Plus

Zestig jaar geleden gingen zij nog op walvisjacht

Ook na de Tweede Wereldoorlog gingen Nederlanders nog op walvisvaart, beschrijft Anne-Goaitske Breteler (22) in haar boek Traanjagers. Eddy van der Velpen (79) was een van hen en vertrok vanaf de NDSM-werf: 'Het waren schitterend mooie beesten.'

Herinneringen van Eddy van der VelpenBeeld Tammy van Nerum

Bijna zestig jaar geleden stond hij hier ook, aan het einde van de zomer van 1959. Het metersgrote bord van de firma Vinke & Co, hoog boven de daken ten oosten van Centraal Station, was er ook al. Alleen was het toen nog verlicht, niet vervallen. "En overal waar je hier keek, links en rechts, waren schepen. Het IJ was een grote scheepswerf," zegt Eddy van der Velpen.

Nu is hij 79 jaar, toen was hij 20 en wilde hij gaan varen. Voor het avontuur en de centen. Net zoals zijn broer, die al twee keer mee was geweest. Dus belde Van der Velpen vanaf zijn werk in een zuurstoffabriek in Noord - thuis had hij geen telefoon - naar de firma Vinke & Co. Kon hij zich ­inschrijven? Een paar dagen later meldde hij zich bij de ­reder aan de De Ruyterkade.

Er was een kort gesprek en een keuring, en twee maanden later monsterde Eddy van der Velpen samen met 500 anderen aan op de Willem Barendsz. Het ruim 200 meter lange fabrieksschip - twee keer de A'DAM Toren, inclusief mast - voer in oktober 1959 weg van de NDSM-werf voor de lange reis. Op naar de Zuidpool, om zo veel mogelijk walvissen te vangen.

Traankokerijen
In haar boek De Traanjagers - Herinneringen van Naoorlogse Walvisvaarders beschrijft Anne-Goaitske Breteler de ­expedities tussen 1946 en 1964, waarbij Nederlandse walvisvaarders 27.714 walvissen wisten te vangen.

Met de jacht op walvissen had Nederland al ver voor de Tweede Wereldoorlog veel ervaring opgedaan. Tussen 1612 en 1873 werden de meterslange zoogdieren gevangen rond Spitsbergen, in de Noordelijke IJszee.

In de nederzetting op het eiland Amsterdamøya stonden de traankokerijen, waarbij het vetweefsel van de gevangen walvissen werd uitgekookt om olie te krijgen. Daar brandden de lampen in Europa op. De opkomst van aardolie en plantaardige olie maakte het gebruik van walvistraan in de negentiende eeuw overbodig. En omdat er toch al bijna geen walvissen rond Spitsbergen zwommen, hield Nederland de vangst voor gezien.

Dat veranderde na de Tweede Wereldoorlog, toen in ­Nederland een tekort aan gezonde vetten als margarine was. De grondstoffen waren niet voldoende in Nederland aanwezig om het zelf te kunnen produceren, importeren uit het buitenland lukte ook niet. 'Maar ze zwommen wel in de zeeën rondom de Zuidpool,' schrijft Breteler in haar boek.

Stamgasten
Walvistraan bleek namelijk ook een goede basis voor margarine. In 1946 werd in Amsterdam de Nederlandsche Maatschappij voor de Walvischvaart opgericht, waar de firma Vinke & Co de directie over voerde. Een Zweedse tanker werd snel omgebouwd tot walvisvaartschip en aan het eind van het jaar ging de eerste expeditie van start.

Anne-Goaitske Breteler groeide op in Friesland en raakte al op haar zestiende gefascineerd door de naoorlogse walvisvaart, toen ze een bijbaantje had in café De Bûnte Bok in het dorpje Lioessens. De vroegere uitbater was een walvisvaarder geweest en zijn oude collega's zaten nog steeds aan de toog. Tijdens haar werk luisterde Breteler mee naar de verhalen van de stamgasten.

Voormalig walvisvaarder Eddy van der Velpen: 'De Japanners kochten het vlees'Beeld Tammy van Nerum

Haar generatie zag de Japanners, Noren en IJslanders die nog steeds actief waren als moordenaars van een ­beschermde diersoort. Vijftig jaar geleden lag dat anders: de mannen in De Bûnte Bok waren de helden van de ­wederopbouw.

'Daar vertrekt immers niet ­alleen een walvisvaarder, daar vertrekt een symbool. Een symbool van Nederlands energie en werklust. Van Nederlands kunnen en van Nederlands wil om zelf de kastanjes uit het vuur te ­halen,' zo citeert Bretelaar in haar boek de voice-over van de Polygoonfilm Walvis in Zicht die werd gemaakt over de eerste tocht van de Willem Barendsz.

Varende fabriek
Dat was niet de Willem Barendsz waar Eddy van der Velpen aan boord ging. Na het succes van de eerste vier expedities liet de Nederlandse Maatschappij voor de Walvisvaart een nieuw schip bouwen: de Willem Barendsz II.

Het schip was een varende fabriek. Als er walvissen werden gespot gingen de mannen met kleinere schepen op jacht. De gunner moest ervoor zorgen dat de harpoen van tachtig ­kilo in het hart, onder de linkerborstvin, terechtkwam. Daarna werd er lucht in de walvis gespoten, zodat hij niet zou zinken. In zijn rug werd een vlag met seinlamp gestoken, ­zodat ze hem niet kwijt zouden raken. Met stoom­lieren werden de dieren van gemiddeld 20.000 kilo het moederschip opgetakeld.

Daar begon het snijwerk. Eerst ging de kop eraf en daarna in lange stroken de speklagen. Met de lieren werden die naar de traanpotten gesleept, die als een soort kraters ­boven het dek uitstaken. Daarmee kwamen de walvisdelen in de fabriek benedendeks terecht, waar Van der Velpen als assistent-traankoker lange dagen maakte om van de stukken vet via een stelsel van leidingen en ketels zuivere traan te maken.

Maar dat is niet het eerste waar Van der Velpen aan denkt, nu bij het pand van Vinke & Co de herinneringen achronologisch weer boven komen drijven.

Hij vertelt dat ze 's avonds een film keken op het dek, terwijl ze onderweg waren naar Trinidad om olie te bunkeren. Over het over het dek gespannen net waar ze volleybalden. Over zijn vierpersoonshut met patrijspoort, waar het gezelliger was dan in de tweepersoonshut die hij later kreeg. Over de borrel een keer per week, en de vechtpartijen. Over het sterfgeval, waarbij het lijk in de koelcel werd bewaard.

Over de barbecue aan de flanken van de Tafelberg toen ze een paar dagen in Kaapstad ­lagen. Over vliegende vissen die aan boord klapten als ze door tropisch water voeren, en over de ijsschots met een paar pinguïns die voorbijkwam in de Zuidelijke IJszee. Over hoe helder en zuiver het daar was. En hoe hij 's nachts de wacht liep op het dek .

Rottende walvis
Van der Velpen laat een stapel foto's zien, die hij aan boord heeft gemaakt. Op een foto staan gespierde jongens in hun korte zwembroeken en ontbloot ­bovenlijf stoer in de camera te kijken. Op een andere foto is datzelfde dek een bloedbad waar de karkassen rondslingeren.

"De Japanners kochten het vlees. Dan kwamen ze langszij varen en gleden de grote brokken vlees via glijbanen aan boord. En die geur. Soms kwamen de ­jagers met hun kleine schepen olie bunkeren bij het moederschip. Dan werd er als buffer een rottende walvis tussen gehangen waar de hele tijd ­tegenaan werd gebotst. Dat was smerig, maar alles went."

Breteler herkent de verhalen van Van der Velpen. Van de tientallen walvisvaarders die ze de afgelopen jaren voor haar boek heeft gesproken hoorde ze soortgelijke herinneringen. En toch hoort ze weer nieuwe details, die een deel van de geschiedenis verder invullen. Want dat is waarom ze zes jaar geleden begon met dit onderzoek: om de verhalen van de laatste Nederlandse walvisvaarders te bewaren, zonder dat ze daar een oordeel over wil vellen.

Dat wil Van der Velpen wel, die na twee keer zeven maanden varen stopte omdat hij verliefd werd op een meisje dat bij de Hema werkte. "Het waren schitterend mooie beesten, als je ze voor het eerst zag. En daar schoten we er dan 2000 in een seizoen van dood. En dat waren ­alleen wij, ook andere landen waren bezig. Dus ja, natuurlijk kan dat niet meer. Dat is ondenkbaar. Maar destijds, na de oorlog, ­waren er zulke grote tekorten. Dat was de drijfveer."

Anne-Goaitske Breteler: De Traanjagers - Herinneringen van Naoorlogse ­Walvisvaarders, ­Amsterdam ­University Press, €19,99

Anne-Goaitske Breteler beschrijft de ­expedities tussen 1946 en 1964Beeld Tammy van Nerum
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden