Opinie Bewaar

'De zaak Beatrix Ruf: veel wijst op gemeentelijke ingreep'

Ruf in 2014 bij werk van Günther Förg, ook nu te zien in het museum
Ruf in 2014 bij werk van Günther Förg, ook nu te zien in het museum © Jean-Pierre Jans

Er zit meer achter het abrupte vertrek van Beatrix Ruf bij het Stedelijk Museum, denkt Egbert Dommering, emeritus hoogleraar informatierecht aan de UvA. Hij vermoedt machtsmisbruik door de gemeente.

De onderzoekscommissie die is ingesteld vanwege de publiciteit over de nevenfuncties van de directeur van het Stedelijk Museum, Beatrix Ruf, komt binnenkort met haar rapport.

De commissie moest onderzoeken hoe het Stedelijk Museum de Governance Code Cultuur en de Ethische Code voor Musea toepast en heeft toegepast bij de uitvoering van zijn taken. Hierbij zal in het bijzonder aandacht worden besteed aan de nevenfuncties van de directrice, waarover zoveel ophef is ontstaan.

Tegelijk met dit onderzoek lopen er bij de gemeente een aantal verzoeken, ook van ondergetekende, op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB).

In een aantal van die verzoeken gaat het om de vraag wat precies de rol is geweest van de gemeente (wethouder Cultuur Kajsa Ollongren) bij de abrupte beëindiging van het dienstverband van Ruf op maandag 16 oktober 2017.

Er zijn sterke aanwijzingen dat Ruf is opgestapt onder druk van het dreigement dat de gemeente de subsidie aan het museum zou intrekken, althans niet zou voortzetten - hoewel er dus nog geen behoorlijk onderzoek naar aanleiding van de publiciteit was gedaan.

Heeft de wethouder dit dreigement inderdaad geuit, wanneer en tegenover wie?

Machtspositie
Daarbij komt ook de toen nieuwe voorzitter van de raad van toezicht van het Stedelijk, Ferdinand Grapperhaus, in beeld - in oktober amper in functie. Kort nadat Ruf was afgetreden verdwenen hij en Ollongren in de Haagse politiek.

Grootste subsidieverlener is eigenaar van gebouw en collectie, een niet geringe machtspositie

De gemeente neemt officieel het principiële standpunt in dat zij niets met die arbeidsovereenkomst te maken heeft, omdat het museum geheel verzelfstandigd is. Dat is een kwestie van de raad van toezicht, zegt de gemeente.

Maar de gemeente is wel eigenaar van het gebouw en de collectie gebleven, en de belangrijkste subsidieverlener. Een niet geringe machtspositie dus. Is er achter de schermen macht uitgeoefend waar Ruf voor is gezwicht?

De gemeente probeert de WOB-verzoeken zoveel mogelijk buiten de deur te houden, onder andere door het rapport dat de raad van toezicht in oktober aan de gemeente heeft uitgebracht, als bedrijfsgeheim te bestempelen, omdat het relatiepatroon van de directeur ten opzichte van andere musea een geheim concurrentievoordeel oplevert.

Dat is in deze zaak al een opmerkelijke weigeringsgrond. Er is nog meer merkwaardigs uitgekomen.

De nieuwe voorzitter van de raad van toezicht bericht op 12 oktober op vragen van journalisten van 9 en 10 oktober dat de raad bij de aanstelling van Ruf de nevenactiviteiten heeft goedgevonden, mits het niet ten koste ging van haar volledige dienstbetrekking.

Over de bezoldiging van sommige daarvan is juridisch advies ingewonnen. Hij schrijft aan de journalisten die afspraken 'de komende weken zorgvuldig te willen evalueren'.

Hoe kan het dan dat Ruf nog geen vier dagen later (dus op maandag 16 oktober), zonder dat dit zorgvuldige onderzoek of die evaluatie kan hebben plaatsgevonden, onder druk wordt gezet om terug te treden?

Clinton
De gemeente stelt in deze periode in haar dossiers geen enkele gespreksnotitie te hebben aangetroffen. Dat betekent dat de contacten tussen de wethouder en de (voorzitter van) de raad van toezicht vermoedelijk in het weekend van 14 en 15 oktober in de privésfeer hebben plaatsgevonden, al of niet via privécommunicatiemiddelen.

Maar dat kan geen reden zijn ze als privéhandelingen aan bestuurlijke controle of toezicht te onttrekken. Dat was de inzet van het onderzoek naar Hillary Clinton en het bestuurlijke gebruik van haar privé e-mailserver. Als het machtsargument in de beëindiging van de arbeidsrelatie met Ruf is gebruikt (de wethouder dreigt de subsidie in te trekken), kan de gemeente daarvoor ter verantwoording worden geroepen.

Wanneer dus het rapport van de commissie naar buiten komt, dat vermoedelijk niet op dit aspect zal ingaan, zal de gemeente (b. en w. en de raad) ook hier aandacht aan moeten geven.

Daarbij moet worden bedacht dat het niet ­alleen gaat om een historisch incident (maar wel een waarvoor de gemeente ter verantwoording kan worden geroepen), maar ook om een structureel tekort in de verzelfstandigingsoperatie van de musea, waarin de gemeenten de musea weliswaar 'op afstand' hebben gezet, maar toch de macht hebben behouden.

Die macht wordt uitgeoefend (en soms misbruikt) buiten de op papier bestaande zelfstandigheid van de musea.

Lees ook: Oproep kunstwereld: Haal Beatrix Ruf terug naar Stedelijk