World Fashion Centre krijgt rigoureuze opknapbeurt

Na jaren sappelen krijgt het World Fashion Centre in Amsterdam West een rigoureuze opknapbeurt. Het complex, waarin voornamelijk modebedrijven zijn gevestigd, werd eerder deze week overgenomen.

De nieuwe eigenaar MRP wil het World Fashion Centre toegankelijker maken voor de buren en andere Amsterdammers Beeld Joris Van Gennip

Het grootste modegebouw ter wereld kampt al jaren met forse leegstand en dalende inkomsten. Dat moet veranderen, vindt de nieuwe eigenaar, het Haagse Meijer Realty Partners (MRP). Zo moet het complex beter toegankelijk worden voor Amsterdammers.

Naar verluidt heeft MRP 125 miljoen euro voor het vijftig jaar oude complex betaald. Dat is hetzelfde bedrag waarvoor de voormalige eigenaar, het Zwitserse Wefora, het modecentrum in 2003 overnam van Willem Endstra en Klaas Hummel, maar minder dan de 150 miljoen euro waarvoor het in de boeken stond.

MRP wil geen overnameprijs noemen maar bevestigt dat het om 'meer dan 100 miljoen euro gaat'.

Wefora is een investeringsvehikel van vier puissant rijke families, waaronder de familie achter Swarovski.

Pal op de snelweg
Meijer is in Amsterdam onder meer eigenaar van een deel van het Osdorpplein, is bezig met de bouw van 200 woningen tegenover het Amstelstation en is gelieerd aan erfgoedontwikkelaar Meyer Bergman, dat onder meer de Westergasfabriek en Soestdijk bezit.

WFC-toren 3 valt buiten de transactie. Die is van woninginvesteerder City Pads, die begin dit jaar 294 appartementen in de kantoortoren bouwde.

Dat is de nieuwe eigenaar niet van plan met zijn delen van het complex, ondanks de leegstand van 30 procent.

"Dat is meer een persoonlijk ding," zegt topman Bart Meijer van MRP, "maar ik vind niet dat je zo pal op de snelweg woningen kunt bouwen. Het is niet de meest aangename plek om te wonen."

Onder Wefora had het modecentrum het moeilijk. "In de crisis was het bijna onmogelijk om er iets te realiseren," zegt Meijer. "Het is best moeilijk zo'n complex door de crisis te trekken."

Als 'Confectiecentrum' was het complex decennia lang een onvermijdelijke vestigingsplek voor modebedrijven - die hun complete collecties vanaf het Wilhelminaplein verkochten - en voor leveranciers van alles dat bij mode hoorde, van knopen en lovertjes tot naaimachines en paspoppen.

Inmiddels kiezen modegiganten voor een eigen onderkomen, zoals onder meer G-Star Raw, Tommy Hilfiger en Scotch & Soda hebben gedaan.

125

De nieuwe eigenaar MRP telde naar verluidt 125 miljoen euro neer voor drie van de vier torens van het World Fashion Centre

Nu zitten er in het World Fashion Centre vooral kleinere modebedrijven, aangevuld met giganten als C&A, Gerry Weber en ontwerper Bas Kosters.

Vanuit het complex wordt nog altijd elke zondag collectiemode direct aan handelaren verkocht, vooral kleine winkels en marktkooplui. Vier van de vijf huurders hebben nog een achtergrond in de mode.

Anno 1968
"Het moet absoluut een modecentrum blijven," zegt de nieuwe eigenaar Meijer, "maar dan aangevuld met andere bedrijven. Het is een gebouw dat zeker mogelijkheden biedt. De ligging is prima. Het is alleen anno 1968, dus verouderd."

Voor dat menggebruik met andere bedrijven moet wel een deel van het bestemmingsplan worden veranderd.

Over de leegstand - een op de drie kantoren is ongebruikt - is Meijer mild. "Twee torens zitten goed vol met bijna vierhonderd modebedrijven, de derde toren is grotendeels leeg."

Of dat ertoe zal leiden dat het complex wordt opgeknipt, laat hij in het midden. WFC-toren 4, die in 1990 is toegevoegd, zou gemakkelijk los van de rest van de kolos kunnen staan.

"Voordat we daar besluiten over nemen, wil ik eerst gaan praten met de huurders."

Wel wil Meijer snel de lobby toegankelijker maken voor de buren van het complex en het gebouw beter laten aansluiten op ontwikkelingen in de omgeving. Zo worden ertegenover binnenkort 600 woningen, appartementen en winkels aan het Wilhelminaplein gebouwd.

"Het WFC moet meer onderdeel worden van die nieuwe buurt."

Ook over de buitenzijde houdt Meijer het kruit nog even droog. "Het is weliswaar geen monument, maar het is bijna een soort beschermd stads­gezicht. We moeten eerst in gesprek met alle betrokkenen, waaronder de gemeente."

Een aanpassing ligt wel voor de hand. "We moeten dit gebouw sowieso naar ten minste energielabel A brengen." Een tijdschema wil hij dan niet geven. "Het is als bergbeklimmen; dat doe je ook stap voor stap. Als je meteen naar de top kijkt, dan word je misschien bang."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden