Wonen boven winkels blijft lastige zaak

De Kalverstraat, waar veel verdiepingen zelfs onbewoonbaar gemaakt zijn, omdat men de trappen uit panden heeft gesloopt. Foto ANP

AMSTERDAM - In Amsterdam staan nog steeds veel verdiepingen boven winkels leeg waar duizenden woningen in kunnen komen. Pogingen die winkelpanden daar geschikt voor te maken, hebben nauwelijks succes.

Een recente inventarisatie toont aan dat er alleen al in de Kalverstraat en de Nieuwendijk zevenhonderd woningen bij kunnen komen. En de ervaring leert dat dat de eerste ramingen veelal te voorzichtig zijn, zegt onderzoeker Frans Steffens. ''De hoogte en de diepte van de panden doen vermoeden dat het werkelijke potentieel een stuk groter is, waarschijnlijk duizend woningen of meer.''

En de mogelijkheden zijn veel groter. Elders het centrum, zoals op het Damrak en het Rokin, staan ook talloze verdiepingen leeg. Steffens: ''Zeker als ook wordt gekeken naar leegstaande kantoren in dat gebied. Dan zou het potentieel kunnen verdrievoudigen.''

Studentenhuisvesters maakten onlangs bekend dat de woningnood onder studenten niet eerder zo groot is geweest. Door de economische crisis is het aantal inschrijvingen bij universiteiten en hogescholen enorm gestegen en neemt de doorstroming op de woningmarkt alleen maar af. Voor dat probleem bestaat een eenvoudige oplossing, zegt directeur Toon van der Pas van de vereniging Wonen Boven Winkels Nederland: ''De schattingen van het aantal leegstaande, beschikbare verdiepingen boven winkels in heel Nederland lopen op tot meer dan veertigduizend en meestal leveren die meer dan één appartement of studio op. En die woonruimte bevindt zich daar waar studenten en werkende jongeren het liefst verblijven: in de binnenstad.''

De inspanningen van overheden, woningcorporaties en onderwijsinstellingen om ruimte boven winkels weer geschikt te maken voor huisvesting, staan niet in verhouding tot de kansen die er liggen, vindt Van der Pas. ''Terwijl iedereen hier eigenlijk wel achter staat, ook in Amsterdam. En toch gebeurt het niet.''

Lang woonden nagenoeg alle winkeliers boven hun winkel. Maar de laatste decennia kwam daar verandering in. De meeste winkelpanden zijn tegenwoordig eigendom van vastgoedbeleggers, die alleen voor de begane grond belangstelling hebben. ''Voor winkelruimte kunnen zij onnoemelijk veel meer vragen dan voor woonruimte,'' zegt Van der Pas. ''Die verdiepingen staan daarom meestal leeg. Trappen naar boven worden zelfs gesloopt als daar enkele vierkante meters extra winkelruimte mee te winnen zijn.''

Maar door het herstel van de oorspronkelijke woonfunctie van de bovenverdiepingen neemt de veiligheid en levendigheid van de winkelstraten toe. Monumentale panden kunnen behouden blijven en de levendigheid en de sociale samenhang nemen toe.

Amsterdam zag dat al snel in. Sinds 1985 zijn ambtenaren bezig met het creëren van woonruimte boven bedrijven. Jaarlijks leverde dat tot 1996 ongeveer vijftig nieuwe woningen op. Maar daarna verslapte de aandacht, zegt Van der Pas. Na de instelling van stadsdeel Centrum is in 2001 een plan van aanpak opgesteld om de plannen nieuw leven in te blazen, wat resulteerde in een toename tot ongeveer dertig woningen per jaar. ''Maar dat is natuurlijk nog steeds veel te weinig,'' vindt Van der Pas.

Helemaal onbegrijpelijk is dat niet, want winkelpanden weer geschikt maken voor huisvesting is een kostbare zaak. ''Wonen boven winkels blijkt in bedrijfseconomische zin vaak onrendabel te zijn,'' zegt Steffens: ''Bouwen is heel duur en de huuropbrengst is beperkt.''

In Amsterdam is daarom een subsidiesysteem bedacht. Eigenaren die panden geschikt willen maken voor bewoning, kunnen een tegemoetkoming krijgen die oploopt tot 25.000 euro.

Toch loopt het nog niet storm voor de regeling. ''Het nadeel van het subsidiesysteem is dat het initiatief bij de eigenaar van het pand ligt. En in de praktijk blijkt dat het zeer veel moeite kost eigenaren zo ver te krijgen dat zij medewerking verlenen,'' zegt Van der Pas. ''Ze weten niet goed wat ze ermee aan moeten. Bovendien moeten winkelpanden eigenlijk bloksgewijs worden aangepakt. Per pand wordt het anders ontzettend duur. De gebouwen zijn doorgaans verwaarloosd, er moet veel worden gesloopt en ook logistiek zijn de projecten lastig te realiseren, omdat veel winkels tegenwoordig ook op zondag open zijn.''

Een bedrijfsmatigere aanpak, waarbij lokale partners de handen ineenslaan, biedt meer kans op succes, leert de ervaring in andere steden. ''Een nieuwe nv kan verdiepingen aankopen en subsidie en begeleiding door het stadsdeel aanvragen. In Maastricht gebeurt dat met succes. De gemeente werkt daar samen met een woningcorporatie en de universiteit.''

Zo'n oplossing zou ook in Amsterdam kunnen werken, opperen Van der Pas en Steffens. Met woningcorporatie Ymere zijn al verkennende gesprekken gevoerd, maar de plannen verdwenen door fusieperikelen en de crisis naar de achtergrond.

Toch blijft Steffens optimistisch. Dat het in Amsterdam mogelijk is, werd eerder bewezen op de Zeedijk, onderstreept Van der Pas: ''Daar is indertijd de NV Economisch Herstel Zeedijk opgericht, die zeer doortastend aan de slag ging. Kennelijk voelde men toen wel de urgentie.'' (HENK SCHUTTEN)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden