PlusColumn

Zit je in de put, draai dan de Vijfde van Beethoven

Eerste hulp bij klassieke muziek van Erik Voermans, met deze week: De Vijfde symfonie van Beethoven.

Erik Voermans Beeld Linda Stulic
Erik VoermansBeeld Linda Stulic

De Vijfde symfonie van Beethoven is een typisch voorbeeld van muziek die durch Nacht zum Licht gaat, of, om de latinisten onder ons tevreden te stellen, per ­aspera ad astra, wat zo veel betekent als 'via moeilijkheden naar de sterren'.

In gewoon Nederlands: er is ­altijd licht aan het einde van de tunnel (en dan maar hopen dat het geen tegemoetkomende trein is, zoals de volkswijsheid luidt.).

Samenvattend: zit je in de put, draai dan de Vijfde van Beethoven, die gedeprimeerd begint, maar eindigt in een joelend optimisme.

Wie geen zin heeft in het nachtelijk gemonkel, moet de eerste drie delen overslaan en beginnen bij het vierde, want daar zit de overgang van c-mineur, dat de voorgaande delen bepaalde, naar C-majeur.

Je hoort opeens de zon in zijn volle glorie doorbreken - Pam Pam Páááám, pampampampampampam. Beethoven gebruikt er het volle orkest voor, compleet met juichende trombones, die, als het waar is wat we lezen, voordien nog door geen enkele componist in een symfonie waren gebruikt. (Wel in opera's van Mozart bijvoorbeeld.)

Dat laatste deel, waar Beethoven de tempoaanduiding Allegro boven noteerde, kolkt en schuimt en lijkt bijna dronken van geluk de wereld in te schreeuwen dat het leven tóch zin heeft.

Zo bezien is het ook volmaakt ­begrijpelijk waarom Beethoven er zo lang over doet voordat hij er eindelijk een punt (of beter gezegd een uitroepteken) achter zet. Hij kan niet meer ophouden van geestdrift en wil het einde zo lang mogelijk uitstellen, want aan het einde volgt de stilte en van stiltes ga je maar tobben.

Dus blijft hij het afsluitende C-grootakkoord maar herhalen. Ik heb het altijd een van de grappigste, opbeurendste momenten in de hele orkestliteratuur gevonden.

Het beroemdste stukje uit de Vijfde is natuurlijk het begin: pa-pa-pa-paaaaah; g-g-g-es. Maar wie het zo neuriet, fluit of zingt, maakt een levensgrote fout, want dit beroemdste aller muziekmotieven begint met genoteerde stilte, met een achtste tel rust. Dat is ook de poëzie ervan. Het kloppen van het noodlot op de deur begint met een weifeling.

Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Franz Welser-Möst. Beethoven-Symfonie nr. 5, Grosse Fuge, Widmann-­Babylon-Suite, 14, 15, 16/3 in het Concertgebouw (20.15 uur).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden