Plus

Zo maak je je balkon lenteklaar

De lente hangt in de lucht, tijd om het balkon op te frissen. Waar begin je? En welke planten doen het goed op driehoog? Enkele balkontips- en adviezen.

Beeld Ted Struwer

Eerst inventariseren
Met oplopende lentekriebels duikt de balkonbezitter vaak meteen het tuincentrum in om flink in te slaan. Slecht idee, zegt Diana Jurgens van het bedrijf DeTuinvrouwen. Haar eerste tip: inventariseer wat voor balkon je hebt. "Is er veel wind of niet? Heb je veel zon of juist veel schaduw? Met het kompas op je telefoon kun je dat checken."

Door die inventarisatie weet je dat sommige planten niet kunnen op jouw balkon, ook al zien ze er op dat Pinterest-plaatje nog zo leuk uit. Jurgens: "Een balkontuin is niet een kant-en-klaar project. Afhankelijk van je locatie en hoeveel tijd je in het onderhoud wilt investeren, moet je het zien als een persoonlijk project waarbij je de tuin beetje bij beetje opbouwt."

Hoe te beginnen?
De balkonvloer kun je bedekken met houten terrastegels of houten vlonders. Maar een goedkopere optie - mits je een betonnen ondergrond hebt - is betonverf. "Zo'n ­gekleurde ondergrond geeft meteen sfeer," zegt tuinontwerper Jan Schep (58) van Dubbelgroen, die ook een tuinwinkel heeft op de Czaar Peterstraat. "Lichtblauw bijvoorbeeld; dat combineert mooi met het groen van de planten."

Wie een beetje privacy wil, kan aan de slag met plastic of bamboematjes voor tussen de spijlen. Een natuurlijker alternatief zijn wilgentenen. Schep: "Houd er wel rekening mee dat die takken door de zon gaan uitdrogen en zullen breken. Je doet er zo'n drie jaar mee." Een andere optie is volgens Jurgens een haagje van bamboe- of rietplanten. "Ook handig om jezelf wat uit de wind te houden. Want op twee-, driehoog waait het altijd."

Koop niet het tuincentrum leeg
Een herkenbaar tafereel voor de enthousiaste stadstuinier: in het tuincentrum valt je oog op dat schap met vol in bloei staande planten. Je zet er meteen twee in je karretje. Maar drie dagen later hangen ze er op je balkonnetje al treurig bij en drie weken later zijn ze dood. "Logisch, ze kwamen daarvoor uit een warme kas," zegt Jurgens. "Koop dus niet als een debiel dat tuincentrum leeg, maar begin met een stuk of vijf vaste planten die pas op jóuw balkon gaan bloeien."

Met een zonnig balkon is een olijfstruik of een oleander een mooie vaste plant, zegt Jurgens. Op het noorden doen varens het goed - met verschillende soorten in één bak ontstaat een jungleachtig geheel.

Ook Mila van de Wall, oprichter van de stadstuinwinkel Wildernis in de Bilderdijkstraat, raadt aan te kiezen voor een aantal vaste basisplanten. "De kardinaalshoed, viburnum en skimmia zijn mooie struikplanten die ook in de winter groen blijven. Als ze te groot worden, kun je ze bijsnoeien."

Kast, tafel, stoel
Tuinontwerper Jan Schep is er stellig in: elke buitenruimte heeft een rommelhok nodig. "Je kunt het moeilijk allemaal in je keukenla leggen." Schep adviseert de lelijkste muur op te offeren voor een balkonkast, waar het tuingereedschap, tuinkussens, de potgrond en mogelijk ook een compostemmer in passen. "Als je daarin alleen 'droog' ­materiaal weggooit - eierschalen, koffie uit het filter, het loof van de wortels - komt er geen ongedierte op af."

Groenevingersexperts

Diana Jurgens (56) runt met Menke Peper DeTuinvrouwen, dat Amsterdamse stadstuin­bezitters adviseert.

Jan Schep (58) ontwerpt tuinen en heeft ook tuinwinkel Dubbelgroen op de Czaar Peterstraat.

Mila van de Wall (43) is oprichter van de stadstuinwinkel Wildernis in deBilderdijkstraat.

Het is ook belangrijk om op een fijne plek je ochtendkoffie te kunnen drinken. Van de Wall tipt de balkontafels van Esschert die je over de reling kunt hangen. De opklapbare vlinderstoelen van Lafuma zitten goed en gaan volgens Van de Wall jaren mee.

Liever één grote bak dan tien potjes
Om zo efficiënt mogelijk met de kleine balkonruimte om te gaan, kiest Schep altijd voor één grote bak in plaats van potjes. "Je kunt ook van die grote plastic betonkuipen kopen en daar een houten ombouw omheen maken, die je kunt gebruiken als rugleuning met een bankje ervoor."

Ook Jurgens ziet dat mensen vaak te 'pielerig' met potjes aan de slag gaan. "Een plantenbak moet sowieso twee keer zo groot zijn als de kluit; dat is een basisregel. Ook ben ik fan van combinatiebakken waarin verschillende planten, kruiden of bloemen door elkaar staan. Dan hebben ze ook grotere kans om te overleven. Vier planten samen zijn sterker dan één los plantje."

Een onderschat element in het levend houden van balkonplanten, is goede potgrond, zegt Van de Wall. "Mensen kopen een zakje potgrond bij de supermarkt, maar dat is giftige troep. Ik gebruik altijd de biologische potgrond van Biokultura. En voor de planten die je al wat langer hebt, is het goed ze elke twee á drie jaar verse potgrond te geven."

Verticaal tuinieren?
Verticaal tuinieren klinkt als een handige oplossing voor de krappe Amsterdamse balkonnetjes. Zo'n verticaal systeem met hangzakken voor tuinkruiden en verdiepingslagen vol planten is, volgens Jurgens, bewateringstechnisch wel een uitdaging. "Doordat de planten vaak vol in de zon hangen, hebben ze veel water nodig. Een automatisch ­irrigatiesysteem is dan de enige garantie voor succes, tenzij je in de zomer dagelijks twee keer per dag met een gieter klaarstaat."

Wil je toch iets doen aan die saaie balkonwanden? Dan is een klim- of een leiplant een makkelijkere oplossing. Jurgens: "Ik heb een balkon op het zuiden en daar doet de Toscaanse Jasmijn het heel goed. Op het noorden zou ik voor een gewone klimop kiezen; die groeit overal."

Van de Wall adviseert de eenjarige klimplant Suzanne-met-de-mooie-ogen voor een zonnig balkon. "Dat is een heel dankbare plant: groeit als kool en er komen prachtige bloemen aan. De Oost-Indische kers is ook leuk; die groeit supersnel, is makkelijk in onderhoud en ook nog eetbaar. Lekker in de salade bijvoorbeeld"

Andere opties voor aan de muur zijn houten harmonicarekjes, zegt Van de Wall, waar je behalve een klimplant, ook losse potjes aan kunt hangen met een S-haak, macraméhangers of sfeervolle lampionnetjes.

Laatste tip: overwin je tuinangst
Diana Jurgens geeft een paar keer per jaar met haar compagnon in de Wilderniswinkel workshops over stadstuinieren. Ze treft daar vaak mensen met 'tuinangst'. "Ze roepen meteen: bij mij gaat alles altijd dood! Ik heb geen groene vingers! Dan leggen wij uit dat je voor tuinieren geen geleerde hoeft te zijn en dat het vooral van belang is niet in één keer te veel te willen."

Dat niet te veel willen, is een bekende valkuil, aldus Jurgens. "Je hebt niet in één keer een showtuin op je balkon - dat moet je accepteren, anders geeft dat teleurstellingen. Laat dat droombeeld los, begin simpel en geef je planten voldoende water."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden