Plus Column

Zijn ogen schieten heen en weer. Is dit het jaar van kampioenen?

Roos Schlikker Beeld Oof Verschuren

Ik moet een beetje huilen. Gejoel golft door de straat, scooteralarms loeien, een rotje knalt. Gevolgd door meerstemming gejuich dat niet uit kelen maar uit buiken komt, zo diep zit de blijdschap.

We hebben onze handen voor onze monden geslagen. De voetbalcommentator brult. "DAAR!!!! Hij zit er in! Dat is hem. Het is De Ligt. Hij ligt! De Ligt, De Ligt, De Ligt! Het is raak, het moment waarop we zaten te wachten, na vier kansen kon deze goal niet uitblijven. Het is één-twee. En nu moet Juventus er twee maken."

Ik kijk naast me. Hij schudt zijn hoofd, zijn haar blond als dat van de koppende Matthijs. "Dat doen ze niet, hè mam." We grijnzen. "Nee joh."

Zijn ogen schieten heen en weer. Is dit het jaar van kampioenen? Ik pak hem vast en fluister: "Ik geloof dat het echt gebeuren gaat." En plotseling hoor ik in mijn hoofd een andere stem.

Ik zit op de grond in een studentenkamer, blik Best-bier in de hand en staar met wat vrienden naar een klein televisiescherm. De stand is nul-nul, de wedstrijd zit op slot. Ik trouwens ook. Mijn verkering heeft het laatst uitgemaakt en een andere jongen die ik stiekem leuk vind zit vlakbij. Maar ik durf hem niet te naderen. Ik kijk naar zijn rug. Ik kijk naar de bal. Zal hij er eindelijk ingaan? Het ding stuitert dommig heen en weer. Passes komen niet aan. Hakjes belanden bij de verkeerde. Net als ik, denk ik somber. Maar dan, in de vijfentachtigste minuut, verandert alles.

"Kanu... Daar komt Overmars. Overmars laat hem lopen. Overmars houdt de bal wel binnen met zijn snelheid. Overmars terug naar Davids. Schiet een keertje met rechts, jongens. Maar Rijkaard... Rijkaard... komt dat schot? Nee.... Nee... Neee... Kluivert... Kluivert... KLUIVERT, HET IS KLUIVERT! JAAAAAA!"

Het is 1995, de grote teen van Patrick Kluivert verslaat AC Milan. Ajax wint de Champions League. Twee jaar later zal de club nog een keer de halve finales bereiken, daarna komt het nooit meer zo ver.

Tot vanavond. En ik moet een beetje huilen. "Weet je hoe uniek dit is?" vraag ik snotterig. "Uniek?" antwoordt hij met de bravoure van een negenjarige. "Pfft. Ajax is zo goed. Die blijven alles winnen." Ik help hem niet uit de droom. Want dromen hoort bij de jeugd. En het is de kunst nooit helemaal wakker te worden.

Na de wedstrijd lacht De Ligt de huiskamer in. Hij is negentien, ook hij maakte nooit mee dat Ajax zo ver kwam in Europa. Ik wel. Realiseerde ik me toen hoe bijzonder het was? Nauwelijks.

Dat is het mooie aan unieke situaties. Ergens heb je altijd het vertrouwen dat ze gewoon nog eens voorkomen. En soms, tweeëntwintig jaar later, is dat ook zo. Want dit is het jaar van kampioenen. Maar ik zit niet meer in een studentenkamer. Ik zit thuis op de bank, met mijn eigen mannen om me heen. En inmiddels weet ik hoe bijzonder het is als een balletje goed rolt.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.