Plus PS

Wonen in Amsterdamse School: 'Naar beneden, dat is pas pijnlijk'

Het bejubelde Plan Zuid van Berlage bestaat honderd jaar. De Amsterdamse Schoolstijl blijft prachtig, maar de vaak oudere bewoners lopen tegen de keerzijde aan: de smalle trappenhuizen hebben geen lift. Maar verhuizen? 'Ik pieker er niet over!'

Margriet de Zwart in het trappenhuis van haar woning in de Frans van Mierisstraat. 'Ik ben zo dagelijks aan het sporten.' Beeld Dingena Mol

Op het halfronde pleintje tussen de Pieter Lodewijk Takstraat en de Burgemeester Tellegenstraat in Zuid heerst een bedaarde rust. De wind ruist zacht door de bladeren, omhoog kijkend naar de fraai versierde gevels lijkt het achter de ramen met opgebonden vitrages donker en leeg te zijn.

Totdat plotseling een van de donkergroene deuren opengaat. Henk Kaempff (81) komt poolshoogte nemen. Hij heeft het van bovenaf alláng gezien: die blocnote, die pen - dat moet de Parool-journalist zijn. Twintig minuten te vroeg. Zijn onrust maakt dat hij uiteindelijk de trappen trotseert.

"Kom boven. Wij zitten ook te wachten!" zegt hij en bukt om een leeg, plastic flesje van straat te pakken. Met de punt van zijn schoen wijst hij op de waarschuwing 'Schoon is doen', die hij met blauwe krijtletters op de stoep heeft geschreven. Een strenge pijl wijst naar de vuilnisbak. "En toch vind ik steeds weer rommel op straat," verzucht hij.

Buurtburgemeester
Kaempff blijft wat dralen, controleert of alles in orde is - als een opzichter op zijn landgoed. 'De buurtburgemeester' noemen mensen in de straat hem ook wel. Boven, op anderhalfhoog, beaamt Wil Kaempff (76) dat. "Henk is 81 jaar, bijna de oudste van iedereen, maar hij is de enige die de straat opruimt."

Ze vertelt het met een mengeling van trots en verontwaardiging. Het was louter toeval dat Wil en Henk ruim vijftig jaar geleden op een ochtend allebei in tegengestelde richting de Ceintuurbrug over liepen en de liefde in elkaars ogen vonden. Sindsdien zijn ze samen en hebben ze een gezin gesticht.

In 1980 betrokken ze een huis van volkswoningencomplex De Dageraad, nu in handen van woningcorporatie De Alliantie. De woningen werden in 1920 gebouwd als 'paleis voor de arbeiders'. De buurt behoort nu tot een van de hoogtepunten van de Amsterdamse School, met prachtig versierde daken en gevels.

Wil en Henk Kaempff zijn eraan verknocht geraakt, hoewel ze al die jaren ook heel wat woeste taferelen voorbij zagen komen op het plein beneden: drugsdealers, fietsdieven, vandalen, molotovcocktails, brandjes, knokpartijen, stapels lege wodkaflessen. "Nee, een doods pleintje is het zeker niet," concludeert Henk. Wil: "De laatste jaren is het rustiger. We genieten van de voetballertjes, spelende kinderen, schilders en tekenaars - van iedereen die voorbijkomt."

Boodschappen laten staan
Ze willen er liefst zo lang mogelijk blijven wonen, maar denken er soms toch over om naar een benedenhuis te gaan. "We worden ouder. Nog niet zo lang geleden ondergingen we allebei een operatie, waarvan we moesten herstellen. Dat zet je aan het denken. Als het niet meer lukt met de trap, wordt het lastig."

Er bestaat voor ouderen een verhuis­regeling van de gemeente, maar die geldt alleen voor mensen op twee- en driehoog. "Officieel wonen wij op éénhoog, maar eigenlijk zitten we op anderhalf hoog, omdat het huis zo is gebouwd dat we nog een extra trap hebben," legt Wil uit. "Maar tot nu toe lukt het nog. Boodschappen kunnen we desnoods in twee keer naar boven dragen of even laten staan." Henk knikt. "Daar leer je wel mee omgaan."

Wil en Henk Kaempff in de P.L. Takstraat. 'Tot nu toe lukt het nog.' Beeld Dingena Mol

Wil en Henk Kaempff zijn niet de enige ouderen die zich soms afvragen hoe het moet als de trap ineens een probleem wordt. De meeste woningen die vallen onder Plan Zuid, het stedenbouwkundige plan van Berlage uit 1914, zijn niet levensloopbestendig, bijvoorbeeld doordat liften ontbreken, de trappen te smal zijn en de badkamers niet zijn aangepast.

Tegelijkertijd wonen juist daar veel ouderen. Ooit begonnen ze er als twintigers of dertigers hun Amsterdamse leven, al dan niet met kinderen. Nu zijn ze gepensioneerd en voelen ze zich sterk verbonden met hun buurt. Hoewel ze vaak nog vitaal zijn, rijst ook de vraag: wat doen we als we écht broos worden?

Anneke Huygen (72), sinds 1997 woonachtig in een huurappartement op het Olympiaplein, ondervindt op dit moment hoe vervelend het is als je op éénhoog woont en moeizaam loopt. Leunend op haar stok staat ze in het portiek bovenaan de steile trap.

Voorheen nam ze die met gemak drie of vier keer per dag. Sinds ze een paar weken geleden flink is gevallen, strompelt ze echter omhoog - zich optrekkend met haar rechterarm. "Dat gaat nog, naar beneden gaan is echt pijnlijk."

Wakker geschud
Het kan nog wel vier maanden duren voordat ze is hersteld. Tot die tijd doet Huijgen boodschappen met een rugzak en laat ze zware dingen thuisbezorgen.

"Mijn grootste angst is om afhankelijk van anderen te zijn. Die val heeft me wakker geschud. Stel dat ik de trap later helemaal niet meer op en af kan? Wat als ik een hersenbloeding krijg en hier weg moet? Ik wil dat moment voor zijn en zelf de regie houden, voordat anderen besluiten waar ik kom te wonen."

Eerder al paste Huijgen met het oog op de toekomst haar badkamer aan. Ze ruilde het bad in voor een inloopdouche - handiger en veiliger. "Maar een traplift plaatsen is wat anders en vele malen duurder."

Huijgen ging daarom op zoek naar een gelijkvloerse woning in de buurt. Een onmogelijke opgave. "Met een redelijk pensioen en AOW kan ik maximaal duizend euro opbrengen, maar voor die prijs is vrijwel niets te huur in de vrije sector. Kopen kan niet meer op mijn leeftijd."

Anneke Huijgen in haar woning op het Olympiaplein. 'Doorstromen in deze buurt lukt niet.' Beeld Dingena Mol

Een sociale huurwoning zit er ook niet in. "De wachtlijsten zijn zo lang dat ik daar helemaal niet aan de bak kom. En aan de voorwaarden van de seniorenwoningen in de Beethovenstraat voldoe ik niet. Je moet dan onder meer minstens tachtig jaar zijn. Doorstromen in je eigen buurt lukt dus niet," aldus Huijgen.

Ze kan eventueel wel terecht in Aalsmeer, Osdorp of Amstelveen. "Maar wat moet ik daar? Eenzaamheid ligt dan op de loer. Ik woon alleen en heb hier mijn vrienden en kennissen, mijn vaste adresjes om koffie te drinken, mijn vrijwilligerswerk voor onze buurtvereniging StadsdorpZuid. Bovendien ben ik erg gehecht aan deze groene, veilige buurt."

Buurtbewoner Jan van Essen (73) deelt haar zorgen over de toekomst. Hij woont al 35 jaar met zijn vrouw op tweehoog in de Rubensstraat. "We zijn allebei nog in goede gezondheid en willen hier graag blijven, maar hoe zijn we er over tien jaar aan toe? Is dit huis in deze vorm dan nog geschikt?"

Van Essen verenigde zich met Dick van Alphen (69) en Olga van den Berg (72) in de Stichting Age Friendly Wonen: een onafhankelijk burgerinitiatief dat zich inzet voor levensloopbestendige woningen in Amsterdam.

De stichting werkt nauw samen met het project Lang Leven in Plan Berlage, dat is begonnen in het kader van de campagne Amsterdammers maak je Stad! "Die moet mensen bewust maken van de noodzaak van levensloopbestendig wonen, ideeën en oplossingen van bewoners bijeen brengen en plannen uitwerken om de bestaande woonomgeving 'oudervriendelijk' te maken."

Geen gesjouw meer
Amsterdam is aangesloten bij het Age Friendly Cities Network van de Wereld­gezondheidsorganisatie, maar in de praktijk merkt Van Essen daar weinig van. Hij ziet veel mogelijkheden om bestaande woningen aan te passen voor ouderen, maar daarvoor is wél goede wil en veel geld nodig.

"Je kunt bijvoorbeeld een lift aan de buitenkant plaatsen of galerijen bouwen die aansluiten op één lift. Daar hebben ouderen, maar ook gezinnen met jonge kinderen profijt van: geen gesjouw meer met kinderwagens."

"Ik denk ook aan ouderen die in een ruime woning zitten en best kleiner willen wonen. Je zou zo'n woning kunnen verdelen in drie appartementen voor ouderen, die wel dezelfde huurprijs blijven betalen. Bij studenten gebeurt dat allang zo. Interessant voor de verhuurder én kostenbesparend, want de thuiszorg hoeft nog maar op één adres langs."

Binnenkort spreekt de stichting Age Friendly Wonen hierover met VVD-Tweede Kamerlid Daniël Koerhuis. "Dat is weer een stapje vooruit. Wij merken dat steeds meer mensen het belang ervan inzien," zegt Van Essen.

Margriet de Zwart (71) denkt dat het haar tijd wel zal duren voordat die lift er ooit komt. Ze woont al 37 jaar op driehoog in de Frans van Mierisstraat. Eerst met haar man en drie kinderen, en sinds vijf jaar alleen. Elke dag hijst ze zich omhoog aan de houten leuningen - 58 traptreden lang. 'Dagelijks sporten,' noemt ze het.

"Na een herseninfarct in 2012 ging ik slechter lopen. Nu gaat het weer wat beter. Ik gebruik beide leuningen en sta na de tweede verdieping op elke overloop even uit te blazen." Ze is niet de enige, want in het gebouw wonen vrijwel alleen 70-plussers, die zich allemaal stevig vastklampen aan de leuningen en onderweg pauzeren.

Margriet de Zwart in haar woning: 'Dit is echt mijn stek, met al mijn spulletjes.' Beeld Dingena Mol

Boodschappen draagt De Zwart mee in een rugzak. Haar buurman, ook al ver in de zeventig, helpt haar de vuilniszak beneden te krijgen. Voor noodgevallen heeft de Zwart een alarmeringsknop op haar telefoon.

Soms maakt ze zich zorgen over de toekomst. "Ik ben een keer gevallen toen ik verstrikt raakte in de lijn van mijn hondje. Ik was een maand aan huis gekluisterd, buren en familie moesten me helpen. Als mij iets ernstigs overkomt, wordt het hier problematisch."

Toch piekert De Zwart er niet over om te verhuizen. "Dit is echt mijn stek, met al mijn spulletjes. Ik houd me maar vast aan buren die veel ouder zijn dan ik en toch nog zelfstandig boven komen."

Dat lukt Henk Kaempff ook nog dag in dag uit. Vaak meerdere keren op een dag. Hij moet wel, want, kijkend uit het raam: het is weer zover. Kaempff wijst naar een schemerlamp op een hoek van de straat.

"Dat doen die oudjes. Ze weten niet dat je het grofvuil daar niet meer mag neerzetten." Hij zucht diep. "En tja, voor je het weet staat het hier weer helemaal vol."

Lees ook: Plan Zuid wordt beschermd stadsgezicht

Meer informatie: maakjestad.amsterdam/initiatief/lang-leven-plan-berlage/

100 jaar Plan Zuid

De Amsterdamse gemeenteraad vroeg architect en stedenbouwkundige Berlage aan het begin van de twintigste eeuw om een stedenbouwkundig plan te ontwerpen voor de ontwikkeling van het gebied ten zuiden van de stad tussen de rivieren Amstel en Schinkel. In 1917 keurde de gemeenteraad het plan goed.

In de stijl van de Amsterdamse School werd tussen 1917 en 1925 de wijk Nieuw Zuid gebouwd. Die bestond uit de Rivierenbuurt, de Apollobuurt, de Stadionbuurt en een groot deel van de Nieuwe Pijp. Berlage legde vast hoe het stratenpatroon eruit zou zien en aan welke eisen de woningen moesten voldoen. Architecten als De Klerk, Kramer, Van der Met en Staal ontwierpen de woningen volgens deze richtlijnen.

Hoeveel ouderen in Zuid?
In Amsterdam-Zuid woonden vorig jaar 26.551 ouderen tussen de 55-74 jaar. De prognose is dat dat er in 2020 28.312 zijn. 9005 bewoners zijn er 75 jaar of ouder. Volgens de prognoses zullen dat er in 2020 9587 zijn.

Over de hele stad neemt het aantal 65-plussers toe. In 2015 waren het er 97.534, vorig jaar steeg dat aantal tot 100.150.

De woningvoorraad binnen de Ring bestaat uit zo'n 266.000 woningen. Tegen 2030 zal de helft hiervan worden bewoond door 55-plussers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden