Column

Ze doen wonderlijk aan, proletentanks in de binnenstad

Roos Schlikker Beeld Oof Verschuren

Pontificaal staat hij voor mijn deur. Zijn omvang is zo enorm dat hij over de randen van het kleine Jordanese parkeerplaatsje heen stulpt. Een groepje jongens is hem luidkeels aan het bewonderen. "Dikke autooooo."

De bestuurder is eveneens van de ruimte innemende soort. RayBan op het glimhoofd, een V-halstrui waar borsthaar uit struweelt, een buik die trots vooruit wordt geduwd als was het een baby in een draagzak.

Ze doen altijd wonderlijk aan, proletentanks in de binnenstad. Afgezien van enkele winterse sneeuwhoopjes of een regenplas met dobberend leeg Heinekenblikje vallen er weinig obstakels te trotseren die een four­wheeldrive behoeven. Je zit ook zo hoog op de bok in die dingen.

Als een koning in je gouden koets kijk je neer op het gepeupel dat op gammele junkenfietsen, lullige scootertjes en in keverachtige autootjes door de straten krioelt.

En vervolgens en masse halt moet houden voor jou, want het is makkelijker een dubbeldeks binnenvaartschip in een sloot te draaien dan een Transformerachtige bolide in een smalle Amsterdamse winkelstraat te parkeren. Dit soort auto's is niet voor de schaamtegevoeligen.

Nu lijkt deze eigenaar ook weinig last te hebben van gêne. Trots krult zijn bovenlip terwijl hij de bewonderende pubers rond zijn bak een minzaam knikje gunt. 'Kijk es. Heb ik goed gedaan, hè, jochies,' zegt zijn blik.

Dat denk ik althans. Natuurlijk haalt dit soort wagens het slechtste in mijn vooroordelende brein naar boven. Misschien steekt deze man met zijn talenknobbel Frans Timmermans en Ivo Niehe naar de kroon.

Of is hij ontwikkelingswerker en heeft hij tienduizenden kindslaven uit tochtige Bangladese kelders gered. Wellicht heeft hij thuis een hangbuikzwijntje dat Wiebe heet waarmee hij elke avond Nieuwsuur op de bank kijkt, terwijl hij het teder achter de lichtroze oortjes kriebelt.

Of misschien niet. Terwijl ik wat bij mijn fiets sta te prakkeseren, komt een Jordansese buurvrouw naast me staan. Haar duim en wijsvinger zwaait ze op elkaar geplakt voor mijn gezicht, waarna ze er een kleine ruimte tussen laat ontstaan. "Zó weinig," bromt ze, terwijl ze naar de wagen knikt. "Sorry?"

"Hooguit een centimeter of drie. Ja, wat denk je dan? Alleen as je een pikkie zo klein as een Bifiworstje heb, koop je zo'n ding." Ik grijns. Soms zijn vooroordelen zalig. Bifiworstje is inmiddels volledig in beslag genomen door wat hij aan de overkant van de straat ziet. Een meisje van hooguit negentien paradeert er in haar loeistrakke jurk. Haar heupen golven zo heen en weer dat ze los van haar romp lijken te komen. Ze is beeldschoon.

Bifi geeft een kort toetgeluidje, als een lokroep. Hij doet zijn raampje open. "Hé." Het meisje kijkt niet op. "Héhéé." Geen reactie. "Hé! Jij! Hé." Hij ziet alleen haar rug nog maar. Dan roept hij haar na. "Arrogante trut!"

In één beweging knalt hij de auto van de stoep af en scheurt weg. Uit zijn stereo-installatie klinkt, met overdreven harde bas: "Me so horny".

De buurvrouw grijnst. "Dat zeg ik. Allemaal compensaaaaaasie."

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden