Opinie

‘Zijn meer leraren wel de oplossing voor de onderwijscrisis?’

Zijn meer leraren wel de oplossing voor de onderwijscrisis? Volgens Farid Boussaid en Michael S. Merry gaat het vooral om het type leraar dat voor de klas staat.

Een leerling die gebruik­maakt van de op zijn initiatief gerealiseerde studiezaal, waar kinderen laagdrempelige bijles kunnen krijgen. Beeld Dingena Mol
Een leerling die gebruik­maakt van de op zijn initiatief gerealiseerde studiezaal, waar kinderen laagdrempelige bijles kunnen krijgen.Beeld Dingena Mol

Het lerarentekort wordt gezien als een van de belangrijkste symptomen van de ‘onder­wijscrisis’ die Nederland al een tijd bezighoudt. Nu leerlingen lange tijd vanuit huis onderwijs genieten is er terecht een toenemende zorg over groeiende ongelijkheid. Deels is dat terug te zien in de berichten over ‘verdwenen leerlingen’. Leerplichtambtenaren worden nu de straat opgestuurd om die leerlingen te traceren. Een Amsterdams initiatief, opgezet door Abdelhamid Idrissi, waar kinderen onder andere laagdrempelige bijles kunnen krijgen, lukt het beter de leerlingen te bereiken die het het hardst nodig hebben.

Betere inzichten

Bewust of onbewust lijkt het idee te zijn: laat alle kinderen gewoon weer met een leraar op school leren, dan komt het goed. Weinigen ­lijken zich af te vragen wat voor soort leraren ze voor hun kinderen moeten hebben als de Covid-19lockdown voorbij is.

Wij beperken ons hier tot slechts één aspect: het belang van leraren die een vergelijkbare etnische of sociaaleconomische achtergrond hebben als de leerlingen op de meeste behoef­tige scholen. Een vergelijkbare achtergrond kan bijdragen aan betere inzichten en een beter inlevingsvermogen in het leven van de leerlingen. Een culturele en sociaaleconomische mismatch tussen leerlingen en leerkrachten leidt vaak tot een eenzijdige focus op achterstanden en lagere verwachtingen, wat ongelijkheid verergert.

Een manier om een divers docentencohort aan te trekken is bijvoorbeeld het zeer succesvolle Teach First-programma uit het Verenigd Koninkrijk. Getalenteerde afgestudeerden worden na een intensieve cursus voor de klas gezet op achterstandsscholen. Ze worden gedurende twee jaar intensief begeleid. Na afloop kunnen ze kiezen om in het onderwijs te blijven of om een carrière in het bedrijfsleven na te jagen.

Voor de overheid en scholen levert dit programma een unieke kans om talenten in te zetten op de plaatsen waar ze het hardst nodig zijn. Het zijn juist deze talenten die waarschijnlijk het dichtst staan bij de leefwereld van de leerlingen op de kwetsbaarste scholen. Teach First verschilt op een cruciaal punt van het Nederlandse equivalent, Trainee in het onderwijs. De focus in het Verenigd Koninkrijk ligt namelijk op talenten inzetten op kwetsbare scholen, ­terwijl dat in Nederland niet het speerpunt is.

Goed functionerende scholen

Ook dichter bij huis zien we dat een aanpak als die in het Verenigd Koninkrijk goed kan uitpakken. Het blijkt dat een aantal scholen al geruime tijd niet alleen laten zien hoe ze onderwijs van hoge kwaliteit kunnen bieden, maar ook hoe ze hun personeel kunnen behouden. Zij staan vaak in dezelfde wijken als andere typen scholen. Goed presterende islamitische en ­hindoeïstische scholen hebben – niet toevallig – minder last van het lerarentekort; de vraag naar hun educatieve diensten is juist groot, en terecht: ze behoren nog steeds tot de best presterende scholen in met name de grote steden.

Wat deze scholen voornamelijk hebben in­gezien, is dat het loont om een groter aandeel leraren uit de buurt te hebben, wier levens­verhalen vergelijkbaar zijn met die van hun leerlingen, die hoge verwachtingen hebben van hun leerlingen en die als rolmodel dienen voor hun leerlingen. En daar stopt het niet: de best functionerende scholen hebben voor een sterke ethos gezorgd onder leraren, werken goed samen met hun schoolbesturen – waarin de lokale gemeenschap ook goed vertegenwoordigd is – en bieden een schoolgemeenschap waar ouders zich nauwer bij betrokken voelen. Degenen die alleen geneigd zijn om ‘segregatie’ of ‘parallelle samenlevingen’ te zien, erkennen niet hoe schoolsucces – wat begint met geweldige leraren – vaak beter werkt voor kansarmen als de lokale gemeenschap de controle heeft over haar eigen onderwijszaken.

Maar het gaat verder dan alleen de leraren. Het geldt ook voor de besturen en beleidslagen. Zorg voor voldoende herkenning, niet alleen voor de klas maar ook in de directielaag, de schoolbesturen en de ambtenarij. Veel te vaak worden deze functies bekleed door mensen met een totaal andere achtergrond dan de leerlingenpopulatie. Met een representatiever bestuur en representatievere ambtelijke laag wordt het blikveld breder, de bijdrage inclusiever en de kans op blinde vlekken kleiner, zoals nu met de ‘verdwenen leerlingen’.

Michael S. Merry is hoogleraar opvoedkunde en onderwijskunde aan de Universiteit van Amsterdam. Beeld -
Michael S. Merry is hoogleraar opvoedkunde en onderwijskunde aan de Universiteit van Amsterdam.Beeld -
Farid Boussaid is docent politicologie aan de Universiteit van ­Amsterdam. Beeld -
Farid Boussaid is docent politicologie aan de Universiteit van ­Amsterdam.Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden