Review

Zeldzaam goed acteerwerk van Martijn Fischer in Bloed, Zweet en Tranen (****)

Bloed, Zweet en Tranen is de Nederlandse Raging Bull van het levenslied: een tragedie waarbij de meezingers je in de strot blijven steken.

Martijn Fischer (André) en Hadewych Minis (Rachel) gisteravond op de rode loper bij de premiere van Bloed, Zweet en Tranen. Beeld anp
Martijn Fischer (André) en Hadewych Minis (Rachel) gisteravond op de rode loper bij de premiere van Bloed, Zweet en Tranen.Beeld anp

Het eerste optreden dat we van de volwassen André Hazes zien in Bloed, Zweet en Tranen van Diederick Koopal, die gisteravond in première ging, is een rampzalige schnabbel voor een zaaltje verzekeringsagenten, tegen het einde van zijn leven. Hij heeft thuis de boel op stelten gezet, liters bier naar binnen gegooid, zijn vuist tot bloedens toe geslagen en hij heeft het publiek helemaal niets meer te geven. Dat ze hem op handen dragen en elk woord uit zijn oeuvre kunnen meebrullen, helpt niet: hij lijkt aan het einde van de rit.

En zoals dit wordt gespeeld door Martijn Fischer, met een overtuigende combinatie van complete fysieke overgave en subtiele karakterisering, zoals we zelden hebben gezien in een Nederlandse film, wordt meteen duidelijk dat Bloed, Zweet en Tranen geen visueel greatesthitsalbum wordt of een zoveelste lancering van het merk Hazes. 'Ik heb niks met een product te maken,' waarschuwt Hazes zijn aanstaande manager Tim Griek (Fedja van Huêt) en de film van Koopal is een weerbarstig monument voor die man. Bloed, Zweet en Tranen is de Nederlandse Raging Bull van het levenslied: een tragedie waarbij de meezingers je in de strot blijven steken.

Levenslange gewoonte

Het verhaal over de opkomst en ondergang van Nederlands populairste zanger van het levenslied is door scenarist Frank Ketelaar (eerder samen met Kees Prins auteur van de Hazesmusical Zij Gelooft In Mij) opgedeeld in drie bedrijven, die vervolgens behendig door elkaar worden gehusseld.
Er is de achtjarige Hazes (Matheu Hinzen) uit de Gerard Doustraat, die zijn vader (een nietsontziende Raymond Thiry) uit de kroeg moet halen en op het biljart wordt gehesen om een paar centen te verdienen. Als beloning krijgt hij een biertje, en een levenslange gewoonte is geboren. Het is hier in de buurt van de Albert Cuyp dat hij wordt ontdekt door Johnny Kraaijkamp (Marcel Hensema), die hem voor het eerst voor de camera's haalt.

En dan is er de Hazes wiens carrière in de jaren tachtig opnieuw wordt gelanceerd door producer Tim Griek (Fedja van Huêt), verantwoordelijk voor hits als Zeg Maar Niets Meer, Een Beetje Verliefd en zingt u zelf maar verder mee. Griek, die in veel opzichten zijn tegenvoeter was, maar ook zijn enige vriend.

Rachel
En dan is er die laatste etappe, waar Rachel (Hadewych Minis) de belangrijkste figuur aan zijn zijde is en geesten uit het verleden en de jaren van roken, drinken, nachten doorhalen (en boterhammen Nutella) hem komen inhalen.

Er lopen twee rode draden door Bloed, Zweet en Tranen, een film waarmee Koopal, regisseurveteraan van commercials en de bioscoophit De Marathon, een grote sprong maakt. Is Hazes nog in staat om zich eenmaal op te richten om voor een volle Arena te zingen, terwijl zijn gestel, zijn lijf en zijn gehoor het langzaam laten afweten? En dan is er de schaduw van de gewelddadige en jaloerse vader die in een serie scènes uit zijn jeugd steeds duidelijker over het leven valt. En die wellicht verklaart waarom hij werd achtervolgd door een gekmakende onzekerheid, die geen publiek kon wegnemen.

Nadrukkelijke vertelstijl
Er vallen wel wat aanmerkingen te maken, over de soms iets te nadrukkelijke vertelstijl bijvoorbeeld, maar Koopal laat zien dat hij veel meer in huis heeft dan het beteugelen van Fischer, die Hazes al zo'n vijfhonderd keer op toneel speelde. Het is te zien in de sterke bijrollen, maar ook in fraaie kleine scènes als die waarin televisiester Kraaijkamp (Hensema) zich bij de familie Hazes meldt en al heel snel doorheeft hoe hij de zaak moet spelen.

Historisch klopt het wellicht niet, maar er is een ijzersterke sleutelscène waarin Hazes zijn vader in het publiek van het Concertgebouw ontdekt. Hij zet Zeg Maar Niets Meer in, en dat nummer verandert van een smartlap over het einde van een relatie in een indrukwekkende afrekening: 'Maar als het straks beter gaat/ Hoop ik dat je voor me staat/ En dan, zie ik jou niet staan en zeg/ Dat je beter kunt gaan'.

Die blues zat er altijd al in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden