Plus

'Ze willen het anders doen dan hun eigen ouders, alleen weten ze niet hoe'

Zwangere moeders met problemen krijgen al tien jaar ruggensteun van de GGD. 'Ze willen het anders doen dan hun eigen ouders, alleen weten ze niet hoe.'

Demy met haar dochter Harper Beeld Jean Pierre Jans
Demy met haar dochter HarperBeeld Jean Pierre Jans

Jeugdverpleegkundige Lenneke Pleij (53) loopt de trap op, derde etage, Amsterdam-Noord. Het moet rond de veertigste keer zijn dat ze hier Demi (23) en Harper (14 maanden) bezoekt, dat de honden in het kleine halletje tegen haar opspringen, dat ze zich schikt op een grote zwart lederen bank. Dat ze moed inspreekt, stuurt, begeleidt en informeert.

De gordijnen zijn donker, de muur zilverkleurig. Her en der staan boeddha's en op de muur staat in krulletters: 'Happiness is not a destina­tion, it's a way of life'.

Dat dit motto hier niet opgaat, wordt al snel duidelijk. Oma Mirjam (50) is moe. Ze wil ruimte, letterlijk en figuurlijk. Ruimte om te ademen en ruimte om te leven. Ze woont op een kleine 55 vierkante meter met haar kinderen Nino (17), Demi en haar kleindochtertje Harper. En de drie honden dus, waarvan alleen Chanel, de kleinste, tijdens bezoek in de woonkamer mag komen. Haar nageltjes tikken op het laminaat. Harper slaat haar met een plat peuterhandje op haar kop.

Broer, zus en Harper delen één slaapkamer. Tussen de bedden staan kasten, om iets van een afscheiding te creëren. Op het plafond heeft zich een vochtkring gevormd met de afmeting van de commode die eronder staat. Het FC Barcelonadekbed van Nino ligt, als je een wandje wegdenkt, pal naast de luiers en billendoekjes van Harper.

Stralende peuter
Mirjam vindt het geen doen. "Als ik 's nachts Harper hoor huilen, gaan de zenuwen door mijn lijf. Demi gaat dan snel met Harper de slaapkamer uit om haar broer niet wakker te maken, maar toch. Dat gaat door mijn ziel: hij moet 's ochtends ook weer op school zitten."

Het is een gezin, getekend door - in het verleden - huiselijk geweld en daaropvolgend een scheiding. Alle kinderen zijn door Jeugdzorg ondergebracht in opvanghuizen, Demi woonde er tussen haar dertiende en zestiende. Er zijn conflicten, onder andere met Harpers vader.

Te midden van dat alles staat een stralende leergierige dreumes met
blonde haren en een lach die twee doorgekomen voortandjes onthult. Speciaal voor kinderen als Harper en moeders als Demi heeft de GGD precies tien jaar geleden het programma VoorZorg naar Amsterdam gehaald. In Amerika bestaat het al veel langer, daar heet het NurseFamily-Partnership.

In het GGD-hoofdkantoor aan de Nieuwe Achtergracht zitten acht jeugdverpleegkundigen, die samen circa honderd vrouwen onder de 25 jaar begeleiden bij hun eerste zwangerschap en de eerste twee levensjaren van het kind.

Een paar uur voor het bezoek aan Demi zit Pleij met haar collega Eveline Spijker (41) in hun kantoor. Achter het VoorZorgprogramma zit nogal een filosofie, leggen ze uit.

Stressmakers
Eerst de doelgroep: de vrouwen zijn bijna altijd laagopgeleid, vaak ook licht verstandelijk beperkt, hebben meestal gescheiden ouders, zijn bijna altijd ongepland zwanger, kleinbehuisd en leven in armoede. "Of de geiser werkt niet. Of de televisie is stuk. Dan staan er wel drie tv's, maar geen enkele werkt," zegt Pleij.

Het zijn beschadigde vrouwen, vrouwen met een geschiedenis van huiselijk geweld of andere problemen, zoals verslavingen. Narigheid werkt generatie op generatie door. VoorZorg kiest het moment voor de breuk van dit patroon zorgvuldig: in de eerste zwangerschap.

"Veel vrouwen voelen de behoefte juist dan iets aan hun leven te veranderen," zegt Pleij. "Ze willen het anders doen dan hun eigen moeder, alleen weten ze niet hoe. Precies dát moment, daar maken wij gebruik van." Schone lei. Blanco start.

Om die reden zijn er twee belangrijke selectiecriteria. 1: Een vrouw moet voor de eerste keer zwanger zijn. Bij een tweede kind zijn er al patronen ingesleten. En 2: De zwangere mag maximaal 28 weken op weg zijn.

"Het kindje moet welkom zijn, ook als het niet gepland is." Voor de bevalling worden stressmakers (schulden, ruzies) aangepakt en een gezonde leefstijl aangemoedigd: stoppen met roken, meer bewegen, gezonder eten en als het kindje er eenmaal is: borstvoeding geven.

Later komen daar ook opvoedtips bij. "Veel van onze moeders vinden de kinderen al snel jengelig of vervelend," zegt Pleij. "Wij proberen uit te leggen dat als kinderen de hele tijd aan de afstandsbediening komen, ze aan het ontdekken zijn. En dat ze met gejengel eigenlijk zeggen: 'Mama, ik ben moe.'"

Of dit alles niet betutteld wordt gevonden door deze toch, niet gedweeë doelgroep? Nee, zegt Spijker: "We lezen samen met de moeders de
informatiebladen door. We maken ze bewust. Het is niet zo dat we met een geheven vingertje zeggen wat ze allemaal moeten doen."

Strubbelingen zijn er wel, maar die zijn van een andere aard. De verpleegkundigen zijn gehard in opmerkingen als 'het heeft toch geen zin' of 'je doet niks voor me'.

Scheldpartijen, ze hebben het allemaal meegemaakt. "Het zijn vaak beschadigde meiden die zich moeilijk hechten en gewend zijn om na een conflict te zeggen: aju paraplu," zegt Spijker. "Maar wij blijven altijd naast iemand staan." Na een conflict is de band zelfs vaak sterker.

Geld, drugs, een pistool
Een gevaar dreigt altijd: vriendjes. "Dan heb je alles opgebouwd, komt zo'n jongen uit de gevangenis en stort de boel weer in elkaar." Pleij heeft het allemaal voorbij zien komen tijdens haar huisbezoeken: stapels geld op de eettafel, drugs, een pistool.

"Wij gaan heel ver mee, maar als de veiligheid van het kind in het geding is, moeten we ingrijpen. Dan schakelen we Veilig Thuis in. Dan kies ik voor het kind, want de moeder raak ik kwijt."

Dat gebeurt een paar keer per jaar, en alleen als de VoorZorgverpleegkundige er echt niet meer uitkomt met de moeder.
Maar over de hele linie, benadrukken ze, hebben vrijwel alle moeders de wil om het goed te doen. "Ze hebben een enorme veerkracht en ze halen liefde uit het kindje."

Iets wat Demi een paar uur later in Noord volmondig beaamt. Er is houvast: Harper brengt licht in de donkere woonkamer in Noord, Demi heeft een vaste baan in de horeca en ondanks de omstandigheden is de familieband in huis hecht. Tel daarbij haar ijzersterke overtuiging op: een paar slaapkamers erbij en dan komt de happiness vanzelf.

VoorZorg helpt

Het programma VoorZorg bestaat in Amsterdam tien jaar.

Gezondheidswetenschapper Jamila Mejdoubi is in 2014 gepromoveerd op een studie naar de effectiviteit van het preventieve programma dat door de Ouder- en Kindteams Amsterdam wordt aangeboden. Haar bevindingen:

- Afname kindermishandeling. Bij kinderen van wie de moeder VoorZorg 'kreeg', kwam bij 11 procent kindermishandeling voor. Bij andere moeders uit de hoogrisicogroep zonder VoorZorg is dat 19 procent.

- VoorZorgmoeders roken minder.

- Moeders geven na VoorZorg vaker en langer borstvoeding.

- Moeders uit het programma zijn minder vaak slachtoffer van partnergeweld dan vrouwen zonder VoorZorg. Psychisch geweld (39 tegen 56 procent), fysiek geweld (40 tegen 58 procent) en seksueel geweld
(8 tegen 16 procent).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden