Column

Zijn grote lobbeslijf heeft van paniek iets hittepetitterigs

Roos Schlikker Beeld Het Parool
Roos SchlikkerBeeld Het Parool

Als ik 's avonds laat mijn straat in fiets, vergeet ik even te ademen. Zwaailichten van een ambulance reflecteren in de ramen. Mijn man? Mijn kinderen? Het zal toch niet? Nee. Mijn huis is donker. Niets aan de hand.

Dan schrik ik opnieuw als ik Ray zie, eigenaar van buurtcafé De Poort. 'Het is Ilona!' Zijn grote lobbeslijf heeft van paniek iets hittepetitterigs. 'Ze is gevallen. Met bloed enzo. Nu is ze buiten westen.'

Ray en Ilona bestieren het café al jaren. Hun klanten zijn geen klanten maar meubilair, zondags gaat Ray rond met leverworst, op het raam staat permanent een oranje Nederlands elftalleeuw geschilderd. En of Guus nu wint of niet, de polonaise lopen ze.

Ray, de goeierd die knikkende knieën van blijdschap krijgt als ie mijn kroost ontwaart. En Ilona, een klein opgewonden standje dat ik in mijn hoofd stiekem moppie noem. Mijn vader grinnikte vroeger altijd als ik klaagde over mijn klein uitgevallen neus: 'Jij hebt geen neus maar een moppie.' Zijn vertedering voel ik als ik dat meisjesachtig barvrouwtje zie, in haar veel te ruime Ajaxshirt.

Dit voorjaar kwam ik Ray tegen op straat met een grote pleister in zijn gezicht. 'Heb je gevochten?' riep ik lollig. 'Nee, mijn neus is eraf.' Het was nog waar ook. Ray had neuskanker. 'Hierachter zit één groot gat!' zei hij trots terwijl hij op de leukoplast wees. Hij praatte nasaal, wat letterlijk genomen natuurlijk niet kon. Mijn zoon, doorgaans weinig verlegen, stond ademloos te kijken. Hij had daarna nog dagen nazorg nodig ('Maar waar ís die neus dan?' 'Eeeeh...').

Enkele weken later schalde Mien, waar is mijn feestneus uit de kroeg. De hele vaste clientèle hoste mee, iedereen droeg een carnavalsneus, want Ray had een kunstgok gekregen en dat moest worden gevierd. Mensen die een neusfeestje geven, daar moet je wel van houden.

En nu ligt Ilona bewusteloos in een ambulance. Ik sla een arm om Ray heen. 'Kan ik thuis een glaasje water voor je halen?' Hij bibbert, maar grijnst: 'Wat denk je zelf?' terwijl hij naar zijn café wijst.

Ik slaap die nacht onrustig. Hoe zou het met moppie zijn? Maar de volgende middag vliegt de cafédeur open. De geur van verschaald bier tocht naar buiten. Alsof er niets is gebeurd, zet ze terrastafeltjes klaar. 'Heeeeeeeeuj!' klinkt het vertrouwd luid, want Ilona heeft het volume van een misthoorn. 'Ja joh, alles goed. Gewoon een stom ongelukkie', schatert ze.

Ze is er weer. Godzijdank. Want een nieuwe neus valt nog te regelen, maar een moppie is onvervangbaar.


r.schlikker@parool.nl

Wil je reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden