Plus

Zo breng je 'oud' en 'nieuw' Noord bij elkaar

In het rap veranderende Amsterdam-Noord leven ouderen, bakfietsouders en migranten vaak langs elkaar heen. Hoe breng je bewoners meer samen?

Beeld Rufus de Vries

In buurthuis de Meeuw in de Vogelbuurt in Noord lijkt de integratie met vlag en wimpel geslaagd. In het onooglijke gebouwtje, waar een vrijwilliger zijn best heeft gedaan om met planten de boel aan te kleden, staat een lieve vrouw achter de bar, praten drie vrouwen, van wie één zonder hoofddoek, over de kosten voor een vlucht naar Marokko, zit een zzp'er op zijn laptop te werken en komt een man met zijn rollator binnen om een praatje te maken.

Dit is oud, nieuw en kleurrijk Noord op zijn best. Maar meestal gaat het anders.

Dan is er wel een buurthuis, maar komt de ene groep, vaak oudere Noorderlingen, voor de bingo, gebruikt een tweede clubje, vaak op de bakfiets, het theater voor muziekles voor hun peuter, en wijkt de derde groep uit naar de gebedsruimte om de hoek.

Noord is een stadsdeel in ontwikkeling. Het gentrificeert, zoals zoveel voormalige arbeiderswijken in grote steden.

Vaak gaat die verandering zelfs al verder terug: ooit gebouwd als arbeiderswijk voor een (witte) onderklasse, veranderden wijken als de Vogelbuurt, Van der Pekbuurt en Tuindorp Oostzaan eerst in een multiculturele buurt van gastarbeiders, om vervolgens, in de afgelopen tien jaar, toevluchtsoord te worden voor creatievelingen en hoogopgeleide stadsbewoners. Bingo, yoga and prayer, heet het onderzoek van UvA-universitair docent antropologie Linda van de Kamp terecht.

En die drie groepen, zo vaak beschreven, en met verve stevig gestereotypeerd, mengen dus niet. Hoeveel tientallen initiatieven daartoe er ook zijn geweest. Er hoefde maar weer een vrolijk clubje theatermakers of kunstenaars tegen een lage huur in een buurt neer te strijken, of er was weer een projectje voor verbinding. Er zijn duizenden, zo niet tienduizenden euro's subsidie tegenaan gegooid, maar echt mengen, dat gebeurt nog steeds niet.

Goedbedoeld
Van de Kamp (38) bekeek die projecten eens nauwkeuriger. Ze deed zestig diepte-interviews, bezocht buurt­bijeenkomsten en evalueerde wijkopera's, buurtbarbecues en ontmoetingsfeestjes.

Beeld Rufus de Vries

Ze heeft twee conclusies, die simpel gezegd hierop neerkomen: de verschillende groepen bestaan eigenlijk niet, in elk geval niet zo zwart-wit. En buurtprojecten om beter ­samen te leven werken alleen als het van onderop komt, vanuit netwerken die al bestaan.

Voor Van de Kamp werd Noord interessant als onderzoeksobject toen ze er in 2008 zelf kwam wonen. Na jaren onderzoek in Mozambique en Brazilië koos ze een antropologisch onderwerp dichter bij huis. In de jaren dat ze onderzoek deed in haar eigen buurt kwam ze nogal wat goedbedoelde initiatieven tegen.

Zo was er het project met de broodpop, waarbij buurtbewoners van een groep kunstenaars een broodpop kregen die ze moesten verzorgen. Aan het eind van de rit kwamen ze allemaal samen voor een optocht, wijn en brood in het Noorderpark. Onmiddellijk haakten Noorderlingen af, ze vonden het sektarisch. "De kunstenaars hadden zich te weinig ingelezen in de geschiedenis van Noord. Veel oud-bewoners waren katholiek opgevoed en vonden de processie ongemakkelijk."

Soms zijn de vrolijke buurtprojecten zelfs schadelijk geweest voor het buurtgevoel. Deden Noorderlingen mee aan een voorstelling, vonden de buren dat ze zich mooier voordeden dan ze zijn. "Zo zijn oude burenruzies weer opgelaaid. De theatermakers vertrokken na de voorstelling weer, maar de bewoners zaten met de scherven."

Ook onschuldige buurtmaaltijden konden ontaarden in ongemakkelijke uitwassen. "Dan werd verteld wat gezond eten is - goedbedoeld, niet helemaal onschuldig." Sommige oudere Noorderlingen hebben namelijk een verleden in heropvoeddorpen Asterdorp of Floradorp. Daar zijn ze als kind jarenlang als asociaal gestigmatiseerd en moesten ze worden heropgevoed volgens de toen heersende mores.

"Adviezen over gezond eten willen ze niet horen, dan voelen ze zich meteen weer teruggezet in dat stigma van asociaal en onaangepast. Sommige bewoners vertelden me dat ze letterlijk hun vingers in hun oren stopten," zegt Van de Kamp.

Frustratie
Maar alleen al de term 'oud-bewoners' is eigenlijk complex. Groepen worden voortdurend als 'oud en nieuw' geframed, zegt ze. Maar wie is oud? En wie is dan nieuw? "Veel oudere bewoners zijn juist in de Jordaan geboren en voelen zich geen oud-Noorderling. Andere hoogopgeleide jonge bewoners zijn wel in Noord geboren, maar worden toch als nieuw gezien, terwijl ze er ook al 30 jaar wonen. En bewoners met een migrantenachtergrond wonen vaak al zo lang in de buurt dat je ze met geen mogelijkheid nieuw kunt noemen."

Fotoserie

Fotograaf Rufus de Vries maakte een fotoserie van bewoners van Amsterdam-Noord en vroeg hem of haar telkens wie zij nog meer kenden in de buurt. Vervolgens legde hij hen vast met de genoemde persoon, en vroeg de andere bewoner dan naar zijn of haar contacten. De expositie Buurtbanden Amsterdam-Noord is te zien in Huis van de Wijk de Meeuw, Motorwal 300.

Beeld Rufus de Vries

Frustrerend, vinden bewoners die er al voor de hype van Noord woonden. Er wordt niet erkend wat ze in al die jaren in de luwte reeds hebben opgebouwd. "Buurtwerk bestond al, ook voordat Noord in trek kwam bij kunstenaars en yuppen. Maar dat wordt weinig gezien, waardoor het protest nu luider wordt," schetst Van de Kamp.

Een groep Noorderlingen is nu tegen de brug over het IJ, vanuit het sentiment dat ze er nooit bij hebben mogen horen, dus nu hoeft het niet meer. "Zij hebben zich vroeger ook jarenlang ingezet voor een betere verbinding tussen Noord en de rest van de stad. Toen zijn ze niet gehoord en nu kan het ineens wel. Dat vinden velen oneerlijk."

Je kunt je ook afvragen of al dat mengen en verbinden wel nodig is, vindt Van de Kamp. "Het is een diepe behoefte van de mens om bij anderen te willen horen die op je lijken. Daarom is mengen moeilijk. Zeker als je je door stijgende huizenprijzen en duurdere winkels bedreigd voelt in je bestaan. Dan ga je niet snel relaties aan met mensen die ver van je af staan."

Overeenkomsten
Toch staan al die verschillende groepen ook weer niet zo ver van elkaar af. Toen Van de Kamp in 2017 naar een avond over de Tweede Kamerverkiezingen ging in een buurthuis, trof ze GroenLinksstemmers zij aan zij met PVV-stemmers. Beide groepen bleken zich zorgen te maken over de huizenprijzen, de gezondheidszorg en goede scholen. Ze zochten het alleen in andere oplossingen.

Ze vond het verrassend hoeveel overeenkomsten er zijn, maar die krijg je niet met een kunstprojectje naar boven. Langdurige projecten werken beter, zegt Van de Kamp. "Vaak zijn er al verbinders in een wijk. Zo is er in de Vogelbuurt een vrouw die vaak in haar voortuin zit. Buren maken een praatje, ze past soms op kinderen. Dat zijn netwerken die al bestaan, waar je met een beetje extra steun van bijvoorbeeld een welzijnsorganisatie echt verschil kunt maken." En begin eerder, zegt ze, net als velen met haar. "Op scholen, op kinderdagverblijven, daar leggen kinderen makkelijk contact."

Maar eerst moeten we stoppen met het benoemen van de verschillende groepen. En het praten óver bewoners, in plaats van met hen. "Op een gegeven moment liepen er bijna wekelijks groepjes projectontwikkelaars, onderzoekers of beleidsmakers door de Van der Pekstraat. Bewoners worden daar wantrouwend van." Zelf wil ze tijdens het gesprek met Het Parool ook niet door de wijk lopen. "Ik probeer daar rekening mee te houden. Ik vraag liever aan mensen: herken jij je in het beeld dat wordt geschetst?"

Van de Kamp benadrukt dat steden voortdurend in ontwikkeling zijn. Dat broedplaatsen bij buurthuizen komen, dat wijken worden opgewaardeerd en metrolijnen worden aangelegd. Mensen kunnen uitstekend samen leven, zolang de een zijn kaartclub kan blijven doen, de ander zijn latte kan drinken en een derde zijn halalvlees kan halen. Samen, of gewoon naast elkaar.

Beeld Rufus de Vries
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden