Opinie Bewaar

'Discussie over afschaffing bijzonder onderwijs is onzinnig'

Een vader brengt zijn kinderen naar de orthodox-joodse school Cheider in Amsterdam-Zuid. Slechts een procent van alle scholen in Nederland stelt eisen bij de toelating van leerlingen.
Een vader brengt zijn kinderen naar de orthodox-joodse school Cheider in Amsterdam-Zuid. Slechts een procent van alle scholen in Nederland stelt eisen bij de toelating van leerlingen. © ANP

Het bijzonder onderwijs afschaffen omdat een klein aantal scholen een gesloten toelatingsbeleid heeft, is wel erg drastisch, stelt Jan Macdaniel.

In zijn opinie-artikel voert Roel Braeken een pleidooi voor ­'afschaffing van het bijzonder onderwijs, een van de laatste heilige huisjes in het Nederlandse onderwijslandschap'.

Aan de argumenten uit het pro- en contrakamp voegt hij er zelf nog één toe: de toenemende diversiteit en individualisering.

Braekens antwoord op die ontwikkeling is het op school met elkaar in contact treden en een verbinding aangaan. En juist dat laatste is zijns inziens dat wat het voortbestaan van het bijzonder onderwijs onhoudbaar maakt. Want de handhaving van dat onderwijs maakt het 'namelijk mogelijk op basis van religieuze ideologie kinderen bij voorbaat uit te sluiten'.

Om de opmerking van Braeken dat het 'weliswaar slechts een klein percentage van de scholen betreft' concreet te maken: het gaat om niet meer dan 1 procent van het totale scholenbestand in Nederland, dus: één op de honderd scholen kent een gesloten toelatingsbeleid.

Maar het bestaan en de keuze van die 1 procent van de scholen moet volgens Braeken 'onherroepelijk leiden tot het stoppen van financiering vanuit de staat voor het bijzonder onderwijs'. Dat moet dus voor het totale bijzonder onderwijs gelden. Dat is toch wel een mooi voorbeeld van het met een kanon op een mug schieten!

Gesloten toelatingsbeleid
Tot op de dag van vandaag kiest twee derde van de ouders in Nederland voor het bijzonder onderwijs voor hun kinderen. Daar hebben ze hun redenen voor, motieven die overigens heel verschillend zijn. In de praktijk blijkt ook dat ál die leerlingen in dat bijzonder onderwijs meer dan welkom zijn en er hun plaats hebben.

Eén op de honderd scholen maakt echter een andere keuze. De eenheid kerk, gezin, school-onderwijs staat bij deze scholen hoog in het vaandel. Daarom hanteert men daar een gesloten toelatingsbeleid. 

Op die manier is er op die scholen sprake van een vrij homogene populatie qua leerlingen en hun ouders, van mensen met min of meer eenzelfde achtergrond en een dito referentiekader. Vanuit die beschermde omgeving worden de leerlingen vervolgens voldoende weerbaar gemaakt om zich in de maatschappij te kunnen handhaven, om met voldoende bagage naar buiten te treden. 

Die opvatting is een belangrijk onderdeel van het pedagogisch-didactisch concept van die scholen. De godsdienstige opvoeding maakt van dat concept (en van alle onderdelen van het onderwijs) integraal onderdeel uit. 

Ook bijvoorbeeld dalton- en montessori­scholen kennen een integraal concept. Gevolg daarvan is dat ouders die in zo'n aanpak niets zien, dan ook niet voor dat type onderwijs voor hun kinderen zullen kiezen.

Precies zo gaat het ook met bijvoorbeeld orthodox-christelijke scholen. Ik durf daarom de stelling te poneren dat op die scholen niemand wordt geweigerd die zich in dat concept kan vinden. 

De praktijk is juist andersom. Ouders die niet willen dat hun kinderen zo (godsdienstig) worden opgevoed, worden niet geweigerd, maar kiezen voor een andere school.

Vanuit een beschermde omgeving worden de leerlingen weerbaar gemaakt

En is die school er in de omgeving niet, dat verplicht de huidige wetgeving scholen al die kinderen toch op te ­nemen. Met andere woorden: dan kunnen ze niet geweigerd worden.

Ouders eindverantwoordelijk
Ik blijf me daarom steeds afvragen waar deze discussie nou eigenlijk over gaat. Ouders zijn eindverantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen. Het is de overheid die leerplicht oplegt en belasting heft, om onder andere het onderwijs te financieren.

Die ouders die eraan hechten dat hun kinderen vanuit een homogene setting worden voorbereid op en zelfstandig bestaan, betalen dat onderwijs in principe dus zelf. Voor alle andere ouders en hun kinderen is er in Nederland een school met een open toelatingsbeleid.

Kortom: stop met schieten met een kanon op een mug en maak van die mug ook geen olifant.