Opinie Bewaar

'Halsema heeft gelijk: zelf afweging maken bij wetten'

Toeristen uit de Arabische wereld, onder wie een vrouw in boerka, bij het Paleis op de Dam.
Toeristen uit de Arabische wereld, onder wie een vrouw in boerka, bij het Paleis op de Dam. © Elmer van der Marel

­­­Landelijke wetgeving zou meer rekening moeten houden met lokale context, betogen promovendus Eva van Vugt en universitair docent Gert-Jan Leenknegt over de discussie over het boerkaverbod.

De discussie over het boerka­verbod heeft een nieuwe impuls gekregen: burgemeester Halsema heeft aangegeven het verbod niet te zullen handhaven, omdat ze 'het zó niet bij onze stad' vindt passen. Vanwege de 'schaarse inzet van politie' heeft handhaving van het boerkaverbod geen prioriteit.

Haagse politici reageerden misnoegd: de stellingname van Halsema werd 'ongepast en prematuur' genoemd, en de wet zou voor iedereen gelden. Moet Halsema zich inderdaad naar de landelijke wetgeving schikken?

Eind juni stemde de Eerste Kamer in met de Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding. Deze wet criminaliseert boerkadraagsters: wanneer vrouwen een boerka dragen in het openbaar vervoer, onderwijsinstellingen, zorginstellingen en overheidsinstellingen, zijn zij strafbaar.

De wet is nog niet in werking getreden; de verantwoordelijke minister wil eerst met lokale autoriteiten afstemmen hoe de handhaving van het verbod gaat plaatsvinden.

Zodra de wet in werking treedt, geldt zij inderdaad voor iedereen - óók voor burgemeester Halsema. Dat betekent overigens vooral dat Halsema geen boerka mag dragen in publieke ruimtes, omdat zij zich dan schuldig zou maken aan een strafbaar feit.

De wet creëert daarentegen geen gebonden bevoegdheid voor de burgemeester om boerkadraagsters door politiemensen uit de bus te laten halen en te bestraffen.

Prioriteiten stellen
In beginsel moet het bestuur optreden tegen wetsovertredingen. Deze 'beginselplicht tot handhaving' betekent niet dat wetten altijd en overal moeten worden gehandhaafd.

Daarvoor beschikt het bestuur simpelweg over te weinig capaciteit (het 'handhavingstekort'). Op lokaal niveau mag het bestuur prioriteiten stellen in het handhavingsbeleid. Zo is het oprollen van hennepkwekerijen minder belangrijk in een gemeente die vooral met illegale vuurwerkhandel kampt.

In Amsterdam zal de bestrijding van drugs­gerelateerde criminaliteit en geweldpleging op de openbare weg dringender zijn dan het bestraffen van een vrouw die met boerka de bus instapt. De buschauffeur die dan zijn bus stilzet om de overtreedster door de politie te laten aanhouden, zal veel geduld moeten hebben.

Uniforme toepassing van landelijk geldende wetgeving is bovendien onrealistisch, gelet op de verschillen tussen stedelijke en niet-stedelijke samenlevingen.

Steden als Amsterdam en Rotterdam lijken wat betreft de pluriformiteit van hun bevolking en de 'dichtheid' van hun leefruimte meer op Parijs en New York dan op gemeenten als Cuijk, Meerssen of Smallingerland. Botsingen tussen leefstijlen en levensovertuigingen van verschillende groepen burgers doen zich in grote steden dagelijks voor.

De besturen van dergelijke steden maken daarom eigen afwegingen ten aanzien van de bescherming van fundamentele rechten. Bij de vaststelling van landelijk geldende wetgeving zou meer rekening moeten worden gehouden met de verschillende maatschappelijke contexten waarbinnen die wetgeving moet worden gehandhaafd. Dat verwoordde Halsema toen ze opmerkte dat het boerkaverbod 'zo niet bij onze stad' paste.

Niet de uitspraken van burgemeester Halsema, maar het boerkaverbod was 'prematuur en ongepast'. Het parlement heeft ingestemd met een verbod op gedragingen die nauwelijks een risico vormen voor de openbare orde, zonder behoorlijk voorafgaand overleg met bestuurders die het verbod op lokaal niveau moeten handhaven.

Dit leidt tot maatschappelijke onrust en bestuurlijke frustratie; of ons land er veiliger door wordt, betwijfelen wij sterk. Meer zelfreflectie en oog voor de échte problemen in grote steden zouden onze wetgever niet misstaan.

Lees ook: Halsema onder vuur: mag de burgemeester zeggen wat zij wil?