Plus

Zo bestuur je een tram door de stad: veel bellen en hopen dat het goed gaat

Door een volle binnenstad rijden, 30.000 kilo zwaar, en niet kunnen uitwijken omdat je in de rails vastzit. Hoe is het om zo'n Combino te besturen? Een ritje in een lestram.

Marc Kruyswijk
Parooljournalist Marc Kruyswijk in een Combinotram op de Overtoom Beeld Rink Hof
Parooljournalist Marc Kruyswijk in een Combinotram op de OvertoomBeeld Rink Hof

Slechts een enkeling kijkt op of om als de les­tram door de Leidsestraat kruipt. Het belletje maakt overuren, maar de voetgangers en fietsers (het mag niet, maar wat zijn het er veel!) trekken zich er nauwelijks iets van aan. Ze kijken naar de etalages of zijn verdiept in hun ­mobiele telefoon. Als er één plotseling zou oversteken, ben je kansloos. Uitwijken is geen optie, jij zit met je 30.000 kilo vast in de rails. Het voelt een beetje als God zegene de greep.

Zelf een tram besturen is geen ontspannen ­ervaring. Over het Leidseplein, door de Vijzelstraat en wurmend door de meute op het Sta­tionsplein. Amsterdam wordt drukker en drukker en de mannen en vrouwen van het GVB die de hele dag op straat zijn, die zich van 's morgens vroeg tot 's avonds laat tussen die massa's begeven, die zíen dat niet alleen, die moeten ­ermee dealen. Hoe zou dat zijn?

Ingewikkeld dus. Niet alleen omdat je zo'n eerste keer op de bok van een Combino wel wat anders aan je hoofd hebt dan andere verkeersdeelnemers, maar ook omdat duidelijk wordt dat de tram een dusdanig ingeburgerd verschijnsel is in de stad, dat niemand koud of warm lijkt te worden van je dreigende aanwezigheid. Pal langs de rails staan ze, domweg hun eigen ding te doen. Meisjes op fietsen zijn het ergst. Half met hun voorwiel precies op de plek waar jij erlangs moet met 30 meter tram achter je aan.

"Veel bellen, veel kijken," zegt de zeer ervaren instructeur Nordin Harrando. "Je moet continu scannen. Zijn er potentieel gevaarlijke situaties? Waar heb je geen overzicht? Passeer je een tegemoetkomende tram, bel dan altijd even, het kan zomaar zijn dat er iemand achterlangs komt, die niet goed oplet."

Zwermende toeristen
Zoals binnen-buiten-schouder erin wordt geramd bij beginnende automobilisten, zo hamert Harrando bij debuterende trambestuurders op SBS. Want optrekken met een tram betekent: spiegel-bellen-stroom. Geen overbodige luxe, deze woensdagmiddag in de binnenstad. Het is druk, hoewel niet megadruk. Hoeveel hopelozer moet je je voelen op een zondagmiddag, als het hele centrumgebied afgeladen vol is?

Het is leerzaam, zo'n rit van remise Havenstraat naar het Centraal Station en terug. Als we langs het Stedelijk Museum rijden, wordt vanaf de net iets hogere positie van de bestuurdersstoel overduidelijk dat de zwermende toeristen een risico vormen. Op de haltes zijn ze verdiept in folders en hun omgeving. Alert op alles, behalve op de tram. "Houdt die vader zijn kind vast of houdt dat kind zijn vader vast? Let daarop. In het eerste geval is dat veiliger, als het andersom is kan zo'n kleintje zomaar ineens per ongeluk voor je tram springen."

Bij de rotonde bij de Havenstraat is het, zo aan het einde van de middag, al pittig druk. Auto's op weg naar de snelweg of juist de binnenstad, fietsers en scooters druk in gesprek met elkaar. Ze lijken allemaal geen oog te hebben voor die lestram die een poging doet tot soepeltjes invoegen. "Je hebt voorrang, maar je kan vergeten dat je het krijgt," zegt Harrando. Uiteindelijk lukt het de rotonde op te rijden.

Ingewikkelde stukjes
Het is passen en meten, eigenlijk overal in de stad. Als je gaat staan wachten tot iedereen meewerkt en de tram vóór laat, dan weet je zeker dat je meer stilstaat dan beweegt. Dat geldt voor de grote straten met vrije trambanen als de Overtoom en de Nieuwezijds Voorburgwal, maar helemaal voor de ingewikkelde stukjes. Probeer de Prins Hendrikkade eens over te steken vanaf de Martelaarsgracht. Maar dan zonder iemand te hinderen. Het lukt bijna niet. Harrando: "Je hoopt soms op een beetje meer begrip."

Tegelijk is het ook een kwestie van perspectief natuurlijk. Vanuit de tram zijn, veel meer nog dan voor een auto geldt, fietsers hoofdzakelijk onverantwoordelijke kamikazepiloten die steeds vlak voor je langs nog even passeren. Terwijl je je als fietser vooral afvraagt waarom trams zich niet een beetje inschikkelijker door de stad bewegen.

Harrando, die voorheen ook autorijlessen gaf en ervaring heeft als taxichauffeur, vat het eigenlijk het best samen. "Verkeer is een samenspel en als mensen rekening met elkaar houden is het allemaal echt niet zo ingewikkeld."

Tramnetwerk verandert

Met de komst van de Noord/Zuidlijn gaat het tramnetwerk flink op de schop. Negen van de vijftien tramlijnen krijgen een nieuwe route en sommige nummers komen te vervallen. Dit lijnennet gaat vanaf 22 juli volgend jaar in, als de Noord/Zuidlijn volgens de planning in gebruik wordt genomen.

De routes worden verlegd om te voorkomen dat trams bovengronds min of meer dezelfde route afleggen als de metro ondergronds. In het nieuwe model vormen de tramlijnen niet langer een 'spinnenweb' rondom Centraal Station, maar een 'visgraat', met de Noord/Zuidlijn als ruggengraat. Ook een aantal lijnnummers wordt vervangen of geschrapt: de nummers 9, 10 en 16 keren niet meer terug. Daarvoor in de plaats wordt de, eerder opgeheven, tramlijnen 11 en 19 nieuw leven in geblazen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden