Column

Ze stal mijn hart toen ze elk pakje op de grond smeet

Theodor HolmanBeeld Wolff

Ze werd twee jaar, dan zijn de kaarsjes op de taart nog te overzien.

Ik liep - te laat, verslapen, door dochter wakker gebeld, smoes gebruikt die ze niet geloofde - de trap op, en daar stond Bloem.

"Aupa!" zei ze blij. In de hemel klinken alleen maar klanken zoals zij ze uit haar mond fluistert.

"Het spijt me," zei ik tegen m'n dochter, die achter Bloem stond.

"Spijtm," herhaalde Bloem, die tegenwoordig alles nazegt.

"Het geeft niet," zei mijn dochter, "ik ben blij dat je er bent."
Ik zag haar rug.

Ik herinnerde me opeens m'n eigen grootvader; ik 'zag' hem - ik moet vier zijn geweest - de trap oplopen en dacht toen: wat heeft opa een groot hoofd! Ik werd er wat angstig van. ­

Later viel me trouwens op dat het hoofd van oude mensen meestal knoestig opbolt. Bloems hoofdje ging makkelijk drie keer in het mijne.

Ik drukte mijn pafferige vleesklomp tegen haar zuiglamwangetje en gaf er een kus op. Handjes om mijn reuzenhoofd - het zat goed tussen ons.

Vervolgens liep ik de kamer in waar zich alle familie had verzameld. Ofschoon iedereen me hartelijk groette en ik me niet probeerde aan te stellen maar toch ondragelijk leuk deed, onderging ik deze entree als een dief aan wiens gezicht je kon zien dat hij schuldig was, al had hij niets gedaan.

Sociale onhandigheid is een ziekte die, naarmate je krimpt, steeds erger wordt. Wie zich in grote gezelschappen makkelijk kan bewegen, probeer ik altijd te laten struikelen.

Bloem was opgewonden. Ze had rode konen en wist soms niet waar ze naartoe moest en verborg zich daarom maar in de schoot van haar moeder.

Maar ze stal mijn hart toen ik merkte dat ze woedend werd om elk cadeau dat ze kreeg; ze smeet elk pakje op de grond. Waarom? Geen idee.

Waarom ik hier mateloos plezier aan beleefde, zal ik mettertijd voorleggen aan mijn psychiater, maar ik genoot ervan. Die woede was een opstand tegen het hoe-hoort-het-eigenlijk, hoopte ik. Heerlijk.

Ook mijn cadeau gooide Bloem boos op de grond. Dus pakte ik het zelf uit.

Ondertussen deed ze al haar kleren uit en trok ze een tijgerpak aan. Op een gegeven moment kwam ze bij me staan. In het boek wees ik een leeuw aan.

"Lieuw... grrr," zei ze.
"Wraauw!!! zei ik zo eng mogelijk.
Ze genoot.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden