Column

Zoekt u uw fiets? Nou, die hebben ze meegenomen. Voor Willem en Máxima.

Theodor Holman

Ik moest naar de Bijenkorf. Ik zette mijn fiets op de Nieuwezijds neer. Bij terugkomst bleek mijn fiets verdwenen te zijn. Het was fiets honderdenzoveel die van mij was gestolen en dus wond ik me enigszins, maar niet heel erg op. Ik zou wel met de tram naar huis gaan.

Op weg naar de halte besefte ik ineens: niet alleen mijn fiets was gestolen, alle fietsen waren weg! Hè? Wat nu? Dit kon toch niet?

Het gekke is dat mijn geest, die vol vooroordelen zit, onmiddellijk beelden tevoorschijn toverde van criminele jeugdbendes uit uitheemse volkeren die gespecialiseerd zijn in het bij daglicht in een drukke winkelstraat vergaren van grote hoeveelheden rijwielen. Totdat ik dacht: dat is onzin.

Nu gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat ik werd geholpen door een aardige vrouw, die zei: 'Zoekt u uw fiets? Nou, die hebben ze meegenomen, hoor. Voor Willem en Máxima.'

Ondanks de vreemde zinnen begreep ik toch meteen wat er aan de hand was: mijn Gazelle was door de gemeente Amsterdam geconfisqueerd omdat de stad er netjes uit moet zien voor de troonswisseling.

Maar moesten ze dan nu al, 23 april, de stad van fietsen ontdoen?
Ik was ziedend, er kwam stoom uit mijn oren! Kregen we echt een koning die tegen de burgemeester zou zeggen: 'Zeg, Van der Laan, had je voor dat feestje dat jullie voor mij organiseren, niet effe die fietsen kunnen verwijderen?'

Op het Spui zag ik de vrachtwagen waarop de in beslag genomen fietsen stonden. Ik ging erheen en schreeuwde: 'Hé, stelletje bijgoochems, welke zwijnenkut heeft mijn fiets op die teringkar gezet?'

Een allerliefste man uit een land hier ver vandaan draaide zich naar me toe, met een glimlach van oor tot oor, en zei: 'Hallo jij, wat jij segt?'
'Mijn fiets staat op jullie auto,' zei ik.

'O,' zei de man, 'is welk fiets?' Ik wees mijn fiets aan. De man zei: 'Ik gef jou. Wij fietsen weg voor fest. Fiets moi, fiets slot ook, fiets moer, geft niet, oppak.' En die glimlach weer.

Even later trapte ik naar huis. Ik had de pest in. Niet vanwege die man, integendeel. 'Het spijt me, mijnheer, dat ik u een zwijnenkut heb genoemd,' wilde ik nog tegen hem zeggen, maar ik had het niet gedaan.
Bij deze.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden