Plus

Woonkamer in Weesp is nu museum voor 45 Aermacchi's

Jaap de Jong (79) uit Weesp heeft een verzameling van 45 Aermacchimotorfietsen. Zijn vrouw Ellen (63) stelde voor om boven te gaan wonen en beneden een museum in te richten.

De Aer-macchi's in het huis annex museum van Jaap en Ellen de Jong in Weesp. 'Ze kunnen stuk voor stuk zo de rijbaan op' Beeld Dingena Mol

Achter de ramen van woningen in de Hoogstraat in Weesp tekenen zich overal ongeveer identieke contouren af: een driezitsbankstel, een eettafel, een schemerlamp, een televisie.

Op nummer 13 is het plotseling anders. Daar doemen spaakwielen op, rubber banden, glimmend chroom, ­robuuste koplampen. Vrouwen lopen meestal door, mannen houden hun pas in.

Nieuwsgierig turen ze door het licht spiegelende glas naar binnen bij die opmerkelijke huiskamer, waar 45 Italiaanse Aermacchimotorfietsen blijken te wonen.

Jaap de Jong en zijn vrouw Ellen verkasten zelf naar ­boven om de motoren een plek te geven in hun voormalige huiskamer. Toen Jaap in 1995 bij Ellen introk, wist ze dat ze niet alleen hem, maar ook zijn grootste hobby in huis haalde: zijn Aermacchimotorfietsen.

"Ze stonden eerst overal door het huis. Niet echt leuk, vond ik. Ik stelde dus voor om boven te gaan wonen en beneden een museum in te richten, zodat ze er ook écht mooi bij staan."

Hoewel menigeen versteld staat van haar ruimhartige besluit, is Ellen er zelf heel nuchter over: "Je hebt boven een veel mooier uitzicht op de Vecht. Als ik in de keuken moet zijn, loop ik altijd eerst gezellig tussen de motorfietsen door. We zijn er dus eigenlijk alleen maar op vooruit­gegaan. Een win-winsituatie!"

Op afbetaling gekocht
"Ik ben er ook zeer content mee," zegt Jaap de Jong. Niet ­verwonderlijk, want Aermacchi speelt al dik vijftig jaar een belangrijke rol in zijn leven.

Hij was 22 jaar toen hij als een blok viel voor een felrode Aermacchi in de etalage van ­motorzaak Jan Markus op de Amsterdamse Da Costa­kade.

"Een vreemde verschijning was het. Zeker geen motor die iedereen in die tijd wilde hebben. Je zag hem nauwelijks op straat. Het aparte design sprak mij juist erg aan. Hij was felrood, terwijl de meeste motoren in die tijd zwart waren."

Wel was het een relatief dure motor; hij moest er 2495 gulden voor neertellen. "Ik verdiende toen al aardig als beroepsmilitair bij de luchtmacht en kon hem op af­betaling kopen."

Aermacchi is van oorsprong een vliegtuigfabrikant, die militaire vliegtuigen en straaljagers voor de Italiaanse luchtmacht bouwde. "Dat speelde zeker mee in mijn keuze," zegt De Jong. Al vrij snel had hij aan één Aermacchi niet genoeg.

"Ik vond het zo'n mooi merk dat ik er ook ­andere modellen van wilde. Ze werden toen steeds betaalbaarder, doordat er Japanse motorfietsen op de markt kwamen. Die hadden, anders dan de Aermacchi, allerlei moderne snufjes, richtingaanwijzers, toeters en bellen. Ze waren voorzien van twee, drie of vier cilinders, terwijl Aermacchi er maar één had. Het merk werd daardoor goedkoper. Voor zo'n 400 euro had je al een goede."

De Jong heeft inmiddels alle 45 Aermacchimodellen die tussen 1950 en 1972 gemaakt zijn. Daarmee is zijn verzameling na vijftig jaar compleet. "Ik denk dat ik de enige in de wereld ben die dat heeft."

De meeste motorfietsen heeft hij zelf opgeknapt en ­gerestaureerd. Ze staan keurig in rijen opgesteld, zowel op de grond als op een bovenverdieping. Helemaal achterin begint de geschiedenis met een pastelblauwe lichtgewicht Aermacchi uit 1950.

"Dat was de eerste waarop je dankzij het open frame zowel met een rok als een broek kon rijden."

Vanaf 1960 kreeg Harley Davidson een belang van 50 procent in de Aermacchifabriek, waardoor bij sommige modellen 'Aermacchi-Harley Davidson' op het tanklogo staat. Van de modernere Harley Davidsonmodellen voor de Amerikaanse markt is De Jong geen fan.

"Die hebben hoge sturen, veel chroom en meer nieuwe snufjes. Geef mij maar de eenvoud van een Aermacchi."

De muren van het museum zijn rijk behangen met oude foto's, uitslagenlijsten van races, vaantjes, affiches, vignetten en onderdelen. Hier en daar een glazen vitrine met schaalmodellen, onderdelen, vaantjes en trofeeën van races.

De Jong wijst op een Aermacchilichtbak: "Daar heb ik 32 jaar naar gezocht. Laatst vond ik hem bij toeval ineens op een rommelmarkt. Motorfietsen wil ik er niet meer bij, maar wat betreft de documentatie ben ik nog niet klaar. Er is altijd wel weer wat nieuws te vinden."

Zijn vrouw gaat graag mee om naar nieuwe dingen te speuren. Ze kent de onstuitbare verlangens van een verzamelaar maar al te goed. Zelf spaart ze stripboeken. De zolder staat tot de nok toe vol. "Als je je klein maakt, kun je via een opening tussen de Suske en Wiskes en Asterixen nog naar binnen."

Samen poetsen ze vaak alle motorfietsen, zodat ze er weer mooi glimmend bij staan. "Ze kunnen stuk voor stuk zo de rijbaan op," zegt De Jong. Af en toe neemt hij er een mee naar zijn werkplaats op een industrieterrein. "Dan controleer ik of ze technisch nog in orde zijn en pomp ik zo nodig de banden op."

Een helm in de Italiaanse kleuren
In een achterafhoekje van het museum hangen zwart-witfoto's waarop De Jong gewaagde bochten trekt op zijn Aermacchi en in de zijspan zit.

Jaap en Ellen de Jong Beeld Dingena Mol

"In 2014 hing hij nog in zo'n zijspanbakkie. Knie vlak boven het asfalt," vertelt zijn vrouw trots. Hoewel op zo'n zelfde onopvallende plek ook een kast vol bekers staat, noemt De Jong zijn prestaties op de Aermacchi slechts als een onbelangrijke 'terzijde'.

Aan rally's en motortochten doet hij nog steeds mee, ­samen met leden van de Aermacchimotorclub die hij in 1985 oprichtte. "We rijden bijvoorbeeld naar Italië, Engeland en Zwitserland."

Ook voor een 6500 kilometer lange rondreis naar de Noordkaap draait De Jong zijn hand niet om. Altijd in een stoere, zwartlederen overall, met een helm in de Italiaanse kleuren. "Onderweg heb ik één keer een lekke band gehad, verder nooit pech gehad."

Spartaans is het rijden op de Aermacchi wel. "De vering is natuurlijk ouderwets en moderne accessoires ontbreken. Maar zwaar vind ik het nooit. De Aermacchi is voor mij een soort rugzak. Ik trek hem aan en rijd weg."

Ook zijn vrouw haalde haar motorrijbewijs, om er al snel achter te komen dat motorrijden niets voor haar was. "Ik voel me niet veilig op zo'n ding. En dan dat vreselijke pak dat je aan moet. Nee, ik rijd lekker achter Jaap aan in de volgauto."

Nauwlettend houdt ze dan het figuurtje op de kleine rode motor in de gaten. Op die 'kleine rode' rijdt De Jong al zijn hele leven. "Ik heb hem zelf opgebouwd en er naar eigen idee wat aanpassingen aan gedaan." Aan het stuur hangt steevast een bosje hei van Isle of Man. "Dat brengt geluk."

Al veel voorbijgangers hebben de afgelopen jaren een kijkje genomen in het Aermacchimuseum. Niet alleen ­Nederlanders, maar ook Amerikanen, Italianen, Engelsen, Japanners. Een Portugees raakte zo enthousiast over de Aermacchi dat hij er maar moeilijk afscheid van kon ­nemen en zijn vrouw hem opbelde om te vragen waar hij bleef.

"Ze zouden nog naar het Rijksmuseum gaan. Na haar telefoontje ging hij natuurlijk meteen naar haar toe. Maar hij zei er nog wel bij dat hij deze collectie toch liever zag dan die van het Rijksmuseum."

Het museum is gratis te bezoeken. "Als ik er niet meer ben, gaat mijn verzameling naar het Louwman Museum in Den Haag. Dat wil de motorfietsen graag hebben. Het is een geruststellende gedachte dat ze dan een mooie ­bestemming krijgen."

Beeld Dingena Mol
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden