Plus

'Zonder die SS'er was ik door de schoorsteen gegaan'

Hij overleefde een beruchte Gestapo-gevangenis, drie concentratiekampen en een grote scheepsramp. Wim Aloserij (94) onderging de wreedheden van de nazi's, maar ziet niet om in wrok. Als 'de laatste getuige' vertelt hij in een boek over zijn wil om te leven.

Wim AloserijBeeld Rob Voss

Het is april 1959. Langs een gracht in Amsterdam staat een Duitse auto met pech. Wim Aloserij twijfelt niet en ontfermt zich over het onfortuinlijke gezin. Hij leidt ze rond door de Bollenstreek en sleept een dag later de auto naar Duitsland.

Tegen de familie rept hij met geen woord over zijn oorlogsverleden. Hij had kunnen vertellen wat hij zag in de concentratiekampen Neuengamme en Husum-Schwesing. De uitgemergelde lichamen en stapels lijken.

Hoe het sadistische gelach van de kampbeulen klinkt, de kreten van pijn en doodsangst van medegevangenen en de blaffende commando's op ieder appèl. 'Raus, Raus. Schneller, Schneller. Mützen ab, Mützen auf. Augen richten links. Augen richten rechts!'

Stok of zweep
Hij had ze kunnen vertellen hoe het voelt om klappen met een stok of zweep te krijgen, iemand gemarteld, doodgeslagen of opgehangen te zien worden. Om honger te lijden en je (bijna) dood te werken.

Aloserij deed het niet. "Je bent hier op aarde om elkaar lief te hebben en voort te helpen'', zegt hij tegen zijn vrouw Miep. "Niet om elkaar te haten.''

Het is nauwelijks voor te stellen bij iemand die in het voorportaal van de dood in nazi-Duitsland verbleef. Maar het boek De Laatste Getuige van Frank Krake, dat komende week verschijnt, is ook een wijze les. Aloserij: "Ik heb een positieve levenshouding. Ik wil mijn leven niet laten bederven door wat ik heb meegemaakt.''

De kwieke Aloserij woont al jaren in de Achterhoek maar is zijn Amsterdamse tongval en humor nooit kwijtgeraakt. Hij maakt jaarlijks nog tienduizenden kilometers met zijn Toyota. Om de week haalt hij zijn zus Jo (96) op. Ze rijden naar Duitsland, drinken een pilsje, eten wat en maken een ritje langs de Rijn. Of hij bezoekt in Nederland huizen om over het geloof te praten.

"Dat houdt mijn geest scherp. Na de oorlog dacht ik: er bestaat geen God. Ik heb zoveel verschrikkelijke dingen gezien. Waarom laat hij dit toe? Maar ik geloof nu dat de Schepper alles met een reden laat gebeuren.''

In een kist
In 1943 wordt de 19-jarige Aloserij als metaalbewerker tewerkgesteld in Braunschweig. Enkele maanden later vlucht hij, liggend op het dak van een trein, terug naar Nederland. Hij duikt onder bij een boerengezin, slaapt in een kist onder de grond, maar wordt bij een razzia opgepakt.

Na Kamp Amersfoort wordt Aloserij op transport gesteld naar kamp Neuengamme bij Hamburg. "We werden meteen geslagen. Ik moest mijn kleren afgeven, werd overal geschoren en kreeg een streepjespak. Vanaf dat moment was mijn naam weg. Ik was slechts een nummer: 49019.''

Enkele weken later wordt Aloserij overgeplaatst naar kamp Husum-Schwesing, in het uiterste noorden. In het kleine buitenkamp is geen ontsnappen mogelijk aan de Duitse moordtactiek van 'Vernichtung durch Arbeit': doodwerken.

De gevangenen werken onder erbarmelijke omstandigheden aan de 'Friesenwall', een verdedigingslinie tegen een geallieerde invasie. Ze graven tankgrachten in het zompige moerasgebied en staan hele dagen, soms tot aan hun middel, in het koude water.

"Husum was een van de verschrikkelijkste kampen. Je verliest je waardigheid. Ik was daar geen mens maar een stuk instrument. Je werkt of je bent dood. Een tussenweg was er niet.''

Altijd dronken
Aloserij overleeft dankzij de lessen van zijn jeugd. "Ik was gewend aan hardheid, kreeg nooit knuffels. Mijn stiefvader was altijd dronken. Als kind leerde ik om hem uit de weg te gaan. Ik had thuis een schuilplaats waar hij me niet kon vinden. Ik kon me wegcijferen en verdwijnen.''

Die tactiek past hij ook toe in de concentratiekampen. Met lef en gochme grijpt hij elke kans om te ontsnappen aan het werk in de buitencommando's. In Husum meldt hij zich aan bij de ziekenbarak onder leiding van een Deense arts.

