zwart.

"Ben je ook je fiets kwijt?" vraagt een jongen.

"Ik denk het wel."

"Hoe ziet je fiets eruit?"

Ze pakt haar telefoon en zoekt in haar foto's naar een foto van haar fiets. Op een foto die ze op 11 mei heeft ­gemaakt, staat haar fiets. De foto is om 22.15 uur genomen. Locatie: Handboogstraat.

De jongen kijkt naar de foto, loopt in de richting van een kluwen fietsen en zucht.

"Ik kan je wel naar huis brengen, hoor," zegt hij.

"Maar ik wil nog niet naar huis."

Ik heb niets tegen dichters, maar eenzaamheid hoort bij hun vak

"Wat wil je dan gaan doen? Alles is dicht."

"Ik wil gewoon echt niet naar huis," herhaalt ze.

"Misschien kunnen we een stukje gaan lopen? Wil je dat? Durf je dat?"

"Durf ik wat?"

"Durf je een stukje met mij te lopen? We leven in een gekke wereld. Je hoeft alleen maar de krant open te slaan. Alle diersoorten sterven uit en alle mannen zijn klootzakken."

"Ik ben niet bang voor je, hoor. Jij moet bang voor mij zijn," zegt het meisje, terwijl ze de Heiligeweg in lopen.

"Maar waarom wil je eigenlijk niet naar huis?"

"Er hangt een gekke sfeer. Alle kamers lijken iets van me te verwachten. Iets wat ik ze niet kan geven. Ooit woonde ik er samen met iemand, en dat wil het huis weer. In mijn eentje ben ik niet genoeg of zo. Ben jij alleen?"

"Ja, ik ben alleen, maar zo voelt het niet."

"Hoe voelt het dan?" vraagt ze.

"Ook alleen ben ik iemand. Het is niet zo heel erg om in je eentje wakker te worden. Richard Brautigan schreef er ooit een gedicht over. It's so nice to wake up in the morning. All alone. And not have to tell somebody you love them when you don't love them any more."

"Maar iedereen heeft iemand. Al mijn vriendinnen, mijn zussen, de hele straat. Ik heb niets tegen dichters, maar eenzaamheid hoort bij hun vak. Alleen zijn hoort niet bij mij."

"Wat doe je morgen? Misschien kunnen we samen ­alleen zijn?"

"Daar zijn we toch al mee bezig? Het is al morgen," lacht ze.

Dan vraagt ze of ze zijn telefoon even mag gebruiken en met zijn telefoon maakt ze een foto van zichzelf.

"Deze foto is voor als je me kwijt bent."

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl