Opinie Bewaar

'Dieren hebben recht op een eigen leven in de stad'

Rivierkreeftjes voor het Amstel Hotel, beeld uit de documentaire De Wilde Stad
Rivierkreeftjes voor het Amstel Hotel, beeld uit de documentaire De Wilde Stad © Frans Lemmens

Nu het platteland onaantrekkelijker voor ze wordt, trekken dieren naar de stad. Amsterdam moet en kan een oase voor ze zijn, betogen Hans Baaij, directeur van Stichting Dier en Recht, en GroenLinks-raadslid Imane Nadif.

Een slechtvalk die een duif uit de lucht grijpt. Kreeften die het gevecht aangaan met een kat. En zoals de documentairemakers het zelf noemden: vinexvossen, die van het Westelijk Haven­gebied naar het Vondelpark trekken.

De film De Wilde Stad liet eerder dit jaar zien waar we in Amsterdam vaak aan voorbij gaan: de verborgen wereld van dieren.

Regisseur Martijn Fischer merkte tegenover RTL Nieuws op dat er in Amsterdam veel meer dieren leven dan in het omringende boerenland. Nu weilanden worden verpest door bemesting en pesticiden moeten ze wel. Ze zoeken hun toevlucht in de stad, waar lucht en water juist schoner worden.

Zo zwemmen er vissen naar het IJ, vastbesloten om er te blijven. Sprinkhanen, libellen, spinnen en vlinders trekken naar de dijken en stadsparken. Stadsecologen lieten een paar jaar geleden al in deze krant weten dat er in Amsterdam elk jaar tientallen nieuwe diersoorten worden ontdekt. Deze hebben hier nooit eerder gewoond of zijn tientallen jaren weggeweest.

De stad kan voor al deze dieren een veilige ­oase zijn. Maar dat betekent wel dat we extra ons best moeten doen om ze een veilig thuis te bieden. En dat gebeurt nog te weinig.

Vossen, egels en konijnen die in het Westerpark en rond de Sloterplas leven, worden in de zomer uit hun leefgebied gejaagd als het gras wordt vertrapt en massa's festivalbezoekers ­wekenlang op harde muziek aan het dansen zijn.

Amsterdam zal de komende jaren flink groeien, maar dit mag niet ten koste gaan van het groen, de leefwereld van dieren. Zij hebben het recht om hun eigen leven te leiden.

Bijen
In het coalitieakkoord staat al een aantal maatregelen die het leven van dieren in de stad moeten verbeteren. Zo probeert Amsterdam bedreigde bijen weer terug te krijgen door subsidie voor groene gevels en daken, en de jacht zal worden tegengegaan. Het is een goed begin.

Nu we aan de vooravond staan van de nieuwe agenda dierenwelzijn, die hopelijk in 2019 zal worden vastgesteld, moet er wat ons betreft werk worden gemaakt van een veel bredere en structurele verbetering om Amsterdam echt die oase te maken die de dieren zo hard ­nodig hebben.

Voordat er vergunningen worden afgegeven voor festivals, moet duidelijk worden wat de ­effecten daarvan zijn op de leefwereld van de dieren in het park. Parken en andere groene plekken in de stad moeten aan elkaar en met natuurgebieden rond Amsterdam worden verbonden. Laten we ook oog hebben voor de kleine dieren, zoals de padden die in de putten vallen. Deze kunnen we door de installatie van paddentrappetjes eruit leiden.

Op deze manier zorgen we voor meer leven in de stad, en meer natuur in de parken. Dit is niet alleen goed voor de dieren zelf, Amsterdammers zullen er zelf ook gelukkiger van worden, omdat ze een rijke stadsnatuur hebben om in te recreëren.

Juffen en meesters kunnen kinderen voortaan meenemen naar het park voor biologielessen.

Vegetarische kantines
Natuurlijk moet er veel meer gebeuren. Zo moeten gemeentelijke kantines vegetarisch worden, binnentuinen niet meer volgebouwd en moeten de bouwvergunningen van maneges eisen dat er genoeg ruimte is voor de paarden.

Die staan nu nog te vaak in kleine en stressvolle stallen. Maar laten we beginnen om vandaag, op Dierendag, te begrijpen dat Amsterdam een unieke stadsnatuur heeft die we moeten beschermen.

In Den Haag is nog geen meerderheid voor een diervriendelijke politiek. Daarom is het aan de steden om actie te ondernemen. Laat Amsterdam voorop lopen in het beschermen van de dieren en een voorbeeld zijn voor andere ­steden.