Zonder de Punt geen De Hoop

Cor Splinter bij de Punt, relikwie van de oudste sportvereniging van Amsterdam. Het begon met een kort roeitochtje in 1848. Foto Marcel Israel www.marisfo.nl

Elke club heeft ze. Prominent boven de bar, of verscholen in een hoekje. Pronkstukken. Ze vormen de schatkamer van de amateursport.

'Dat we koninklijk zijn,'' zegt een dame, gevraagd naar het pronkstuk van de Koninklijke Amsterdamsche Roei- en Zeilvereeniging De Hoop. Een ander, Annet Wendte, schudt haar hoofd. Ze loopt het botenhuis in. ''Ik zal je eens wat laten zien.''

Er hangt een sfeer van verwachting. Niet zozeer door wat komen gaat, maar door de boten die omgekeerd rusten voor de volgende vaart. De namen maken nieuwsgierig: Dirk China, Jan de Lapper, Sier de Liefde, allen zeevaarders uit een ver verleden.

Op een bouwsteiger achterin de loods ligt een deel van een boot, zo lijkt het. Het houten binnenwerk is geheel bedekt met lood. ''Dit is de Punt,'' zegt Wendte. ''Het is gebaseerd op de punt van een wherrie (de moeder aller roeiboten, red.) en hing hier aan de Amstelzijde van het gebouw.'' Ze wijst naar een spelonk in de muur van het botenhuis. ''Maar je moet eigenlijk Cor Splinter hebben, onze vroegere bootsman. Hij weet alles van dit gebouw.''

Cor Splinter (76) is vanaf 1955 ruim 47 jaar bootsman geweest bij De Hoop. ''Ik heb zelfs nog een paar jaar in de bedrijfswoning gewoond,'' zegt hij een paar dagen later in het botenhuis. De bootsman was verantwoordelijk voor het onderhoud van de vloot. Vele heeft hij zelf nog gebouwd. Twee dames vragen hem om advies. ''Ik zou de lage niet nemen, dan lig je te diep in het water. Die is eerder voor de jeugd.'' Later met een knipoog. ''Tegen een dame zeg je niet dat ze te zwaar is voor een boot.''

Dankzij een verbouwing is de Amstelzijde van het gebouw, dat stamt uit 1952, nu zonder boot te bezichtigen. Splinter: ''Zie je die toeter? Daaronder zat de Punt.'' Boven de toeter zit het Kraaiennest, de bijnaam voor de bestuurskamer, die uit de zijgevel steekt. ''De finish van alle door de Hoop georganiseerde wedstrijden lag ter hoogte van de Punt,'' legt Splinter uit. ''De wedstrijdleiding toeterde de deelnemers vanuit de bestuurskamer af.''

Maar de Punt is meer dan het einde van een roeiwedstrijd. In een lichte ronding staan twee jaartallen: 1848-1923. Het eerste is het oprichtingsjaar. De Hoop is de oudste sportvereniging van Amsterdam. Enige jonge lieden van den beschaafden stand stapten op 26 mei 1848 in een roeisloep voor een tocht naar Diemerbrug. Bewegen voor eigen vermaak, dat was nog nooit vertoond. De wortels van de Amsterdamse sport liggen dus in een boottochtje van een half uur.

In artikel 1 van de oprichtingsbepalingen is het plezier reeds ingeruild voor een hoger doel, namelijk: 'de aanwakkering van al hetgeen tot het Zeewezen in verband staat'. Dat trekt de aandacht van Hendrik de Zeevaarder, zoon van koning Willem II, die reeds een jaar na de oprichting het erelidmaatschap accepteert. De band met het koningshuis was gelegd en zou nooit meer verdwijnen.

Koningin Beatrix is nog altijd beschermvrouwe. Cor Splinter ontmoette haar tien jaar geleden bij het 150-jarige jubileum. ''Niemand had mij verteld hoe ik haar moest aanspreken, dus ik zei maar gewoon mevrouw,'' zegt Splinter. ''Ik heb haar het botenhuis getoond. Een scherpe vrouw. Ze vroeg van alles, maar na zeven minuten was het klaar.''

Het gedenkboek Aan de boorden, 150 jaar roeien in Amsterdam toont alle clubgebouwen in de lange historie van De Hoop. De prachtige houten paleizen in de Amstel laten zien dat De Hoop een chique vereniging was, voor de elite. In die zin was in de jaren twintig de keuze voor Michel de Klerk als architect voor alweer het vierde clubgebouw een vreemde. De Klerk was groot geworden met zijn sociale woningbouwprojecten in Amsterdamse schoolstijl. Hij wilde de arbeiders verheffen, terwijl De Hoop een vereniging was voor advocaten, medici, directeuren, ingenieurs en architecten.

Naast Het Schip in de Spaarndammerbuurt ontwierp De Klerk toch een tweede 'schip' voor De Hoop, niet ver van het Amstelhotel. Het gebouw werd in 1923 officieel geopend. Dat verklaart het tweede jaartal op de Punt. De Klerk nam de sierlijke constructie op in zijn ontwerp om de scheepvaart op de Amstel te waarschuwen dat er een gebouw in het water lag.

Het lantaarntje dat op de Punt was geplaatst ligt thuis bij clubarchivaris Rob Melchers (78). ''Ik vond het laatst ergens in een hoekje bij De Hoop.'' De Duitsers installeerden in 1944 een deel van hun geschut op het Amstelhotel. ''Ons clubgebouw lag in het schootsveld en moest worden afgebroken.''

De inhoud van de prijzenkast en de boten werden in veiligheid gebracht, maar het was de vereniging Quellinus, de voorloper van de Rietveldacademie, die het gebouw op waarde schatte. ''Het bestuur van Quellinus vond het vreselijk dat een gebouw van het grote talent De Klerk werd gesloopt,'' zegt Melchers.

''Het ontfermde zich met behulp van een aannemer over een aantal pronkstukken, die allemaal terugkeerden in het huidige gebouw.'' Naast de Punt zijn dat de toegangsdeuren, de klok en de grote vlaggenmast. Melchers: ''Het zijn de relikwieën van de vereniging. Alleen weten steeds minder leden de betekenis ervan.'' (STEVEN VAN DER GAAG)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden