Opinie Bewaar

'De Ymeres moeten van hun monopolie af'

Twee blokken, samen dertig woningen, hoopte Copekcabana te kunnen kopen. Ymere werkt niet mee.
Twee blokken, samen dertig woningen, hoopte Copekcabana te kunnen kopen. Ymere werkt niet mee. © Jean-Pierre Jans

Sociale verhuurders vergeten hun taak door niet mee te werken aan wooncoöperaties als Copekcabana, schrijft Adri Duijvestein, oud-lid van de Tweede en Eerste Kamer voor de PvdA.

Een van de meest pijnlijke debatten in mijn politieke leven ging over het Woonakkoord in 2013.

In weerwil tot haar inhoudelijke ­opvattingen waren de leiders van mijn partij akkoord gegaan met een verdere liberalisering van de huren en een invoering van de verhuurdersheffing.

Ik was ­tegen het Woonakkoord. De huren nadrukkelijker koppelen aan marktwerking vond ik onverstandig, omdat elke huurverhoging voor de lagere inkomens feitelijk door de staat zou moeten worden gecompenseerd met huurtoeslag. Het zou de huurders nog afhankelijker maken van politieke willekeur. 

Adri Duijvestein
Oud-lid van de Tweede en Eerste Kamer voor de PvdA

Bij de verhuurdersheffing was ik vooral tegen de vorm. Er zit, zo vind ik, genoeg stil kapitaal verborgen onder het omvangrijke bezit (circa 2,1 miljoen huurwoningen) van de woningcorporaties.

Een deel van dit kapitaal kan heel goed worden benut voor een nationaal solidariteitsfonds voor het wonen. Zo'n fonds zou het wonen in de toekomst betaalbaar kunnen houden en het herstel van de steden voortzetten. 

Maar in het Woonakkoord werd de heffing een platte belastingmaatregel voor de kas van de staat. Zo'n Woonakkoord moet je als sociaaldemocratische beweging principieel niet willen. 

Maar als je er, als regering, dan toch voor kiest dat het marktdenken het leidende beginsel in het huurbeleid gaat worden, moet je de huurders ook de kans geven om te ontsnappen aan het monopolistische systeem van de sociale huursector. Dan moeten huurders, wanneer zij dat willen, uit het stelsel kunnen treden en een eigen wooncoöperatie kunnen oprichten en overgaan tot een sociale vorm van zelfbeheer.

Het zou de huurders een reële keuze geven tussen een verhuurder met betaalbare huurwoningen en goede service dan wel door zelfbeheer voor de eigen betaalbaarheid zorgdragen.

Ik pleit al decennia voor zo'n keuzemogelijkheid. Je zou ook kunnen zeggen dat het na jaren van 'verzorgd worden' de ultieme emancipatie is van de huurder.

En juist waar de idealen van de volkshuisvesting niet meer als vanzelfsprekend onderdeel zijn van een verzakelijkte en geprofessionaliseerde sociale huursector, is er alle reden voor zo'n verzelfstandiging van de huurder.

Hoe gemengd wij misschien ook terugkijken op de debatten rond het Woonakkoord, het heeft wel de opname van de woon-coöperatie in de Woningwet gebracht. Voor het eerst in de geschiedenis van ons woonstelsel kunnen huurders met een lager inkomen hun eigen wooncoöperatie vormgeven. 

Het zal niet verbazen dat de weerstand vooral zit bij de professionals binnen de sociale huursector

En wat ik hoopte is gebeurd: in het land ontstaan op allerlei plaatsen initiatieven van huurders die zich willen verzelfstandigen door de oprichting van een wooncoöperatie.

In Den Haag hebben de huurders in de Roggeveenstraat hun woningen overgenomen en vormen nu een eigen wooncoöperatie. In Amsterdam heeft de SP-wethouder het mogelijk gemaakt dat op drie plekken wooncoöperaties hun eigen wooncomplexen kunnen realiseren.

Maar helaas, de weerstand is groot. En het zal niet verbazen dat deze weerstand vooral zit bij de professionals binnen de sociale huursector. De gedachte dat hun huurders zelfstandig zouden kunnen worden, waarmee de professionals wellicht een wat meer bescheiden rol krijgen, is nog niet verinnerlijkt.

Veel initiatieven van huurders worden hierdoor in de kiem gesmoord. Dit doet ook de woningcorporatie Ymere bij haar afwijzing van het initiatief van bewoners in de Van der Pekbuurt in Amsterdam. Hun voornemen om de wooncoöperatie Copekcabana te vormen zien zij, na jaren praten, bot afgewezen

De formele redenering is dat de overdracht van woningen - omdat er sprake is van een korting op de marktprijs - ten koste zou gaan van het 'maatschappelijk vermogen' dat nodig is voor de realisering van 'sociale woningbouw'.

Dat lijkt een integere redenering, maar is het niet. Kortingen op de marktprijs bij de overdracht van een sociale huurwoning aan de zittende huurders, is een volstrekt normaal verschijnsel. Het zijn immers geen vrije woningen, omdat zij bewoond zijn.
 
Daarbij zijn woningcorporaties geen platte commerciële vastgoedhandelaren. Ook bij de overdracht van een woning aan een huurder met een laag inkomen ben je verantwoordelijk voor een goede betaalbaarheid.

Om dat mogelijk te maken heeft minister Blok de woningcorporaties - bij experiment - de mogelijkheid geboden om kortingen te geven tot vijftig procent van de marktprijs.

Dat laatste wil niet zeggen dat er cadeautjes worden weggegeven aan zittende huurders.

Welnee, er kunnen, juist om speculatie tegen te gaan, beperkende voorwaarden worden opgenomen. Hoezo dus verlies aan 'maatschappelijk vermogen'? 

Het voorbeeld van de wooncoöperatie Copekcabana laat zien dat het geen luxe zou zijn, wanneer de onderhandelaars over het nieuwe regeerakkoord het recht op de vorming van een wooncoöperaties aanvullen met een plicht tot medewerking van een woningcorporatie.

Maar beter zou zijn wanneer woningcorporaties inzien dat wooncoöperaties het sociale karakter van ons woonstelsel versterken en bijdragen tot een gewenste emancipatie van hun eigen huurders.

Lees terug: Ymere zet streep door wooncoöperatie in Noord