Zware eisen voor moord op pooier

AMSTERDAM - Het openbaar ministerie heeft donderdag tegen drie jonge Poolse prostituees en vier 'loopjongens' van de Wallen twaalf jaar geëist wegens het medeplegen van moord op de pooier van de meisjes.Eén van de hoertjes zou voor de actie hebben betaald.

Volgens justitie hebben de zeven bewust en nauw samengewerkt en wisten zij dat het slachtoffer, de Poolse Artur, zou worden gedood. Zij hebben volgens de officier allemaal een wezenlijke bijdrage geleverd en zich niet gedistantieerd.

Het slachtoffer werd op 27 juli 2006 gevonden in zijn huis in Osdorp. Hij bleek al langere tijd dood te zijn. Hij was vele malen gestoken en geslagen - het huis was één grote chaos, vliegen en maden hadden de kamers overgenomen.

De politie kwam al snel uit bij de drie Poolse prostituees, toen twintig en negentien jaar, die bij de man in huis woonden en voor hem op de Wallen werkten.

Hoewel de verklaringen over wie de opdracht heeft gegeven niet eensluidend zijn, wijst veel in de richting van één van de meisjes,

Joanna. Artur zou haar en haar familie in Polen ernstig hebben bedreigd nadat zij, twee weken voor het incident, zijn huis had verlaten omdat zij niet meer voor hem wilde werken.

Zij zou de toen twintigjarige Deniz, een 'loopjongen' die tal van klusjes opknapte voor vrouwen achter de ramen, en op wie zij verliefd was, tienduizend euro hebben gegeven om te helpen. Bovendien zou zij hem hebben beloofd dat zij en de twee andere meisjes daarna voor hem en zijn vriend Bilal (47), eveneens een 'boodschappenjongen', zouden gaan werken.

Deniz regelde vervolgens, aldus het OM, twee andere loopjongens, van rond de twintig. Zij gingen, tegen betaling, op 19 juli met Bilal naar het huis. De twee vrouwen die er nog woonden, hadden de deuren open gelaten en met een telefoonsignaal laten weten dat de kust veilig was. Zij sloten zich vervolgens op in de badkamer. De drie mannen hebben toegegeven dat ze in het huis waren, maar zeggen dat zij zelf geen geweld hebben gebruikt.

Na Arturs dood pakten de meisjes hun spullen en geld dat in de woning lag, werd geteld en meegenomen. Ook Joanna kwam die vroege ochtend nog naar de woning om bezittingen op te halen.

Een aantal verdachten keerde in de dagen erna nog een paar keer terug naar Osdorp, onder meer om een vergeten pistool en bebloede kleding op te halen. Op enig moment werd bovendien besloten dat het lijk moest verdwijnen om sporen te wissen. Maar door de toestand van het stoffelijk overschot werd daar vanaf gezien. Toen een paar verdachten een dag later toch nog een poging wilde wagen, bleek de politie het stoffelijk overschot al te hebben ontdekt.

De verdachten hebben wisselende verklaringen afgelegd. Op de zitting - de rechtbank besteedde bijna de hele week aan de zaak - stelden zij dat men Artur alleen 'bang' had willen maken, zodat hij het huis zou verlaten.

Zie ook Dossier De Wallen

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden