PlusPS

Wint Radioheadgitarist Jonny Greenwood een Oscar?

Een van de zes Oscarnominaties die Phantom Thread binnensleepte, is voor Jonny Green­wood. De Radioheadgitarist is uitgegroeid tot een van de interessantste filmcomponisten van dit moment.

Daniel Day-Lewis als ontwerper Reynolds Woodcock in Phantom thread.Beeld Universal Pictures

Wint Jonny Greenwood zondag een Oscar? De componist, vooral bekend als gitarist van de band Radiohead, is genomineerd voor zijn muziek voor Paul Thomas Andersons Phantom Thread.

En terecht: de rijk georkestreerde ­muziek, romantisch en klassiek maar ook dreigend en duister, is bepalend voor de meesterlijk drukkende sfeer van de film.

Phantom Thread draait om de giftige wederzijdse afhankelijkheid tussen modeontwerper Reynolds Woodcock (Daniel Day-Lewis) en zijn jonge muze Alma (Vicky Krieps) in het mistige Londen van de jaren vijftig.

Greenwoods Oscarnominatie is er een van de zes die ­de film binnensleepte en Greenwoods eerste.

Zijn alom ­be­jubelde score voor There Will Be Blood (2007) werd precies tien jaar geleden uitgesloten van competitie: voor die eerste ­samenwerking met regisseur Anderson gebruikte Greenwood delen van zijn eerdere klassieke compositie Popcorn Superhet Receiver en zijn soundtrack voor ­Simon Pummells documentaire Bodysong (2003).

En dus was het volgens de Academy of Motion Arts and Sciences - het ­orgaan dat de Oscars uitreikt - geen 'originele compositie'.

Al vroeg betrokken
In de tussenliggende tien jaar maakte Greenwood naam als een van de interessantste filmcomponisten van dit ­moment. Hij maakte bijvoorbeeld de op popmuziek van de jaren zestig geïnspireerde muziek voor de Murakami-­verfilming Norwegian Wood (Tran Anh Hung, 2010), waarvoor hij instrumenten en opnameapparatuur gebruikte uit de tijd waarin de film zich afspeelt.

Zijn twee hoekige composities voor Lynne Ramsays films We Need To Talk About Kevin (2011) en You Were Never Really Here (2017) weerspiegelden de gewelddadige onderwerpen van de films in gruizige, springerige tonen.

Maar het meest uitgesproken en veelzijdig blijft zijn ­samenwerking met Paul Thomas Anderson. Greenwood componeerde na There Will Be Blood ook de muziek voor al diens volgende films: The Master (2012), Inherent Vice (2014) en nu dus Phantom Thread.

De regisseur draaide op zijn beurt videoclips voor Greenwoods band Radiohead en maakte in 2015 de documentaire Junun, over een gelijknamig muzikaal project van Greenwood in het Indiase Rajasthan.

Waar filmmuziek meestal een van de laatste stappen in het maakproces is, betrekt Anderson zijn componist juist al op een zeer vroeg moment bij elk project. Het schrijven van de muziek gaat gelijk op met het ontwikkelen van het verhaal, de visuele stijl, de casting en de opnames. Zo wordt de muziek gevoed door de manier waarop de film ontstaat en werken de resulterende klanken door in het weefsel van de film.

Voortdurende improvisatie
Die werkwijze kon Greenwood al hanteren voor zijn eerste ­­filmcompositie, voor de eerder genoemde docu­mentaire Bodysong van de Britse filmmaker Simon Pummell. Greenwood had enorme invloed op de uiteindelijke film, vertelt Pummell.

"Het overkoepelende verhaal hadden we uiteraard, maar ik had nooit vooraf kunnen bedenken wat het in samenwerking met Jonny is geworden binnen de ­afzonderlijke fragmenten. Uit het over en weer van ideeën en de energie die daaruit voortkwam ontstond een voortdurende improvisatie van muziek en beeld."

Bodysong is een volledig uit archiefbeelden opgebouwde documentaire die 'het geheel van de menselijke ervaring' tracht te omvatten. "Ik wist welke onderwerpen voorbij zouden komen, van geboorte tot dood, en daar zochten we beelden bij."

"Voordat we aan de montage daarvan begonnen, stuurden we veel langere compilaties van beelden per onderwerp aan Jonny, zodat hij in zekere zin een universum had om in te werken. De muziek die hij op basis daarvan schreef, was vaak bepalend voor de lengte van elk specifiek segment."

Pummell kijkt met veel waardering voor Greenwood ­terug op hun samenwerking. "Hij is heel scherp op ­textuur; hij gebruikte bijvoorbeeld specifieke manieren van opnemen die voor een bepaalde ruis zorgden. Ook zijn enorm brede palet aan muzikale invloeden en interesses was erg interessant in het kader van Bodysong, aangezien de film ook beelden uit allerlei periodes door elkaar heen gebruikt."

Die rijkdom aan invloeden tekent alle composities van Greenwood - al noemt hij zijn muziekkennis in interviews regelmatig gebrekkig en keren drie componisten vrijwel altijd terug als referentiepunten: Bach, Messiaen en ­Penderecki.

Voor Phantom thread kwamen daar de jazz­orkesten van de jaren vijftig bij en de barokke muziek waar hoofdpersonage Reynolds Woodcock volgens Greenwood naar zou hebben geluisterd.

Opnieuw ruimde Greenwood een plek in voor de door hem zo geliefde ondes-Martenot, een van de vroegste ­elektronische instrumenten. Het in 1928 uitgevonden ­apparaat creëert geluidsgolven via een elektronenbuis, wat spookachtige klanken oplevert die enigszins te ­vergelijken zijn met die van de theremin of een zingende zaag.

Greenwood is - net als Messiaen was - een groot liefhebber van het apparaat, dat hij in meerdere composities en nummers van Radiohead gebruikte.

Aan de wieg
Al met al zou het uiterst toepasselijk zijn als Greenwoods werk voor Phantom thread zondag wordt bekroond met een Oscar - en niet alleen omdat de compositie, gespeeld door een zestigkoppig orkest, zijn grootste tot nu toe is.

De componist stond in zekere zin namelijk ook aan de wieg van de film. Dat begon met een grap van Greenwood bij een evenement rond de première van hun gezamenlijk gemaakte documentaire Junun.

Anderson stond zich op te doffen voor de spiegel en toen Greenwood dat zag, ­grapte hij dat de regisseur 'net Beau Brummell' was, een Britse dandy die erom bekendstond dagelijks minstens tweeënhalf uur voor de spiegel door te brengen voor hij de deur uitging.

Een typische Radioheadgrap, noemde Anderson het ­later in interviews: een opmerking die zowel onttrokken aan de populaire cultuur als uiterst intellectueel was.

De verwijzing vormde voor de regisseur de kiem voor het verhaal rond de Londense modeontwerper Reynolds Woodcock, al haalde hij evengoed inspiratie uit het leven en werk van couturier Cristóbal Balenciaga en zijn eigen huwelijk. Zo was Greenwood ditmaal echt vanaf het prilste begin bij de film betrokken.

Jonny Greenwood (rechts) en Paul Thomas Anderson.Beeld Shin Katan
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden