Opinie Bewaar

'Er is geen enkele reden om auto's niet zo veel mogelijk uit de ­steden te weren'

'Juist in Amsterdam hebben we de ­mogelijkheid om 'modieus wensdenken' tot realiteit te maken'
'Juist in Amsterdam hebben we de ­mogelijkheid om 'modieus wensdenken' tot realiteit te maken' © ANP

'De auto afserveren is modieus wensdenken' schreef een groep Amsterdamse VVD-bestuurders in Het Parool afgelopen week. Vier lezersbrieven als reactie hierop.

Helemaal fout

De auto afserveren is modieus wensdenken, staat woensdag in een brief in Het Parool. Ondertekend door, hoe voorspelbaar, maar liefst negen VVD'ers. Dit zijn de mensen aan wie de nieuwe tijd voorbij lijkt te gaan en die hun gedrag absoluut niet te lijken willen veranderen. En ze ­nemen het op voor al die mensen die dat ook niet willen. Helemaal fout.

Het is helemaal geen feit dat veel mensen voor werk, zorg en familiebezoek afhankelijk zijn van de auto. Ik heb het nog maar eens opgezocht. In Nederland is het gemiddelde autoritje 19 kilometer en rijden personenauto's gemiddeld 37 kilometer per dag. In dat laatste geval betreft het vrijwel zeker meerdere korte ritten.

Al die afstanden zijn tegenwoordig bijna moeiteloos op een e-bike of elektrische scooter af te leggen. Zeker in de grote steden. Er is dus geen enkele reden om die vervuilende, steeds grotere, ruimteverslindende auto's niet zo veel mogelijk uit de ­steden te weren.

Walter Steers, Amsterdam

Verkeersriool

VVD-er Paul Slettenhaar afficheert zich in Het Parool van woensdag als voorvechter van de bedreigde ­automobilist. Slettenhaar positioneert autorijders als zielig slachtoffer, maar verraadt zich daarmee als een cynische en meedogenloze politicus, want ondertussen duwt hij de stad kostbare autoparkeergarages door de strot, te beginnen met De Pijp.

Hoezo minder auto's in Amsterdam, Paul? En natuurlijk moet al dat extra autoverkeer de stad in en uit, dus blijft de Van Wou een verkeers­riool en hebben voetgangers en fietsers het nakijken. Met zulke politici als vriend heeft de burger geen vijanden nodig.

Lucas van Grinsven, Amsterdam

Autoknuffelen

In toenemende mate lijkt de VVD in Amsterdam een partij in verwarring. Het laatste voorbeeld: VVD-wethouder Pieter Litjens pleit in open brieven in het AD en NRC zeer terecht en tamelijk genuanceerd voor 'minder auto en meer ov' en voor ruimere investeringen in fietsinfrastructuur.

Het past allemaal niet meer, en met bredere invalswegen los je dat ook niet op. Daarom roept hij op tot inzet op minder ruimtevretende vervoermiddelen.

Een bonte bende van lokale VVD-ers onder aanvoering van partijmastodonten uit stadsdeel Zuid ziet blijkens de ingezonden brief echter helemaal niets in deze oproep van de eigen wethouder. Zij blijven liever hangen in twintigste-eeuws autoknuffelen en zijn daarmee steeds meer zélf debet aan het bereikbaarheidsprobleem in de stad.

Bij overvolle stoepen, trams en fietspaden kijken ze weg. Maar o wee als de bevoorrechte positie van de heilige koe ter discussie wordt gesteld. Dan is opeens de 'hardwerkende ­Nederlander' in het geding. Werken ov-reizigers en fietsers dan niet hard? Want in de praktijk zitten zij écht steeds meer in de knel.

Het werelderfgoed van de grachten is één grote autoparkeerplaats

Let wel, zelfs in de prachtige ­Amsterdamse binnenstad wordt tot 40 procent van de wegruimte al bezet door autoparkeerplekken. Ruimte die eigenlijk ook van voetgangers en fietsers is.

Het werelderfgoed van de grachten is één grote autoparkeerplaats. Tegelijkertijd heeft 70 procent van de huishoudens hier überhaupt geen auto. De zogenaamde vrijheid van de autorijder om overal te parkeren gaat hier rechtstreeks ten koste van de ­bewegingsvrijheid van andere mensen.

Daarom is GroenLinks voor een radicale herbezinning op de bevoorrechte positie van de auto in de openbare ruimte. Het opheffen van een groot deel van het straatparkeren in binnenstedelijke gebieden is wat ons ­betreft bijvoorbeeld onontkoombaar om ruimte terug te geven aan álle ­bewoners en bezoekers van onze mooie stad.

Zeeger Ernsting, gemeenteraadslid GroenLinks Amsterdam
Rutger Groot Wassink, fractievoorzitter GroenLinks Amsterdam

Garagebouwer

'De auto afserveren is modieus wensdenken', aldus de ingezonden brief van een groepje Amsterdamse VVD-prominenten, onder wie de inmiddels vermaarde garagebouwer Paul Slettenhaar. Ik ben precies de persoon die zij schetsen in hun brief - een zelfstandige consultant die op verschillende plekken werkt, en in De Pijp woont - en groot voorstander van wat hier 'modieus wensdenken' genoemd wordt.

Ruim een jaar geleden heb ik mijn auto weggedaan. Sindsdien verplaats ik mij per fiets, ov, taxi (Uber, Abel, TCA) en deelauto door de stad en het land. En dat bevalt mij prima. Ik ben per maand minder geld kwijt aan vervoer dan toen ik een eigen auto had, ik bespaar mezelf heel veel parkeer- en filefrustratie en ik trakteer mezelf op een Uber als het regent.

Daarbovenop is mijn CO2-uitstoot heel veel minder geworden en merk ik dat ik steeds meer aan het 'wensdromen' ben over hoe de stad eruit zou zien als onze mobiliteit ­anders bekijken. Minder auto's, meer ruimte...

Met ov, fiets en deelauto kom je echt heel ver. Letterlijk, maar ook op gebied van klimaat en leefbaarheid van de stad. Dat geldt misschien niet in alle delen van Nederland, maar juist in Amsterdam hebben we de ­ mogelijkheid om 'modieus wensdenken' tot realiteit te maken.

Maarten Naaijkens, Amsterdam