Plus

Wist iemand dat Iraanse aanslagpleger in Almere woonde?

Liet Iran een staatsvijand liquideren in Almere? Of was het toch de verzetsbeweging Mujahedeen-Khalq? En waarom houdt de overheid zich stil over de kwestie?

Jongen houdt bord omhoog met omgekomen partijleden tijdens een protest Beeld Isna

Een maand nadat Het Parool heeft gemeld dat de eind 2015 doodgeschoten 'Ali Motamed' in 1981 waarschijnlijk de beruchtste bomaanslag ooit in Iran had gepleegd, liggen nog gevoelige vragen open.

Zijn broer was volgens getuigen in Iran al eens gevangen genomen en met stroomkabels aan zijn voeten gemarteld omdat het regime Mohammad Reza Kolahi Samadi niet kon vinden. Die was veroordeeld tot de dood door ophanging omdat hij op 28 juni 1981 als student en prominent lid van de sjiitische 'verzetsbeweging' Mujahedeen-Khalq (letterlijk: heilige strijders van het volk) de 'grootste aanslag in de politieke geschiedenis van Iran' zou hebben gepleegd.

Met een zware bom waren in het hoofdkwartier van de Islamitische Republikeinse Partij in Teheran 73 partijbonzen opgeblazen, onder wie vier ministers en opperrechter ayatollah Mohammad Behesthi, de tweede man achter ayatollah Ruhollah Khomeini toentertijd.

Valse naam
Het Iraanse regime bleef naarstig op zoek naar de staatsvijand die moest boeten voor die aanslag, die jaarlijks groots wordt herdacht.

In de ochtend van 15 december 2015 werd de 56-jarige electricien 'Ali Motamed' met een schot in zijn achterhoofd geliquideerd toen hij voor zijn huis in de Hendrik Marsmanstraat in Almere in zijn witte Eneco-bus wilde stappen.

Inmiddels laat uitvoerig onderzoek nauwelijks nog twijfel dat het slachtoffer niemand minder is dan Mohammad Reza Kolahi Samadi.

Mohammad Reza Kolahi werd geliquideerd in Almere Beeld .

Na de verwoestende explosie was hij Iran uit gevlucht en met omzwervingen in 1989 in Nederland beland, waar hij onder een valse naam zijn nieuwe leven opbouwde als hardwerkende en sober levende electricien. Hij stapte uit de Mujahedeen-Khalq omdat het 'een slechte sekte was geworden', zoals hij later tegen getuigen zou zeggen.

Al in de uren na de liquidatie vertelde zijn echtgenote de recherche dat haar man onder een valse naam leefde. Mede op aandringen van de ­functionarissen die haar mogelijk zouden moeten laten beveiligen, gaf ze in de middag ook zijn echte naam en geboortedatum.

De weduwe, met wie hij een zoon had die tijdens de liquidatie zeventien was, vertelde in een reeks verhoren uiteindelijk uitvoerig hoe ze haar man in 1994 had leren kennen. Hoe ze in 1995 waren getrouwd en hoe ze jaren later stap voor stap achter zijn grote geheim was gekomen - na publicaties in een boek, op internet en de satelliettelevisie.

Meer dan dertig media hadden zijn naam en foto's verspreid omdat Iran hem zocht. Op een Iraanse regeringswebsite verscheen volgens een getuige het bericht dat 'zelfs zijn hond niet in leven mocht blijven'.

Langzaam maar zeker was de Iraniër steeds verder verstrikt geraakt in wat zijn zoon na zijn dood 'een Anne Franksituatie' zou noemen. Hij werd 'een beetje paranoia', trok zich terug en meed feestjes en andere bijeenkomsten, zeker als daar Iraniërs waren.

Ook Iraanse dissidenten in Nederland - van wie niemand geciteerd wil worden - zijn ervan overtuigd dat 'Ali Motamed' werkelijk Mohammad Reza Kolahi Samadi was. Naar aanleiding van de artikelen in deze krant, eind mei, heeft de BBC ook uitvoerig onderzoek gedaan. Een verslaggever sprak familieleden in Iran en bronnen binnen geheime diensten en de Mujahedeen-Khalq die zijn ware identiteit 'honderd procent bevestigen'.

Dat roept gevoelige vragen op.

Stil
Hoe kon de door Iran gezochte aanslagpleger onbekommerd in een gewone Almeerse buurt wonen - met alle risico's voor ook de onwetende buren van dien? Zit Iran achter de liquidatie, of de nog altijd actieve 'verzetsbeweging' Mujahedeen-Khalq die het slachtoffer de rug heeft toegekeerd? Waarom houdt de politie sinds de dag van de moord eind 2015 de ware identiteit van het slachtoffer geheim? Waarom blijft ook de rest van de overheid tot nu toe stil?

Het zijn vragen die ook de Almeerse VVD-fractievoorzitter Ulysse Ellian zijn burgemeester heeft gesteld.

Wisten burgemeester en wethouders dat de moord in de zo rustieke Hendrik Marsman­straat wel eens 'een politieke liquidatie' kon zijn in opdracht van Iran? Nee, dat wisten b. en w. niet, kreeg Ellian als antwoord, tot de artikelen in Het Parool. Ook nu nog vindt het college de zaak 'een aangelegenheid van het Openbaar Ministerie, de politie en veiligheidsorganisaties'.

Ellian, zelf van Iraanse komaf: "Als het slachtoffer meneer Kolahi was én als de politie dat al meteen na de liquidatie wist, rijst de vraag waarom de burgemeester niet is geïnformeerd over dit grote veiligheidsrisico."

"In meerdere afleveringen van het televisieprogramma Opsporing verzocht is nota bene gezegd dat de politie geen enkel logisch motief zag voor de moord. Houdt de politie de inwoners van Almere dan niet voor de gek?"

Ellian wil ook weten wat de overheid vóór 2015 al wist. "Was enige instantie van de overheid er voor die moord al van op de hoogte dat meneer Motamed in werkelijkheid die pleger van die aanslag was?"

Verdachten

Wie gaf de opdracht Mohammad Reza Kolahi Samadi te liquideren? Het Iraanse regime? De Mujahedeen-Khalq? De recherche weet het niet. Voor de buitenstaander is het lastig te begrijpen dat de twee gearresteerde verdachten 'gewone' Amsterdamse criminelen zijn: Anouar A. uit West en Moreo M. uit Zuidoost.

Kenners van de complexe Iraanse politiek, die niet met hun naam in de krant willen, vinden dat minder vreemd dan het lijkt. Hun theorie: het is intelligent zo'n opdracht te verstrekken via reguliere criminele contacten van bijvoorbeeld de drugspoot die Hezbollah heeft. Zo is de liquidatie niet naar Iran te herleiden.

Tot een partij de liquidatie opeist, wat kenners niet uitsluiten, zal de heikele kwestie door vaagheid omgeven blijven. Zeker nu de Nederlandse overheid lastige vragen - zoals ook die van SP-Kamerlid Sadet Karabulut aan de regering - uit de weg gaat. De ministeries van Buitenlandse Zaken en dat van Justitie en Veiligheid beloven de vragen over drie weken te beantwoorden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden