Column

Zijn glimlach glimt het meeste als hij op een roltrap staat

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (35) probeert in Het Parool van maandag, woensdag en vrijdag iets van het leven te begrijpen.

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Mijn zoon is stapelgek op roltrappen. Iedere dag na zijn middagslaapje sleept hij me mee naar de Zara in de Kalverstraat. Hij, mijn mokkakleurige godswonder, rent dan hondsdol door de huiskamer, terwijl hij 'SAHARA! SAHARA!' schreeuwt.

De Zara in de Kalverstraat lijkt in veel opzichten ook op een woestijn. Als ik bijvoorbeeld een uurtje in de Zara ben, begin ik dingen te zien die er niet zijn. Dit noemt men een fata morgana. Dan zie ik opeens mooie kleding. Dan loop ik naar de paskamer met twee geitenwollen gilets en een driekwartsbroek zonder gulp die recentelijk in elkaar is gezet door een embryo uit Bangladesh. Zo gaat dat tegenwoordig in de kledingindustrie. De consument wil enkel nog eerlijke kleding.

"Onze kleding is eerlijk. Het is namelijk geen kinderarbeid als de kinderen nog niet geboren zijn," zei het hoofd van een niet nader te noemen kledingbedrijf vorige week.

Mijn zoon staat op de roltrap met een astronomische glimlach. Zijn glimlach glimt overigens het meeste als hij op een roltrap staat of als hij in zijn moeders auto door een wasstraat rolt.

Het is een glimlach die niets met geluk, maar met het simpelweg niet kunnen begrijpen van iets te maken heeft. Het eindeloze kinderbrein. Verbazing en verwarring kunnen tezamen een soort aangename verdoving veroorzaken. En op die momenten is alles een tovertruc. Alles is magie. Alles is heerlijke mist.

Ik denk aan de veel te vroeg gestorven komiek Mitch Hedberg, want ook hij voelde veel liefde voor de roltrap. "I like escalators, because an escalator can never break; it can only become stairs." Maar dan hoor ik opeens een zware stem.

"Dit is geen pretpark, meneer. Dit is een winkel."
"Ik weet dat dit geen pretpark is, meneer."
"Zouden jullie van de roltrap af willen gaan?"
"Waarom?"
"De mensen achter u hebben haast."
"Ben je serieus? Moet je de coltruien niet bewaken?
Ik zag gisteren iets op televisie over een bende coltruidieven."
"Grappig."
"We doen nog één rondje, oké? Mijn zoon is gek op roltrappen."

En dan valt mijn zoontje, volledig zonder reden, drie treden naar beneden. Er komt bloed uit een klein scheurtje net boven zijn haargrens. Maar hij huilt niet, hij lacht. Hij is niet bang meer en dat maakt mij zo verschrikkelijk angstig. Het is namelijk mijn enige levensdoel om eerder dood te gaan dan mijn zoon. Meer niet. Als ik dat voor elkaar krijg, is mijn leven geslaagd.

Ik pak een onooglijk lila mutsje van een stapel en reken het af bij de kassa. Zeven euro. Ik breng het mutsje naar mijn neus. Het is een eerlijk mutsje, maar toch ruikt het oneerlijk.

"Morgen weer roltrap?" vraagt mijn zoon, terwijl de bloeddruppels zijn nieuwe muts van kleur laten veranderen.
"Morgen weer, stinkerd," zeg ik, "want jij en ik houden van roltrappen.
"Waarom, papa?"
"Omdat we op de roltrap naar beneden gaan zonder door onze knieën te gaan."

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden