PlusPS

Zo werd het Amsterdams Lyceum een van de populairste scholen

Het Amsterdams Lyceum in Zuid geldt na honderd jaar als een van de populairste scholen van de stad. Dat is deels te danken aan een heldhaftige rector, die openlijk protesteerde tegen de anti-Joodse maatregelen.

Het schoolgebouw aan het Valeriusplein, begin jaren twintig, voor de aanleg van de brug over het Noorder AmstelkanaalBeeld Stadsarchief

Elke pilaar in de aula van Het Amsterdams Lyceum staat volgeschreven met namen van oud-leerlingen. De oudste eindexamenlichting dateert uit 1921, de jongste uit 2016. Toen de pilaren vol raakten, ging de school verder op borden in de gang.

De eerste rector C.P. Gunning (1886-1960) was met deze traditie begonnen. De classicus was zeer ­begaan met zijn leerlingen. Eens van het lyceum, altijd van het lyceum, was zijn devies. Nooit vonden (oud-)leerlingen een dichte deur als ze bij hem aanklopten.

Op tijd in bed
Om cijfers was het hem, tot verdriet van sommige leraren, minder te doen. Het ging de christelijk-humanistische Gunning, zelf vader van zes kinderen, vooral om de ontwikkeling van het kind. Zijn betrokkenheid ging ver.

Hij kwam bij een leerling thuis om te controleren of die op tijd in bed lag, nam kinderen die het moeilijk hadden mee op vakantie en schreef alle rapporten van de destijds vijfhonderd leerlingen met de hand. Toen zijn leerlingen Jan en Tony Guépin slechte resultaten behaalden, schreef Gunning hoogstpersoonlijk een brief naar vader Guépin, die hij kende als een ambitieus man.

Gunning, zo staat in het jubileumboek Eens van het Lyceum... van Paul Gerretsen te lezen, schreef hem dat hij zijn kinderen niet te zwaar moest berispen.

Ook de ouders van Toon Schmeink, later adjunct-hoofdredacteur bij Het Parool, ontvingen een brief nadat zij zorgen uitten over de slechte vorderingen van hun zoon. Ze dachten dat de rector wel korte metten zou maken met Toons activiteiten voor de (nog steeds bestaande) Aulacommissie.

Buitenschoolse activiteiten
'Maak u niet ongerust, ik zorg dat Toon zijn eindexamen haalt. En vergeet u niet: wat Toon leert in de Aulacommissie is voor zijn latere leven veel belangrijker dan u nu denkt,' schreef Gunning. Hij had als voorvechter van het lyceum als nieuw schooltype (gymnasium en hbs) in 1917 Het Amsterdams Lyceum opgericht en hechtte zeer aan buitenschoolse activiteiten als roeiclub De Drietand en de Aulacommissie.

De buitenschoolse activiteiten waren een voorbereiding op het verenigingsleven in de studententijd, zegt Max Rood in het in 2002 uitgekomen boek Geschoold van (oud-)docenten Patrick van den Hanenberg en Rob Hendriks, met veertig portretten van oud-lyceïsten.

De eerste jaren zetelde de school aan de De Lairessestraat 112-114, daarna betrokken de leerlingen het nieuwe, door architect H. Baanders ontworpen gebouw in Amsterdamse Schoolstijl aan het Valeriusplein. Voor de aula met spreekgestoelte maakte kunstenaar Richard Roland Holst de glas-in-loodramen. Veertien jaar na de oprichting kreeg het lyceum zijn eigen 'buitenhuis', Wolkenland in de Gelderse gemeente Beek bij 's-Heerenberg, waar de klassen nog elk jaar naartoe gaan.

Rituelen
Gunning was een man van rituelen. Voor geslaagde leerlingen was er in de aula een plechtig afscheidsritueel waarbij Gunning de naam van iedere leerling riep. Frits Tellegen kon, zo staat in het jubileumboek, in 1937 tot zijn verdriet wegens ziekte niet komen op het afscheid.

De leerling toog enkele dagen later naar de kamer van de ­rector. Gunning begreep zijn leed, stond op, trok zijn jasje aan, sprak gedragen de naam Frits Tellegen uit en drukte hem de hand. Ook de eersteklassers kregen aan het begin van hun schooltijd een handdruk van Gunning, de zogenoemde Lyceumhandslag.

Paula Joachimstal die in 1938 op school kwam, weet nog dat ze werd toegezongen door de hogere klassen: 'Komt, wees welkom in ons midden, onze rijen vult gij aan.'

De aula, 1924Beeld Jubileumboek 'Eens van het lyceum...'

In de oorlog hield de principiële Gunning zijn rug recht. Hij wilde geen Ariërverklaringen laten ondertekenen en weigerde in 1941 zijn 72 Joodse leerlingen en leraren weg te sturen.

Hij protesteerde openlijk tegen de anti-Joodse maatregelen en werd begin 1942 ontslagen en drie maanden vastgezet in kamp Amersfoort, een berucht kamp dat bekend stond om zijn wreedheden.

Het Gunning
Het schoolgebouw werd meermalen gevorderd door de Duitsers. In die jaren zaten boven het plafond in de aula ook enige tijd onderduikers verstopt, jongens die aan de Arbeitseinsatz wilden ontkomen. De rectorswoning werd het onderkomen van Duitse officieren. "Gunning sloeg kort voor zijn vertrek het hele sanitair aan diggelen. Zie je het voor je, in zijn driedelige pak?" zegt Roel Schoonveld (67), de vijfde rector van het Amsterdams.

Gunning kwam na de oorlog terug en bleef tot 1952 rector. Daarna kreeg het lyceum - destijds 'Het Gunning' genoemd ­- om de tien jaar een nieuwe ­rector.

Op 'het Amsterdams' zaten voor en na de oorlog veel kinderen uit hogere en bekende milieus, violist Theo Olof, oud-minister/jurist Max Rood, oud-burgemeester Ed van Thijn en leerlingen met dubbele namen, onder wie oud-minister Ernst Hirsch Ballin en bekende kunstenaars en schrijvers als Bernard Haitink, Remco Campert en telgen uit de familie Roland Holst.

Van sommige leerlingen, ­zoals grafisch ontwerper Roland Boelen, zaten de groot­ouders en ouders ook al op school. Polo de Haas (pianist), die vlak na de oorlog op school kwam, kreeg zelfs de sleutel van de ­aula zodat hij op in het weekend op het pijporgel kon oefenen. "Zijn hart brak toen hij jaren later hoorde dat het imposante pijporgel was afgebroken om meer ruimte in de aula te maken," aldus de schrijvers van ­Geschoold.

Rijk tuig en alto's
"Het waren allemaal zonen en dochters van. De vader was al gauw de directeur van het Concertgebouw of de moeder chansonnière," zegt Eddy Terstall (regisseur) die er leerling was in de jaren zeventig. Een rare mix, vertelt oud-leerling Gijs Scholten van Aschat die er ook in de jaren ­zeventig op school zat, in het boek Geschoold: behoorlijk wat kak, 'rijk tuig' (waar de acteur als zoon van een bankdirecteur zelf ook toe behoorde), Joodse confectie en alto's.

Scholten van Aschat hield zich op school al bezig met ­toneel en vertolkte in een voorstelling met een vriend de rol van politieagent. In de gehuurde politie-uniformen gingen ze na de generale nog even 'posten' op het Valeriusplein.

"Brommers aanhouden, plaatje en papieren controleren. Eigenlijk konden we ook best auto's aanhouden. Ontzettend leuk!" Tot ze een Alfa Romeo aanhielden en een politiepet op de voorbank zagen liggen. "Aha, een ­collega. Rijdt u maar door," probeerden ze nog. Het 'feestje' eindigde in de cel wegens het onrechtmatig voordoen als politieman.

Oud-burgemeester Gijs van Hall en rector C.P. Gunning (rechts), 1957Beeld Stadsarchief

Roel Schoonveld, die 46 jaar geleden als scheikundeleraar op het Amsterdams aan de slag ging, is inmiddels 32 jaar rector. Het wordt zijn laatste jaar. "We hebben veel uit de tijd van Gunning overgehouden. De sfeer op school wordt nog steeds geroemd. Er heerst hier een zekere luchtigheid. De buitenschoolse activiteiten en rituelen zijn er ook nog steeds."

De eersteklassers ­komen de eerste dag onder het luiden van de aulaklok binnen en worden op de dag van de uitreiking van hun eindexamen met dezelfde klok uitgeluid. "Ze krijgen ook stuk voor stuk een persoonlijk praatje van de afdelingsleider."

Jaarlijkse herdenking
Een van de tradities is de jaarlijkse herdenking in april waarbij de 95 oud-leerlingen en -leraren worden herdacht die de oorlog niet overleefden omdat ze Joods waren of in het verzet zaten. Hun namen staan op een gedenkplaat in de aula en worden voorgelezen. "Ik heb de herdenking niet verplicht gesteld. Dat vind ik strijdig met het idee van herdenken. De leerlingen komen in groten getale. Mooi om te zien."

Vanaf de jaren zestig ging het slechter met het lyceum. Door de Mammoetwet in 1968 kwamen de mavo en de ­havo erbij en bleven steeds meer kinderen met een vwo-advies weg. "Geheel ten onrechte," zegt Schoonveld. De categoriale gymnasia raakten vervolgens in trek.

klassenfoto uit 1920, drie jaar na oprichting van Het Amsterdams LyceumBeeld Jubileumboek 'Eens van het lyceum...'

Het lyceum kreeg te maken met een drastische daling van het aantal leerlingen (van 800 naar 600).

Het schoolgebouw verkeerde in erbarmelijke staat, de ­financiën ­lieten te wensen over en het imago van de school was slecht.

Onder Schoonvelds leiding werden het vmbo en de havo afgebouwd. "Om te kunnen concurreren was het ­nodig om het lyceum overeind te houden. Het was bijna gedaan met het Amsterdams."

Het pakte goed uit. Het ­Amsterdams Lyceum is met 240 inschrijvingen een van de populairste scholen van de stad; de school heeft 1100 leerlingen. "We hebben toen tientallen zaken grondig verbeterd, zoals het onderwijs, de financiën, de pr, het gebouw en de leerlingenwerving. Nu gaat het goed met de school."

In het Stadsarchief is t/m 19 februari een gratis expositie gewijd aan het honderdjarig bestaan van Het ­Amsterdams Lyceum, met foto's van de school en aula, de gymnastiekles, klassenfoto's, Wolkenland, oude schoolkranten en de rectorswoning.

De huidige rector Roel SchoonveldBeeld Rink Hof
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden