Opinie Bewaar

'Hebben studenten op de UvA écht inspraak? Nee'

Bezetting van het Maagdenhuis in februari 2015.
Bezetting van het Maagdenhuis in februari 2015. © Amaury Miller

De opheffing van studentenpartij De De­centralen bewijst volgens Josef Früchtl, hoogleraar filosofie van kunst en cultuur aan de UvA, dat medezeggenschap aan de universiteit een wassen neus is.

Het is drie jaar geleden dat aan de Universiteit van Amsterdam forse protesten ontstonden.

Een paar weken lang was het bezette Maagdenhuis daadwerkelijk een vrije universiteit waar mensen bijeenkwamen om te discussiëren, colleges te geven, naar gastlezingen te luisteren en 's avonds een film te kijken of muziek te maken.

Er heerste een sfeer van engagement, solidariteit en productieve energie die je doorgaans bij je universiteit niet tegenkomt. De utopie van een universiteit van bottom-up was er weer, het idee van een fundamenteel democratische en decentrale universiteit.

Van dit idee is vandaag de dag slechts een netjes gekleurde verliesvorm over. Dit is de reden waarom de grootste studentenpartij van de UvA, De Decentralen, zich heeft opgeheven.

In een brief op poten schreven ze vorige week waarom ze het meedoen aan de zogeheten medezeggenschap als een 'ondankbare rotklus' zien.

Het enige motief om toch mee te doen was volgens hen om alles iets minder snel achteruit te laten gaan.

Ditjes en datjes
De studenten hebben helemaal gelijk. De medezeggenschap van de ondernemings- en studentenraden is sinds 2015 hier en daar een beetje versterkt: in het college van bestuur (cvb) zit nu een 'studentassessor'  van wie je verder niets hoort en bij benoemingen van decanen worden de raden 'nauwer betrokken'.

En dat is het dan. Je mag een beetje meer meepraten over ditjes en datjes, maar als het om de echt belangrijke dingen gaat, heb je meestal alleen adviesrecht en niet echt iets te zeggen.

De echt belangrijke  kwesties gaan over vragen als: mogen wij als afdeling of opleiding zelf beslissen wat het best voor ons is? Mogen we over het geld dat we binnenhalen zelf beslissen? Mogen we de afdelingsvoorzitter zelf benoemen?

Mogen we zelf beslissen wie we willen aanstellen en bevorderen? Mogen we zelf beslissen welke colleges we willen aanbieden? Het antwoord op elke vraag is op dit moment: nee.

Top-down
De bestuursstructuur - in het Engels new governance - dwingt ons om het beleidsplan van ­anderen over te nemen; van het betreffende college, de Graduate School, de onderzoeksdirecteur van de faculteit, de directeur van het betreffende onderzoeksinstituut en uiteindelijk de decaan met de directeur bedrijfsvoering op de achtergrond. En bovenaan troont het college van bestuur.

Als de verantwoordelijke personen aardig zijn, valt het enigszins mee. Maar de structuur is duidelijk top-down. De kleinste organisatorische eenheden zijn hun autonomie kwijt.

Het oude principe van de subsidiariteit - draag de eigen verantwoordelijkheid pas over aan een grotere eenheid als je zelf niet in staat bent om een probleem op te lossen - is slechts een vage herinnering.

Desoriëntatie
De mensen op de werkvloer zijn de regie kwijt geraakt en voelen zich min of meer deel van een kolossale machine die steeds sneller aan het draaien is. De zucht 'Dit is niet meer mijn universiteit' vat het goed samen.

Wat de situatie nog onbegrijpelijker maakt is het feit dat een groot gedeelte van de leden die in de raden zitten zelf niet eisend optreedt. Ze vragen niet eens om instemmingsrecht, laat staan dat ze het proberen af te dwingen.

Je mag meepraten over ditjes en datjes, maar hebt over belangrijke dingen alleen adviesrecht

In de sociaal-psychologie is dit een bekend probleem. In zijn boek Escape From Freedom (1941) wilde bijvoorbeeld Erich Fromm begrijpen waarom mensen in de jaren 1920 en 1930 bang waren voor de vrijheid en zich in bijna heel Europa overgaven aan totalitaire regimes.

Volgens hem vluchten mensen naar een autoritaire, destructieve of conformistische levensvorm, omdat ze vrijheid als een bedreiging voelen, als een zwart gat van desoriëntatie.

Vrijheid is dus niet zo maar lekker. Je moet moed hebben, anders ben je niet geschikt voor dit goede en gevaarlijke doel.

We moeten niet bang zijn voor democratische vrijheid. Het is maar een schrikbeeld dat soms wordt geschetst door bestuursbobo's, die er stevige belangen bij hebben om ons angst aan te jagen.

Soms komt onze angst voor medezeggenschap echter ook voort uit een kinderachtige vrees voor de eigen vrijheid, die leidt tot conformisme. Dat is onterecht. Democratische vrijheid, in eerste instantie als bedreiging beschouwd, raakt uiteindelijk iedereen en zal dus de enige winnaar zijn.

Lees ook: Wat is de opbrengst van de bezetting van het Maagdenhuis?