Opinie Bewaar

'Europa kan vluchtelingenprobleem oplossen met eigen richtlijn uit 2001'

Bewaakt door Hongaarse soldaten passeren migranten de grens tussen Hongarije en Kroatië
Bewaakt door Hongaarse soldaten passeren migranten de grens tussen Hongarije en Kroatië © Elvis Barukcic / AFP

Opnieuw politiek gesteggel over het vluchtelingenprobleem is niet nodig, betogen Stans Goudsmit en Carina van Eck in een opiniestuk in Het Parool. 'Pas de Europese richtlijn toe die tijdelijke bescherming biedt in geval van een vluchtelingencrisis.'

Carina van Eck

is lid van het College voor de Rechten van de Mens, ze werkte eerder als adviseur op het gebied van vluchtelingen.
Stans Goudsmit

is lid van het College voor de Rechten van de Mens en gespecialiseerd in immigratierecht.

Na maanden overleg hebben de verantwoordelijke ministers en regeringsleiders van Europa afspraken gemaakt over de verdeling van 120.000 vluchtelingen die Europa hebben weten te bereiken. Verplichtend lijken deze afspraken echter nog steeds niet te zijn.

Het debat was tot nu toe vooral intern gericht, zonder serieus naar bredere oplossingen, ook buiten Europa, te kijken. Eind september spraken de regeringsleiders hier voor het eerst over. Rijkelijk laat. De huidige vluchtelingencrisis komt immers niet als verrassing. De oorlog in Syrië woedt al vier jaar. De stroom van berichtgeving over mensen die in wanhoop in gammele bootjes de Middellandse Zee oversteken, duurt al lang. De nood in buurlanden, zoals Libanon, Jordanië en Turkije, is hoog.
Ondanks deze signalen laat Europa tot op heden na om een structurele oplossing te vinden. En dat terwijl die al meer dan tien jaar klaarligt in de vorm van een Europese richtlijn die tijdelijke bescherming biedt in geval van een vluchtelingencrisis.

Aalsmeer
Opvang in de regio, herintroductie van de binnengrenzen, hekken aan de buitengrenzen en patrouilles op de Middellandse zee; allemaal uitgekauwde plannen. Sterker nog, deze plannen spelen smokkelaars in de kaart, omdat vluchtelingen altijd zullen blijven proberen de veiligheid van Europa te bereiken. Naar schatting zijn sinds 2000 meer dan 30.000 mensen, mede door toedoen van deze mensensmokkelaars, gestorven op weg naar Europa. Dat zijn net zoveel mensen als in Aalsmeer wonen.

De Europese richtlijn biedt lidstaten een pragmatische oplossing voor vluchtelingen die niet terug kunnen naar hun eigen land: als de toestroom van vluchtelingen zo groot is, dat de lidstaten de individuele asielaanvragen niet meer aankunnen, moeten de vluchtelingen onmiddellijke, maar tijdelijke bescherming en opvang in die landen krijgen.

Minder chaos aan buitengrenzen
Ook schrijft de richtlijn de Europese landen voor om samen te zorgen dat de vluchtelingen evenredig verdeeld worden. Hierdoor kan de chaos aan Europa's buitengrenzen en het gesteggel van de lidstaten over aantallen afnemen, net als de wachttijd voor vluchtelingen en de beslisdruk op de immigratieautoriteiten.

Als er een geschikt moment is om deze richtlijn toe te passen, dan is het nu. Politieke consensus heeft Europa dan niet meer nodig. Alle regeringsleiders hebben in 2001 immers al hun handtekening onder de richtlijn gezet.

Om vluchtelingen die tijdelijke bescherming te kunnen bieden, moet Europa ook maatregelen treffen voor diegenen die aan de Europese grenzen staan. Bijvoorbeeld door humanitaire visa ruimhartig te verstrekken en hervestigingsmogelijkheden te verruimen. Alleen dan kan er sprake zijn van onmiddellijke bescherming.

Bootjes niet meer nodig
Door zo een veilige overbrugging te bieden aan diegenen van wie buiten kijf staat dat zij tijdelijke bescherming nodig hebben, zoals Syriërs, zet Europa mensensmokkelaars buiten spel. Hun gammele bootjes zijn dan niet meer nodig om de Middellandse Zee over te steken. Vluchtelingen die hier aankomen, hebben zo in elk geval een trauma minder te verwerken in het toch al harde leven waarin zij ongewild terecht zijn gekomen.

Naast deze onmiddellijke en tijdelijke bescherming - die overigens de aanspraken van vluchtelingen op een asielstatus onverlet laten - kunnen vluchtelingen ook in de regio worden opgevangen. Sterker nog, in de praktijk gebeurt dat al geruime tijd. Mondiaal wordt 80 procent van de vluchtelingen in de regio - meestal in buurlanden - opgevangen. De regeringsleiders hebben nu financiële toezeggingen gedaan om de nood van vluchtelingen in de regio te lenigen. Hopelijk blijft het niet alleen bij een belofte, zoals tot nu toe het geval is.

Bij opvang in de regio moet ook rekening worden gehouden met de 'absorptiecapaciteit' van een land. Dat betekent in elk geval dat er in Libanon, Jordanië en Turkije geen Syrische vluchteling meer bij kan. Die drie landen vangen samen ruim 3,5 miljoen Syrische vluchtelingen op. In Libanon is zelfs een op de vier inwoners vluchteling. Maar 'vol' geldt niet voor de rest van de regio, waaronder Europa. Want de regio, dat zijn wij. Waar Nederland het continent Afrika graag ziet als de regio waar vluchtelingen uit alle Afrikaanse landen kunnen worden opgevangen, is het continent Europa de regio voor Syrië. We moeten ophouden de 'regio' steeds kleiner te definiëren naarmate die dichter bij Europa ligt.

Wilt u reageren? Dat kan. Scrolle (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.