Plus PS

Zij leven met een angststoornis: 'Angst nam mijn leven in beslag'

Angst om te douchen, bang zijn dat je, letterlijk, door de grond zakt. Een angststoornis neemt je leven in beslag. 'Je moet er op tijd bij zijn, anders wordt het allesoverheersend.'

Anton Versluis: 'Ik kon zelfs de vuile sokken niet meer opruimen' Beeld Charlotte Odijk

Anton Versluis (1975) lijdt al bijna vijftien jaar aan een angststoornis. Hij had een hoogtefobie en dacht op enig moment dat hij door de grond zou zakken - letterlijk. ­Inmiddels kan hij goed leven met de stoornis.

Wie technische natuurkunde heeft gestudeerd, weet dat het mogelijk is letterlijk door de grond te zakken. Te verdwijnen in een soort zwart gat. Alleen, het gebeurt zelden. Bijna nooit eigenlijk. Maar Anton Versluis, technisch ­natuurkundige, kon die gedachte niet uit zijn hoofd zetten. Daardoor durfde hij nauwelijks nog de straat op.

Versluis grinnikt nu een beetje om de gedachte die hem vijf jaar geleden werkelijkheid leek te zijn. Maar toen was hij er een stuk slechter aan toe dan nu.

In de periode dat het heel slecht ging, moest hij verhuizen. Hij woonde op de tiende verdieping van een flat en durfde niet meer naar huis. Hij moest vrienden vragen om de dozen in te pakken en naar een nieuwe woning op de eerste verdieping te verplaatsen. "Ik kon zelfs de vuile sokken niet meer opruimen, ik kon niet meer omhoog."

Versluis kan zich het moment nog herinneren waarop zijn hoogtevrees een hoogtefobie werd. Skiën en vliegen vond hij al nooit prettig, maar hij deed het wel. Zo dacht hij dat hij ook weleens een tochtje kon maken met een zweefvliegtuig. Het werd zijn eerste paniekaanval.

"Ik had de avond ervoor een paar bier te veel gedronken. Dat compenseerde ik met veel koffie. En vervolgens kroop ik in dat vliegtuig. Mede door die korte nacht, de alcohol en cafeïne kreeg ik een paniekaanval. Ik was ervan overtuigd dat ik zou sterven. Ik wilde uit het vliegtuig stappen, maar ik zat vast."

Hij ontwikkelde een hoogtefobie. "Geen hoogtevrees, dat kent iedereen. Dat is normaal, zodat je voorzichtig bent. Maar een hoogtefobie betekent dat je ook bang bent als je jezelf niet in gevaar brengt. Het is een instinctieve overschatting van de risico's, waarbij je gevoel je ontzettend hindert. Ik durfde niet naar de derde verdieping van een flat. Dat is abnormaal."

Versluis kreeg ook een paniekaanval in de metro. Hij kreeg tunnelvrees en een paniekaanval in de auto, waarna hij niet meer over snelwegen durfde. Angst nam zijn leven in beslag.

"Je gaat vrezen dat je weer een angstaanval krijgt. Dat is het ergste. Je krijgt angst voor de angst, waardoor je angstiger wordt en de kans op een paniekaanval groter wordt."

Versluis hield zijn baan - hij werkt bij het Europese ­Octrooibureau - maar twee relaties sneuvelden. Zijn vriendinnen hadden liever een 'normale' vriend. Zijn huidige vrouw kan er goed mee overweg dat Versluis wat meer op z'n hoede is dan de meeste mensen. "Ik heb het onder controle," zegt hij.

Hij slikt medicatie, het antidepressivum Escitalopram. Voor acute angstaanvallen heeft Versluis altijd een neusspray bij zich met het kalmerende middel Midazolam. Met enige trots: "Dat heb ik drie maanden geleden voor het laatst gebruikt."

Hij is ervan overtuigd dat hij veel minder last had gekregen van de angst als hij aanvankelijk goed was geholpen. "Een kalmerend middel tegen vliegangst was voldoende geweest, maar dat kreeg ik niet en daarom breidde de angst zich uit. Het is als een infectie. Je moet er op tijd bij zijn, anders wordt het allesoverheersend."

Maaike van der Linden (63) lijdt aan een dwangstoornis en depressies. Als ze had geweten dat haar psychische klachten erfelijk waren, weet ze niet of ze wel moeder was geworden.

Van der Linden kan zich niet voorstellen hoe een leven zonder dwangstoornis eruit ziet. Vanaf haar elfde heeft ze last van nare gedachten die er ineens zijn. Die gedachten kan ze soms dulden, maar meestal verdrijft ze die met handelingen.

Als haar man bijvoorbeeld een autoritje maakt, is ze bang dat hij een ongeluk krijgt. Dat maakt haar onrustig. Door alle kopjes in de kast met het oortje naar precies dezelfde kant te draaien, kan ze gedachten aan het ongeluk bestrijden en wordt ze rustiger. "Ik weet zelf ook wel dat het rationeel niet valt uit te leggen, maar de wil om de kopjes recht te zetten kan ik niet negeren."

Er waren perioden waarin ze tachtig keer per dag haar handen waste. Of alles telde. Ze controleerde eindeloos of het gas wel uit stond. En eens in de zoveel tijd werd ze zeer somber.

De invloed van de dwangstoornis en de depressies op haar leven zijn immens geweest. Ze strandde in de laatste fase van haar hbo-opleiding verpleegkunde, werd afgekeurd en heeft nooit betaald werk gehad.

Ze trouwde en kreeg twee kinderen, maar ze weet niet of ze moeder was geworden als ze had geweten waar ze aan begon. Want, zo zegt ze, 'het hele gezin dwangt mee'. Als de kinderen thuis kwamen nadat ze in de openbare zandbak waren geweest, moesten ze meteen de handen wassen. Ze mochten alleen thuis naar het toilet.

Als Van der Linden had geweten dat psychische stoornissen een genetische component hebben, had ze waarschijnlijk geen kinderen gekregen. "Ik heb destijds gevraagd of mijn kwaal erfelijk was, maar volgens de huisarts was dat niet zo. Gebleken is van wel. Mijn dochter kampt ook met depressies."

Hoe vaak Van der Linden niet van bekenden heeft gehoord dat ze 'gewoon' moet stoppen met haar dwanghandelingen? Ontelbare keren. Het is meestal goed bedoeld, maar heeft geen enkele zin.

Maaike van der Linden: 'Als mensen eens wisten hoe zwaar het is, dan piepten ze wel anders' Beeld Charlotte Odijk

Kwalijker vindt ze de verwijten dat ze te weinig wilskracht heeft. Dat ze niet goed genoeg zou doorzetten met haar verzet tegen dwanggedachten. "Als mensen eens wisten hoe zwaar het is, piepten ze wel anders."

Vera Fischer (52) zat in een kliniek vanwege haar hevige angst. "Soms was het daar best lollig." Relativeren is een groot goed, vindt Fischer, die een horecazaak in De Pijp bestierde. Maar je kunt niet alles relativeren.

Zo kan ze zich niets grappigs bedenken over de twaalf maanden waarin ze werkelijk voor alles bang was - nu drie jaar geleden. Het begon met een paniekaanval, maar het leidde tot angst voor alles.

Tanden poetsen, douchen, boodschappen doen - alles was eng. Altijd dacht ze dat er opnieuw een paniekaanval kon komen en dat ze zou sterven. Vaak moest haar partner letterlijk naast haar komen staan om de meest eenvoudige handelingen draaglijk te houden.

Eenmaal in Overwaal, een kliniek nabij Nijmegen, ging het iets beter. Door juist de dingen te doen die ze zo vreesde, leerde ze dat het eigenlijk wel meeviel. Ze ontdekte dat de angst voor de angst erger was dan de oorspronkelijke angst. Uit de periode in de kliniek kan ze zich dan ook wél geestige momenten herinneren.

"Er zaten daar ook mensen met smetvrees," zegt ze. "Die moesten onder begeleiding van een therapeut doen waar ze bang voor zijn: vieze handen krijgen in het water van een buitenvijver. Daarmee moesten ze oefenen. Op een bepaald moment zie ik een therapeute op haar knieën zitten, bij de rand van de vijver. Bril in het water ­gevallen. Ze zag niets, maar niemand van die mensen met smetvrees durfde haar bril uit het water te halen. Daar moest ik hard om lachen, hoe ernstig het ook was."

Het gaat nu beter met Fischer. Ze is niet teruggekeerd in het arbeidsproces, maar haar werk als huisvrouw gaat haar zonder problemen af. Soms vreest ze dat alles ­opnieuw begint, maar ze kan zichzelf zonder therapeut weer in het gareel krijgen.

Dat een angststoornis niet hetzelfde is als een dubbele beenbreuk, blijkt echter uit haar keuze om anoniem te blijven. "Ik hoef niet met mijn naam en foto in de krant. De mensen van wie ik wil dat ze het weten, die weten het. Met anderen wil ik er niet over spreken."

Vera's echte naam is bij de redactie bekend.

16 procent lijdt eraan

Een angststoornis komt volgens het Trimbos Instituut voor bij zestien procent van de ­Nederlanders. Meer vrouwen dan mannen krijgen ermee te maken. Het kan gaan om een buitensporige angst voor spinnen of een hoogtefobie, maar ook pleinvrees of angst om in het openbaar te spreken vallen eronder. De angst kan zo ernstig en buitenproportioneel zijn dat een 'normaal' leven nauwelijks mogelijk is.

Vaak gaan angststoornissen gepaard met ­paniekaanvallen, waarin mensen worden overspoeld door de angst en ze (ongevaarlijke) fysieke verschijnselen krijgen zoals hartkloppingen, duizeligheid of wazig zien. De ­behandeling bestaat uit gesprekken, pillen of oefeningen, of uit een combinatie daarvan.

Wie kampt met een angststoornis kan ook baat hebben bij contact met lotgenoten. In Amsterdam organiseert de Angst, Dwang en Fobie Stichting maandelijks lotgenotenbijeenkomsten. 19 April is er een in Buurtcentrum De Witte Boei, Kleine Wittenburgerstraat 201. De kosten bedragen 5 euro. Lidmaatschap van de stichting (70 euro) is verplicht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden