Opinie Bewaar

'Geef ons een verbeterd referendum'

Woordvoerder Niesco Dubbelboer van Meer Democratie tijdens de rechtszaak
Woordvoerder Niesco Dubbelboer van Meer Democratie tijdens de rechtszaak © ANP

De manier waarop het kabinet omspringt met het referendum deugt volgens John Jansen van Galen niet; het lijkt wel een staatsgreepje, uitgevoerd door de zittende regering.

Je kunt voor of tegen het raadgevend referendum zijn, maar de manier waarop het kabinet Rutte III deze vorm van volksraadpleging al na drie jaar wil afschaffen deugt in elk geval niet. Om te voorkomen dat dit plan zelf nog aan een referendum onderworpen kan worden, wil het kabinet de betreffende intrekkingswet met terugwerkende kracht invoeren. Zoiets gebeurt alleen in noodsituaties.

De vereniging Meer Democratie noemt dit een 'dubbele salto mortale achterwaarts' waarmee de rechtszekerheid van de burgers  ondermijnd wordt en spande wegens deze 'truc' tegen de Staat der Nederlanden een rechtszaak aan die woensdag diende voor de rechtbank Den Haag. Het lijkt inderdaad wel een staatsgreepje, maar dan gepleegd door een zittende regering.

Het kabinet wil het intrekkingsplan laten ingaan zo gauw de Eerste Kamer het heeft goedgekeurd en de betreffende wet is bekrachtigd. Dat geeft de burger die hierover een volksuitspraak wil uitlokken het nakijken.

Volgens de geldende wet treedt echter eerst een periode in waarin burgers een dergelijke wettelijke maatregel kunnen aanmelden voor een referendum, waarna de wet wordt opgeschort teneinde de initiatiefnemers de gelegenheid te geven voldoende steun te vergaren. De 'truc' van terugwerkende kracht maakt dat onmogelijk, als het kabinet zijn zin krijgt.

In het pak genaaid
In de Tweede Kamer verklaarde de SGP, voorstander van afschaffing van het referendum, dat de partij erin kan komen dat de burgers zich door deze gang van zaken 'in het pak genaaid' voelen.

Truc van kabinet maakt het burgers onmogelijk hun recht te halen, maar rechter kan nog ingrijpen

De zuiverheid van de staatsrechtelijke verhoudingen wordt immers geschonden door de ­manoeuvre, die staatsrechtsgeleerde Wim Voermans onomwonden illegaal noemt. De wet dient om burgers gelegenheid te geven zich uit te spreken over aangenomen wetten. Daartoe behoort ook de wet die het referendum afschaft.

De Raad van State verklaarde de manier waarop Rutte III het referendum wil afschaffen 'juridisch effectief', wat echter niet betekent dat hij ook deugt. De staatsrechtgeleerde Geerten Boogaard vergelijkt die term met het ingooien van de ruiten van je eigen huis als je de sleutels kwijt bent: niet verboden, wel schadelijk.

Minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken (D66!) benadrukt herhaaldelijk dat het niet om een juridische kwestie gaat, maar om een 'politieke afweging'. Pas als het hele politieke proces tot en met de Eerste Kamer is afgewerkt, kan de rechter eraan te pas komen. Haar tegenstanders, de vereniging Meer Democratie voorop, wijzen erop dat op dat moment hun kansen al verkeken zijn. Dan is het referendum, als Ollongren haar zin krijgt, al afgeschaft.

Zwaardere voorwaarden
Er is een betekenisvol precedent: in de Urgendazaak, waarbij de eisers het kabinet wilden houden aan zijn afspraken en beloften inzake het milieu, werd eveneens aangevoerd dat dit een zaak was van politieke afwegingen. Niettemin stelde de rechter de eisers in het gelijk, en het kabinet incasseerde een ernstige berisping wegens nalatigheid.

Het is te begrijpen dat het kabinet het risico niet wil lopen dat de kiezers zich massaal voor handhaving van het referendum uitspreken. De kans daarop is namelijk groot: volgens een peiling van peil.nl is slechts 28 procent van de kiezers voor afschaffing, de rest is voor instandhouding, zij het veelal onder zwaardere voorwaarden.

Onder de aanhang van PVV, SP en 50Plus wil een ruime meerderheid het referendum behouden en dat zijn nu juist de kiezers voor wie dit een middel is om de 'kloof met de politiek' zo klein mogelijk te houden.

Mosterd na de maaltijd
De handelswijze van het kabinet schoffeert ook nog eens de commissie-Remkes, door Rutte II begin 2017 ingesteld om de werking van ons parlementair stelsel kritisch te onderzoeken, mede met het oog op die kloof. Nu het kabinet, zonder het oordeel van Remkes af te wachten, heeft aangekondigd het referendum te willen afschaffen lijken de adviezen van de commissie sowieso mosterd na de maaltijd.

Zij sprak zich donderdag in een tussentijds rapport daarom bij voorbaat krachtig uit voor promotie van het raadgevend referendum tot een bindend correctief referendum als noodzakelijk 'ventiel' en 'veiligheidsklep' in onze democratie. Daar kan Rutte het mee doen.

Op 4 juli volgt de uitspraak van de rechtbank in Den Haag in de zaak van Meer Democratie tegen de staat. In die maand spreekt ook de Eerste Kamer zich uit over afschaffing van het referendum.

In dat gezelschap zitten vanouds ­leden die zich drukker maken over staatsrechtelijke zuiverheid dan over politieke afwegingen. Die moeten inzien dat dit voorstel de rechtszekerheid van de burger schendt.