Aloserij verzorgt daar gevangenen van wie het vlees zo weggerot is, dat het bot zichtbaar is. "Het zijn nare dingen, maar je doet het gewoon. Ik heb ze niet in mijn armen genomen en getroost. Uit zelfbescherming, Ik kon hun leed niet weghalen. Ik kon ze alleen verzorgen.''

Kleicommando
Terug in Neuengamme werkt hij als mandenvlechter, in een smederij en als schilder. Dat geeft zijn uitgemergelde lijf rust en vrijwaart hem van een bijna zekere dood door arbeid buiten het kamp.

Als hij op zeker moment toch de poort uit moet met het 'kleicommando', komt hulp uit onverwachte hoek. Een SS'er geeft Aloserij een baan in de garage. Hij moet de boel schoonhouden en krijgt als beloning restjes eten. "Die SS'er heeft mijn leven gered. Ik wist dat ik het kleicommando niet zou overleven. Als hij er niet was geweest, was ik door de schoorsteen gegaan.''

Van de 6000 Nederlanders in Neuengamme overleven er maar 600. "Ik leefde van dag tot dag. We kregen soms berichten dat de Amerikanen dichtbij waren. Dat bleek vaak valse hoop. Iedere dag probeerde ik een stapje verder te komen.''

In april 1945 worden alle gevangenen geëvacueerd. Een deel blijft achter om het kamp te ontruimen. "Ik wilde daar zo lang mogelijk blijven. Ik dacht: als de Amerikanen doorstoten, ben ik eerder vrij. De Duitsers hadden geen tijd meer om ons uit de weg te ruimen.''

Meer dood dan levend
Aloserij wordt meer dood dan levend naar de haven van Lübeck getransporteerd. In de Lübecker Bocht worden gevangenen en SS'ers ondergebracht op drie Duitse passagiersschepen. Aloserij zit op het cruiseschip Cap Arcona.

In de middag van 3 mei 1945 bombardeert de Britse luchtmacht de schepen, ondanks de waarschuwing dat er ook gevangenen op zitten. De Cap Arcona staat direct in lichterlaaie. Duizenden gevangen zitten in het ruim als ratten in de val. Wie naar buiten probeert te komen, wordt door SS'ers letterlijk terug geschoten.

In de chaos worstelt Aloserij zich langs lijken, ledematen en medegevangenen. Via een koker klimt hij naar het achterdek. "Iedereen die beneden bleef, verstikte door de rook en de brand. Ik heb me uitgekleed en liet me langs een touw in het ijskoude water glijden.''

SS'ers schieten gevangenen die aan boord van een reddingssloep proberen te komen dood. Tussen lijken en uitgeputte drenkelingen zwemt Aloserij naar een leeg rubberen vlot.

Samen met andere overlevenden peddelen ze naar de kust bij Neustadt, dat inmiddels door de Britten is veroverd. Slechts 400 van de 7000 gevangenen overleven het bombardement op de schepen. Alleen al op de Cap Arcona komt 95 procent om.

Ruim 300 gevangenen komen levend van het schip. Velen overlijden in de weken die volgen alsnog, door alle ontberingen die ze hebben moeten doorstaan. Aloserij is de laatste getuige die het nog kan navertellen.

Eind mei 1945 wordt hij herenigd met zijn zus en moeder. "Toen mijn moeder me weer zag, zei ze: Wim, Maria heeft jou geholpen. Ik zei: ik heb Maria anders in het kamp nooit gezien.''

Nachtmerries
Aloserij houdt aan de oorlog longproblemen en een kampsyndroom over. Hij heeft nachtmerries. "Ik droomde dat ze me opjoegen. Thuis sprak ik met geen woord over de oorlog. Mensen hadden ook geen belangstelling voor mijn verhaal. Ze waren alleen bezig met feesten. Daardoor klapte ik volledig dicht. Mijn vrouw, een goede dokter en het geloof hebben me op de been geholpen.''

Afgelopen november bezocht Aloserij met schrijver Frank Krake voor het eerst in 60 jaar weer de twee Duitse kampen. In Husum resten slechts de Wasserhahn - een waterkraan waar gevangenen als straf op moesten zitten -, een stuk schoorsteen en 297 verroeste zuilen met de namen van de geregistreerde doden.

"Ik kan niet meer boos worden'', zegt Aloserij. "Ik heb de neiging om mijn emoties te onderdrukken. Van binnen voel ik wat er gebeurd is. Ik heb er zoveel ellende gezien en meegemaakt. Maar ik hield mijn geest buiten het kamp en sloot me af voor alle smart en pijn. Ik had de wil om te overleven, en daar geniet nog iedere dag van.''

De Laatste Getuige, Frank Krake, Uitgeverij Achtbaan

Wim Aloserij op een foto aan het begin van de oorlog.Beeld Privé
Wim Aloserij en Frank Krake, schrijver van het boek De Laatste Getuige.Beeld Rob Voss
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden