Yad Vashemprijs uitgereikt: 'Angst heeft onze jeugd nooit verzuurd'

De Joodse zusjes Metzelaar zagen hun onderduikfamilie na verraad nooit meer terug, maar vandaag krijgen deze Zeeuwen toch nog de Yad Vashemprijs.

Betty en Renée in het Vondelpark, 1939

De zusjes Betty (1933) en Renée (1931) Metzelaar woonden in de Diezestraat, Rivierenbuurt. Hun vader werkte op de afdeling personeelszaken van het Wilhelmina Gasthuis en hun moeder was hoedeninkoopster bij De Bijenkorf. De ouders probeerden hun twee kinderen niet al te angstig te maken toen de Duitsers steeds meer anti-Joodse maatregelen namen. 'We moesten stoppen met zwemles in het Zuiderbad, we mochten niet meer in het park wandelen en, dat was nog het ergste, we moesten van school,' vertelt Betty (82).

De zusjes zaten op de 6e Montessorischool, in de Niersstraat, tegenwoordig de Anne Frankschool, waar ook Anne Frank op zat. Ze moesten echter naar de Joodse school. 'We zagen steeds meer kinderen uit de klas verdwijnen. Ooms en tantes waren ook ineens weg. Mijn oom Wim gaf me vioolles, maar ook hij was er niet meer. Vader sprak er niet over.'

Via het werk leerde vader Metzelaar de eveneens Joodse Paul Jacobson kennen. Jacobson en zijn verloofde Elizabeth - Betsie - van Leeuwen smeedden een plan om de meisjes, twaalf en negen, te laten onderduiken. Betty: 'Mijn vader zei dat we uit logeren gingen. Ik weet nog dat mijn moeder de hele nacht bezig is geweest alle sterren van onze kleding te halen. We zijn via het dak naar buren, de familie Van Delft, gebracht en vandaar met Betsie meegegaan naar haar ouders in Middelburg.'

Vanavond krijgen de drie familieleden Van Leeuwen in het Anne Frank Huis postuum de Yad Vashemprijs, de onderscheiding van het Israëlische herdenkingsinstituut.

Op tafel bij Betty liggen foto's uit de Zeeuwse onderduikperiode. Betty en Renée staan met een ander Joods onderduikertje tussen de kinderen uit het gezin Van Leeuwen. De meisjes zijn verkleed als elfjes, anderen als kabouters. 'We waren helemaal niet bang. Angst heeft onze jeugd nooit verzuurd, hoewel we daar vlak naast de SD woonden.'

Er is ook een fotoboek met vooroorlogse foto's van de zusjes, spelend in de sneeuw, in het Vondelpark en op school. 'Mijn moeder zag hoe verhuisbedrijf Puls woningen van weggevoerde Joden leeghaalde en fotoboeken op straat gooide. Zij heeft onze fotoboeken, plus wat andere waardevolle spullen aan de familie Van Delft in bewaring gegeven. Ze moet hebben geweten dat onze tijd ook eens zou komen.'

Havenstad
Vanuit Amsterdam stuurde het echtpaar brieven naar de kinderen. 'Brieven verscheuren' stond eronder. Maar dat deden de zusjes niet. Betty pakt een stapel brieven uit de kast. Ze zijn in zuurvrij doorzichtig plastic verpakt. 'Mijn fijne meiden', staat er boven een brief van vader. Intussen probeerde Betsie ook voor de ouders een gezamenlijk onderduikadres te vinden. Het was echter te laat. Ze werden op 20 juni tijdens een grote razzia van huis opgehaald. De Metzelaars kwamen in Sobibor terecht, waar ze zijn vermoord.

Betty heeft slechts een paar spullen van haar ouders: naast het foto- album een door haar vader gemaakte houten krantenbak, een theepotje en kopje. Haar moeder had ook een door Betty gemaakt naai-etuitje - een cadeau - bij de buren veiliggesteld. 'Wij zijn in Zeeland verraden en gingen via Amsterdam naar een boerderij in het Friese dorpje Wolsum. Een boer en zijn huishoudster hebben ons twee jaar lang opgevangen. We zeiden dat we Rotterdammertjes waren, kinderen uit het platgebombardeerde havenstad.'

Amsterdam
Na de oorlog gingen Betty en Renée bij tante Annie en oom Harry, broer van hun moeder, in Amsterdam wonen. Over de oorlog werd nooit meer gesproken.

De zussen - ook Renée leeft nog - hebben altijd contact gehouden met de Friese boer, 'Omke', en zijn huishoudster. De Zeeuwse familie Van Leeuwen zijn ze echter uit het oog verloren. 'Mijn neef heeft ze onlangs opgespoord en zo hebben we de Yad Vashemonderscheiding kunnen regelen. Betsie en haar ouders hebben ervoor gezorgd dat wij gingen onderduiken. Anders had ik hier nu niet gezeten. Helaas is Betsie net overleden. We kunnen nu niet meer vragen hoe het allemaal is gegaan en zullen het met onze herinneringen moeten doen.'

Links Renée, rechts Betty. Montessorischool Amsterdam Zuid, thans Anne Frank School. 13 november 1939
Betty Metzelaar Beeld Maarten Steenvoort
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden