Opinie Bewaar

'Breng het boek naar de leerling'

Wie het niet krijgt aangereikt, weet ook niet hoe lekker het is
Wie het niet krijgt aangereikt, weet ook niet hoe lekker het is © Getty Images

Op middelbare scholen is lezen vaak het stiefkindje, stelt Alex Boogers vast. Dat is zonde: 'In zijn beste vorm schept literatuur-onderwijs kritische, onafhankelijke en creatieve denkers.'

In het eerste jaar van mijn vaderschap bezocht ik met mijn vrouw en zoontje regelmatig het consultatiebureau. Mijn vrouw maakte zich nogal zorgen over de weigering van onze zoon om groente te eten.

"Ook als ik het zoeter maak met appelmoes spuugt hij het uit. Z'n ­toetje vindt hij wel lekker. Maar hij kan toch niet alleen op toetjes leven?"

De dame van het consultatiebureau moedigde ons aan om toch steeds de groente op zijn bordje te presenteren, ook als we hem er geen hapje van lieten nemen.

"Laat het hem zien, zodat hij een beetje aan het idee kan wennen. Hij moet leren dat er andere kleuren op zijn bordje zijn, andere smaken, een ander gevoel. Probeer weer eens een hapje als je het moment geschikt acht."

Ontlezing wordt niet bestreden, eerder gedoogd

Ik heb daar nog weleens aan teruggedacht. Wat wordt er aan jongeren gegeven? Literatuur is een marginaal onderdeel binnen het lesuur Nederlands, er wordt nog maar een minimaal aantal boeken gelezen. Ik mag aannemen dat het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zich hiervan bewust is.

De overheid en verschillende politieke partijen in verkiezingstijd maken zich graag druk over de inburgeringscursussen van nieuwe Nederlanders, maar vergeten dat ze al jaren hetzelfde lesprogramma erdoorheen jagen. 

Ontlezing wordt niet bestreden, eerder gedoogd. Wat voor signaal geef je daarmee af?

Ergens in het land is er altijd een docent Nederlands die de voorlaatste zinnen leest en uitroept: 'Niet bij mij in de klas! Wij lezen!' Ik geloof het meteen, maar zou dat enthousiasme voor literatuur in het voortgezet onderwijs niet landelijk gelijk moeten zijn? 

Voorkeuren van de docent 
Door de vele lezingen die ik de afgelopen jaren in het land op scholen heb mogen geven, ontdekte ik de grote verschillen in aandacht voor literatuur per regio, per niveau, en zelfs binnen hetzelfde niveau. Het mag toch niet zo zijn dat de aandacht voor literatuur in het voortgezet onderwijs nog slechts bestaat bij de gratie van de docent Nederlands en zijn persoonlijke voorkeuren?

Tijdens een van die lezingen, die eigenlijk meer 'praatjes' zijn, raakte ik met de docente en de leerlingen in gesprek. "Hou een eerlijk verhaal," zei ik. 

Alex Boogers

Schrijver van Alleen met de goden en andere romans. Op 22 september verschijnt zijn manifest Lang leve de lezer.

"Als je als docente enthousiast bent over een boek, deel dat! Leg uit waarom je het een geweldig boek vindt. Natuurlijk krijg je niet iedereen mee, maar je zou zomaar vier of vijf leerlingen kunnen prikkelen om dat boek toch eens op te pakken." 

De leerlingen knikten instemmend en de docente leek even verrast.

"Oké, dus als ik zeg: 'Dit is een gaaf boek, dit moet je lezen, dan gaan jullie dat doen?"' De klas begon te lachen. "Natuurlijk niet," zei ik. 

"Omdat u het zégt, zou ik het als leerling dan juist niet lezen. Maar als u met oprechte be­wondering spreekt over een boek, niet meteen om het aan te smeren, maar omdat het u echt heeft geraakt, misschien, heel misschien denken een paar leerlingen dan: 'Zoveel enthousiasme over een boek? Toch eens bekijken.' Ik zeg het steeds: u heeft geen beroep. Het is een beroeping."

Nu wordt er al jaren over gesproken dat het vakgebied Nederlands op de schop moet. Er zijn veel slimmere mensen dan ik die daar vast veel meer van afweten. Voor mij blijft het klaslokaal de broedplaats van de literatuur. 

Wat daar niet geboren en verzorgd wordt, zal uit­eindelijk niet bestaan. Wie het aanbod niet schept, moet ook niet klagen als aan de vraag niet kan worden voldaan. 

Niet elke leerling is levensvatbaar als lezer, dat weet ik ook wel. Maar dan kan er niet worden gezegd dat het hem niet verteld is, dat hij het niet heeft kunnen zien, dat hij het ritme niet heeft kunnen voelen, de magie van de zinnen niet heeft kunnen bewonderen, het gesproken woord niet heeft kunnen horen.

Literatuur is een marginaal deel van het Nederlands

De echte veranderingen beginnen daar, in de klas, met een literatuurprogramma dat van deze tijd is, met docenten die er de ruimte ­krijgen om het binnen hun lessen vorm te ­geven. 

Voor literatuur bestaat geen bijles. Weinig leerlingen zullen naar de docent stappen en zeggen: 'Ik begrijp literatuur niet', terwijl ik toch heel vaak vragen van leerlingen krijg, waaruit blijkt dat ze moeite hebben om het spel van de verbeelding te begrijpen. 

Je kunt ­elke week de stelling van Pythagoras uitgelegd krijgen, maar literatuur wordt er vaak 'even' bij gedaan. 

Ontdekken waar je staat
Het is noodzakelijk voor jongeren om te leren dat je met kunst en literatuur tegen de wanden van het fatsoen kan schuren en de moraliteit in onze maatschappij mag betwijfelen. 

Het is belangrijk voor leerlingen om te leren begrijpen dat ze hierin mee moeten durven gaan, zodat het verhaal op ze kan inwerken, en ze ontdekken waar ze zelf staan. 

Het zijn altijd mensen met schone handen die een mening hebben

Ze zullen het verhaal ­leren beoordelen, en als het boek is dichtge­slagen en het verhaal is 'verwerkt', dan nog zal er een residu achterblijven van het boek. Een onthouden woord, een zin die ze iets heeft ­geleerd, een gevoel dat ze niet kenden.

Literatuuronderwijs in zijn beste vorm schept kritische, onafhankelijke, creatieve denkers.

Hoe kun je zeggen dat de roman meer dood is dan levend als je het boek niet aan de voeten legt van de nieuwe generaties? Toon het vuur in de literatuur! 

Schrijvers
Waarom zie ik steeds dezelfde schrijvers lezingen geven op scholen en hoor ik weer andere schrijvers, die ik er zelden tegenkom, in de media klagen over verplichte literatuurlijsten en jongeren die niet meer lezen? 

Het zijn altijd mensen met schone handen die een mening hebben. Zij gaan voorbij aan de mensen die zich kapot werken voor marginale winst, schrijvers die het belangrijk vinden om het verhaal te vertellen, zodat de leerlingen het horen. 

De uitgenodigde schrijvers komen om leerlingen te inspireren, ze begrijpen goed dat hun roman niet meteen zal worden gekocht. 

Het verhaal dat ze vertellen, hoeft lang niet ­altijd uit hun laatste roman te zijn. Ik ken schrijvers die hun boek niet eens meer openslaan. 

Ze gaan in gesprek met de leerlingen, over ­boeken, literatuur, de maatschappij, het godverdomse leven zelf.