Column

Ze noemden mij Pinda Brillenjood, daar moest ik om lachen

Theodor Holman Beeld Het Parool

Het woord dat mij bezighoudt, is 'intentie'. Martin Simek schijnt bij DWDD - ik heb het zelf niet gezien - tegen Sylvana Simons over 'zwartjes' te hebben gesproken. Toen hij daarop werd aangesproken, schijnt hij zich te hebben verdedigd met de opmerking dat hij natuurlijk niet de intentie had om te discrimineren.

Natuurlijk wilde Martin niet discrimineren. Als ik voor iemand mijn hand in het vuur steek, is hij het. Martin wilde, zoals altijd, leuk zijn. Hij wilde vermaken. Dat is ook de reden waarom hij vaak bij DWDD wordt uitgenodigd. Hij wilde de lachers op zijn hand krijgen en zei toen 'zwartjes.'

Sylvana werd daar kwaad om. Het was een reflex van haar, volgens mij. 'Zwartjes' is discriminerend. Omdat je het verkleinwoord gebruikt. Zwarte mag - of moet zelfs - maar zwartje is discriminerend, omdat je een zwarte beschrijft als een klein kind, als iets dommigs.

Maar Sylvana had kunnen weten dat Martin niet discrimineert, ze had kunnen weten dat het zijn intentie niet is om te discrimineren.

Stel dat zíj zwarten zwartjes had genoemd, was er dan iemand geweest die had gedacht: nu discrimineert Sylvana? Nee, natuurlijk niet. Waarom niet? Omdat zij zelf zwart is en de intentie niet heeft om te discrimineren. Integendeel. Martin had die intentie ook niet. Hij wil tegendraads zijn, hij heeft zelf een zwarte vrouw, zwarte kinderen, en hij vindt dat hij zich daarom dat taalgebruik kan permitteren.

Discriminatie heeft inderdaad te maken met intentie. Als ik de behoefte zou hebben, de intentie, om zwarten te discrimineren, dus om negatieve eigenschappen toe te kennen op grond van kleur, moet ik met iets meer komen dan met de term zwartjes.

Ieder mens heeft een eigenschap waaraan hij niets kan doen en waarmee hij niet gepest wil worden, hè rooie, kleine, schele, mongool, jood, papenkop, poepchinees?

Dat Martin Simek zelfs maar van iets discriminerends wordt verdacht, is een vorm van lui denken. Als jongens op het voetbalveld mij pinda, roetmop, blauwe of aap noemden, raakte mij dat niet, omdat de intentie om mij te kwetsen wel aanwezig was - ik had de bal slecht gespeeld - maar het had niets te maken met echte discriminatie. Het was treiteren. Dat is iets anders.

Ze noemden mij toen Pinda Brillenjood. Daar moest ik om lachen, en ik ging er beter door spelen.

Wilt u reageren op deze column? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen of stuur een mail.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden