Column

Ze bood me nog een slok aan, die ik gretig accepteerde

Theodor Holman

Omdat het Carmiggeltweek is, elke dag een Kronkel. Vandaag: Niks, moeder.

Ik was even naar Den Haag. Bouwmeesters die hun inspiratie hadden gehaald door zich te laten martelen alvorens het voorportaal van het Armageddon te ontwerpen, hadden het oude 's-Gravenhage begraven. De nieuwe bouwwerken stonden als reuzegrafzerken de binnenstad te verzieken.

Ik wandelde door wat vroeger mijn buurtje was, en kwam terecht bij het Binnenhof. Op een bankje, dat uitkeek over de Hofvijver, zette ik mij, moedeloos geworden van zo veel haatdragende architectuur, naast een oud, maar op het oog vriendelijk vrouwtje, dat vermoedelijk slechts één handdruk verwijderd was van Methusalem.

'Hij werkt daar,' zei ze uit het niets.

'Wie?' vroeg ik.

'Me zoon,' zei ze. Haar stem klonk vriendelijk noch onvriendelijk, maar eerder broos en verwonderd, alsof ze moeite had zich die zoon voor de geest te halen.

'Hij is lief, hoor,' vervolgde ze. 'Hij komt één keer in de week z'n wasgoed brengen en dan speelt hij op de piano wat leuke deuntjes voor me, maar ik zie dat hij ergens mee zit. Dat voel je als moeder.'

Ik besloot haar niet te onderbreken en keek met haar naar het Torentje, dat in een grijze mist leek te zijn gehuld.

'Hij praat wel, maar hij zegt niks,' zei ze. 'Kent u dat?'

Ik knikte. Ouderen kunnen weinig zeggen en alles vertellen; jongeren zeggen meer wat ze niet willen verzwijgen, zei de Oostenrijkse schrijver Carl Vielzufrieden eens, om daarna zelfmoord te plegen.

'Dan zit hij bij me en dan gaat z'n telefoontje maar,' vervolgde de oude vrouw. 'En bij elk telefoontje lijkt het alsof hij bedrukter wordt. 'Wat is er?' vraag ik dan. Maar dan zegt hij: 'Niks moeder.'

De vrouw keek in haar tas en haalde er een fles jenever uit, die al voor de helft op was. Ze draaide de dop open en nam drie forse teugen.

Daarna kreeg ik jonge Bols. Ik nam twee slokken.

''Ken je geen meissie krijgen?' vroeg ik hem toen en ik keek hem daarbij diep in de ogen. Maar hij zei: 'Moeder, als ik een meissie heb, zeg ik je dat niet, maar je weet: geen zal er kenne tippe aan jou...' Dat is toch ongezond, mijnheer.'

Ze bood me nog een slok aan, die ik gretig accepteerde.

'Kinderen, ze denken niet aan ouderen,' zei ze.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden