Column

Ze was geen vrouw van spijkerbroeken en potten thee

Roos Schlikker Beeld Oof Verschuren
Roos SchlikkerBeeld Oof Verschuren

Het is er tegenwoordig de overtreffende trap van hip. Minimalistische restaurants met Oost-Duitse designmeubelen openen hun deuren, de NDSM-werf waar mannen ooit met shag in de bek en roest aan hun klauwen schepen repareerden is nu een trendy bedrijven­terrein vol snelle televisiejongens.

De Shelltoren die ik mijn halve jeugd een toonbeeld van kapitalistische lelijkheid vond, heeft een ronddraaiend restaurant en bediening met bontgeverfd papegaaienhaar.

Wat zou mijn moeder dat allemaal geweldig hebben gevonden in de jaren tachtig. Ze mopperde geregeld op Noord destijds. We woonden er fijn, vlak bij het Twiske. Veilig. Ruimtelijk. Landelijk. Maar in haar ogen ook afschuwelijk burgerlijk.

Ze liep er verloren, in de straten die roken naar Maggi en Omo. Een creatieve geest, een onrustig hoofd, een prachtig lijf ­- niet verpakt in praktische kleren zoals andere moeders. Zij stond op het schoolplein in Chanel. Wat zal ze zich bekeken hebben gevoeld, iets waar zij, introvert als ze is, eigenlijk niet van houdt. Maar ze kon het niet, opgaan in de moedermassa.

Ze was geen vrouw van spijkerbroeken, van potten thee, van kokkerellen of graven in de zandbak. Ze was lief, dat zeker, maar 'nogal apart', zoals dat toen heette. Als ik me verveelde, gaf ze me een kuip margarine. "Ga daar maar wat van kleien." Becel in plaats van barbies, dat was mijn jeugd.

Maar de kindergeest is behoudend en overromantisch. Die van mij in elk geval wel. Dus verlangde ik naar alles wat mijn moeder burgerlijk noemde. Naar zacht mollige mama's die stapels pannenkoeken bakten. Van Koopmans, niet de dikke natuurwinkelboekweitplakkaten die wij thuis aten. Ik wilde dolgraag een droogmolen in de tuin. En spelletjesmiddagen als ik jarig was.

Uren hing ik rond in het steegje naast ons huis. Ik speelde geen vadertje en moedertje. Ik speelde moedertje. Een kordate mouwopstroperige variant. Eentje die sukadelappen stoofde. Die van een komkommer en een wortel traktatiegirafjes knutselde. Die de pantoffels vast klaarlegde voor als Vader thuis zou komen, aangezien ik iets te vaak Afke's tiental had herlezen.

Ik kreeg een vrije opvoeding, maar droomde van alles wat begrensd was. Ook dat vond mijn moeder best, zoals ze alles wat ik deed best vond. Enerzijds omdat haar kop vol genoeg was, maar ook omdat niemand zo ruimdenkend is als zij. "Ik vind niets gek. Ik ben zelf al gek genoeg," zegt ze vaak.

Vaak wordt mij iets te gretig gevraagd of mijn moeder vroeger al bipolair was. En of het thuis geen puinhoop was. Dat was het niet. Het was alleen niet standaard. Nu ik volwassen ben en me soms ook wat verloren voel in de keurige mensenmeute op school, bewonder ik haar eigenheid.

Ach, in je jeugd omarm je wat je niet hebt. Als je ouder bent, dat wat je had. Mijn moeder kon natuurlijk niet anders, omdat ze anders ís. Dat was en is pijnlijk soms, maar levert ook iets op. Want wie niet in de pas loopt, moet haar eigen weg bewandelen. Zonder traktatiegirafjes. Maar wel met mijn neus in de boter.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken, waaronder recentelijk nog Ajax, Mijn Club (2015). Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden