Plus

Zo effectief mogelijk de wereld verbeteren

Weg met al die onderbuikgevoelens, zet geld, tijd en carrière in voor het goede doel. Effectieve altruïsten weten wel hoe we van de wereld een betere plek moeten maken.

Voor onderbuikgevoelens of het strelen van je ego is bij effectief altruïsten geen plekBeeld Odlio Girod

Gooi twee euro in een willekeurige collectebus en je voelt je vermoedelijk best wel goed. Maar vraag je je daarna ooit af welk effect jouw bijdrage nou echt heeft? Waarschijnlijk niet.

Onbegrijpelijk, vinden effectieve altruïsten, een internationale filosofische beweging die nog geen tien jaar oud is maar wereldwijd miljoenen ophaalt om aan goede doelen te doneren. Het idee: elke opgehaalde euro moet zo effectief mogelijk worden ingezet. Oftewel: hoeveel mensen help je en hoeveel help je ze?

Rationele benadering
Het is een bekend verhaal: iemand wil graag een steentje bijdragen en stapt op het vliegtuig naar bijvoorbeeld Oeganda. Met je eigen handen een waterput bouwen, dat geeft gegarandeerd een voldaan gevoel. Toch zegt de effectief altruïst: blijf lekker thuis.

De wereld is meer geholpen als je hetzelfde bedrag doneert aan een organisatie die beter is in het bouwen van putten dan jij, en die niemand op en neer hoeft te vliegen. Grote kans dat hetzelfde geldbedrag meer putten oplevert. En dat is effectiever.

Deze rationele benadering is het basisidee van effectief altruïsme, dat logica en wetenschap gebruikt om de wereld zo efficiënt mogelijk te verbeteren. Voor onderbuikgevoelens of het strelen van je ego is bij hen geen plek.

Het Britse Giving what we can is een van vele organisaties die deze manier van denken inzetten om, op basis van wetenschappelijk onderzoek, te adviseren welke goede doelen het effectiefst zijn. De informatie is gratis en voor iedereen toegankelijk, maar bij de community horen is allesbehalve vrijblijvend.

Leden worden geacht tien procent van hun bruto jaarinkomen aan deze effectieve goede doelen te doneren. Voor de rest van hun werkende leven. Om dat kracht bij te zetten tekenen de leden een online pledge, een belofte.

Blindengeleidehond
De adviezen gaan vaak tegen onze intuïtie in. Het is bijvoorbeeld effectiever om mensen aan de andere kant van de wereld te helpen dan je buurman. Met hetzelfde geldbedrag help je immers meer mensen in ontwikkelingslanden dan in Nederland.

"In Engeland kost een blindengeleidehond 30.000 pond," zegt Giving what we can-woordvoerder Larissa Rowe. "Maar voor twintig pond kun je in een ontwikkelingsland iemand met een simpele operatie van blindheid genezen. Help je dan één iemand, die zelfs na de donatie nog steeds niet kan zien, of genees je 1500 mensen?"

Voor Imma Six (26) is deze manier van denken meer dan logisch. De softwarebedrijfmedewerker is een van de eerste Nederlanders die de belofte ondertekenden. "Ik was altijd sceptisch over goede doelen," zegt Six. "Natuurlijk hoorde ik over armoede en ziektes en ook over mensen in Nederland die het moeilijk hebben. Ik vond het te veel. Welk probleem is nou het belangrijkst?"

Peter Singer
In 2012 woonde ze een lezing bij van de Australische filosoof Peter Singer. De Princetonhoogleraar wordt gezien als een van de grondleggers van effectief altruïsme. "Pas toen ik de harde cijfers en onderzoeken zag, besefte ik dat het werkt," zegt Six. "Dat je met een kleine bijdrage een grote impact kunt hebben."

Eind vorig jaar ondertekende ze de pledge bij Giving What We Can. "Daarvóór doneerde ik al, maar nu is het alsof ik een beetje bij de club hoor. Het is niet bindend en ik word niet officieel gecontroleerd, maar het is wel een officiële afspraak met mezelf. Dit jaar wil ik twintig procent opzij zetten. Ik werk voltijd en heb daar een goed inkomen aan. Er zijn mensen hier die van veel minder leven."

Six organiseert bijeenkomsten over dit onderwerp. "Ik denk dat er steeds tussen de vijf en tien mensen zijn. Het is nog klein in Nederland. En ik ben een beetje een nerd; cijfers en data vind ik leuk. Maar langzamerhand leer ik ook een steeds beter verhaal te vertellen."

Haar redenering is glashelder: "Voor mij zijn, moreel gezien, alle mensen gelijk. Landsgrenzen maken mij niet uit. Mijn buurman en een kind in Afrika tellen even zwaar, maar de één kan ik veel beter helpen met mijn bijdrage."

Sinterklaas
Filantropieonderzoeker Kellie Liket (30) adviseert, vanuit de Erasmus Universiteit, de overheid en goede doelen over hoe ze geld zo effectief mogelijk kunnen inzetten. Haar conclusie: "De meeste dingen die heel goed klinken, werken helemaal niet."

"Tien jaar geleden werkte ik bij een microkredietorganisatie, toen ik besefte: dit is een miljardenenindustrie die helemaal niet werkt. Mijn hele wereld stortte in." Liket ging ontwikkelingsstudies studeren en leerde het verschil tussen 'goede' en 'slechte' goede doelen. Tijdens haar promotieonderzoek belandde ze op Harvard.

"Daar ontdekte ik effectief altruïsme en Giving What We Can. Ik heb meteen de grondleggers van de organisatie opgebeld en gevraagd: wat kunnen wij in Nederland doen?"

"Het duurde een halfjaar om mijn man over te halen," zegt Liket. "Maar zes jaar geleden begonnen wij met het doneren van tien procent." Ook Liket overweegt haar bijdrage naar twintig procent op te schroeven.

Het resultaat is een huishouden waarin er altijd wordt nagedacht of iets echt nodig is. "Ik koop altijd tweedehandskleding en met sinterklaas krijgen ze een stuk minder cadeaus dan hun klasgenoten. Dan zeg ik: onze Sinterklaas wil graag dat andere kinderen ook wat krijgen."

Het tekenen van de belofte geeft ook rust. "De vraag is natuurlijk: waar stopt het? Die pledge is een afbakening. Het is echt niet zo dat je permanent verdrietig moet zijn omdat je rijk bent."

De meest effectieve manier
In haar werk speelt het effectieve denken ook een steeds grotere rol. "Bij het evalueren van goede doelen keek ik vroeger alleen of het werkte of niet. Nu is daar de vraag bijgekomen of dit ook de meest effectieve manier is om het doel te bereiken." Ze noemt de conditional cash transfers van de Wereldbank: onder voorwaarden geld geven aan mensen in nood.

"Moeders krijgen geld als ze hun kind een jaar naar school sturen. Dat klinkt als een win-winsi­tuatie, maar het blijkt dat moeders informeren over het belang van onderwijs vierhonderd keer zo effectief is."

Mensen onderschatten volgens Liket de impact die ze kunnen hebben. "Ik heb uitgerekend dat een gezin met een modaal inkomen gemiddeld twee levens per jaar kan redden als ze tien procent van hun inkomen doneren. Dat is ontzettend cool. Waarmee ik absoluut niet wil zeggen dat iedereen dit moet doen. Ik weet niet of dit me was gelukt als ik elk dubbeltje zou moeten omdraaien."

'Mijn buurman en een kind in Afrika tellen even zwaar, maar de één kan ik veel beter helpen met mijn bijdrage'Beeld Odilo Girod

UvA-student Sören Mindermann (20) heeft nog geen geld om weg te geven. Daarom doneert hij iets anders: zijn carrière. "Aan het begin van mijn studie wilde ik uitzoeken welk werk het beste bij mij past. Na veel onderzoek ontdekte ik 80.000 hours, een organisatie die advies geeft over hoe jongeren een positieve impact op de wereld kunnen hebben door de carrière die ze kiezen."

80.000 hours, vernoemt naar het feit dat een gemiddelde carrière uit 80.000 uur werk bestaat, richt zich op onderwerpen met een hoge prioriteit, zoals biomedisch onderzoek, de bio-industrie of klimaatproblemen. Ook zij baseren hun gratis advies op wetenschappelijk onderzoek, uitgevoerd aan Oxford University. Drie uur online testen levert een persoonlijk carrièreadvies op.

"Ik wilde biologie studeren om aan de slag te gaan met kweekvlees," zegt Mindermann. "Maar 80.000 hours zei: ga wiskunde studeren. Daar ben ik beter in en ik kan nog steeds een biotechnische master doen, maar ook veel andere belangrijke dingen."

De studie is bijna klaar, hij moet alleen zijn scriptie nog, maar Mindermann zit in San Francisco om te helpen bij het Centre of Effective Altruism. "Ik vind mijzelf niet idealistisch," zegt hij via Skype. "Ik val gewoon in een grote groep van mensen van mijn leeftijd die op meer dingen impact wil hebben dan alleen op hun eigen leven."

Geven wat we kunnen

Giving What We Can werd in 2009 opgericht door filosoof Toby Ord. Tot nu toe hebben 1877 de 'pledge' ondertekend, onder wie 13 Nederlanders.

De donatie van tien procent ziet de organisatie als de goede balans tussen een serieuze bijdrage en het realistisch haalbare.

Tussen 2009 en 2014 brachten de donateurs gezamenlijk 59 miljoen dollar bijeen. Naar verwachting is hier in 2015 zes miljoen dollar aan toegevoegd.

Giving What We Can ontvangt zelf niets van de donaties.

Sinds 1 januari hebben meer dan 400 mensen de pledge ondertekent. Al hun namen zijn online terug te vinden op de website van de non-profitorganisatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden