Plus

Willem Augustin: Amsterdammer met ijs in zijn aderen

Amsterdammer Willem Augustin reed negen Elfstedentochten - ook de laatste, vandaag exact 20 jaar geleden. In Friesland wordt hij voor eeuwig op handen gedragen.

De Elfestedentocht van 1942 Beeld anp

'Augustin kwam elke dag bij ons in het museum," zegt Gauke Bootsma, oprichter van het Eerste Friese Schaatsmuseum in Hindeloopen. Samen met zijn vrouw en kinderen drinkt Bootsma elke ochtend koffie in het museum.

"Meestal rond 10.00 uur kwam die oude Augustin met een pak koeken binnen. Augustin gooide de koeken op tafel en riep: 'Hier, vreet maar op!' Hij bleef vervolgens de hele dag hier rondlopen. We waren dol op hem. Hij werd gezien als familie."

Schaatslegende Augustin (1923-2004), geboren en getogen in de Jordaan, deed sinds 1941 mee in alle negen uitgeschreven Elfstedentochten. Slechts één keer bereikte hij niet de streep op de Bonkevaart in Leeuwarden. Hij brak een schaats. Tijdens de bijna mensonterende editie van 1963, toen slechts honderd van de tienduizend schaatsers de finish haalden, werd Augustin veertiende. Van de ijzige kou had hij niets gevoeld. "Ik ben nog behoorlijk fris," riep hij bij de finish.

De meeste bekendheid verwierf de Amsterdamse sportman met de tocht van 1941. Als 17-jarige fietste Augustin in oorlogstijd in het holst van de nacht van Amsterdam naar de start in Leeuwarden. Om warm te blijven liep hij grote stukken naast zijn fiets. Op de Afsluitdijk probeerden Duitsers hem tevergeefs tegen te houden. Augustin moest en zou de Elfstedentocht rijden.

Bloemen voor de vrouwen
In Harlingen werd hij alsnog aangehouden. Na een paar uur in de cel zette Augustin zijn plan door en begon hij, half bevroren en uitgehongerd, als laatste deelnemer aan de tocht der tochten. Hij haalde het kruisje binnen. Ook de laatste Elfstedentocht, vandaag exact twintig jaar geleden, volbracht Augustin, op 73-jarige leeftijd.

Willem Augustin in 2003 Beeld Ad Nuis

Bootsma leerde de eigenaardige Augustin in 1989 goed kennen. "Hij kwam naar Hindeloopen voor de expositie van Atje Keulen-Deelstra en een skeelertocht. Een paar dagen later belde hij me op, hij had een woning gezien in onze stad en wilde naar Friesland verhuizen. Zijn woning in Amsterdam stond op de slooplijst."

De klus werd snel geklaard. Met twaalf man en twee autobusjes uit Friesland werd Augustin met zijn vrouw Wil verhuisd naar de Molenstraat in de karakteristieke stad Hindeloopen, met de smalle straatjes en wateren en een kleine 900 inwoners.

Augustin werd kind aan huis in het museum. Naast de koeken nam hij minimaal eens per week bloemen mee voor de vrouw van Bootsma, zijn dochter en de meisjes die in de bediening werkten. Ze zagen Augustin graag. "Maar hij kon ook heel nukkig zijn," zegt Bootsma. "Dan zat hij hier aan de koffietafel de hele wereld af te zeiken. Dan gaf mijn vrouw hem op zijn falie en was Augustin vervolgens een tijdje stil."

'Ome Willem' integreerde in 1990 snel in Hindeloopen. Hij smeerde broodjes tijdens fietstochten, was actief als trainer bij de voetbalclub en leidde Amerikanen op skeelers rond in Friesland.

"Maar de Friese taal kreeg hij niet onder de knie. 'Krijg het lazarus,' riep hij dan. Augustin deed zijn best er niet voor. Hij sprak tot aan zijn dood in 2004 geen woord Fries."

Verhuizing naar Hindeloopen
Van zijn verhuizing kreeg Augustin, die zijn enige zoon al vroeg verloor door leukemie, nooit spijt, zegt Bootsma. "Hij ging nog wel elke zomer naar de camping in Broek in Waterland. Dan was hij toch even in de buurt van Amsterdam. Volledig in stijl kwam hij dan skeelerend over de Afsluitdijk terug naar Hindeloopen."

Boven alles was Augustin een sportman in hart en nieren. Zelfs op hoge leeftijd fietste, schaatste en skeelerde hij dagelijks. In 1999 werd hij in de Friese gemeente Nijefurt zelfs nog uitgeroepen tot 'sportman het jaar'. Tijdens zijn jeugd in Amsterdam had hij bovendien aan boksen en rugby gedaan. "Augustin was niet rustig te krijgen, hij deed tot ver na zijn zeventigste verjaardag aan alle sportevenementen mee," zegt Bootsma.

Niet ver voor zijn overlijden startte hij bij de skeelervariant van de Elfstedentocht. Bootsma besloot, volledig tegen de zin van Augustin in, hem per auto te volgen. "Augustin wilde niet afhankelijk zijn, in zijn ogen was hij nog altijd de fitte sportman. Na twintig kilometer gaf Augustin uitgeblust op. 'Godverdomme nog aan toe, Gauke! Het was toch een tocht? Ze maken er een wedstrijd van.' Hij kon de ouderdom slecht verteren."

Hekel aan werken
Augustin, telg uit een overtuigd communistisch gezin, werkte liever niet. Hij kon de tijd beter voor het sporten gebruiken. "Als er ijs ligt, krijg ik een hekel aan werken," zei de Amsterdammer vaak.
Uit het vijf multomappen tellende archief van Augustin die Bootsma op de koffietafel legt, wordt dat ook duidelijk. Uit meerdere werkbriefjes uit de jaren vijftig blijkt dat bouwvakker Augustin vrijwillig ontslag neemt.

In Hindeloopen was Augustin nooit te beroerd om rondleidingen te geven in het schaatsmuseum. Daarnaast kwam de negenvoudige deelnemer elke reünie opdagen om zijn kameraden van vroeger te ontmoeten.
Het viel op dat Augustin in oktober 2004 er niet was toen oud-schaatsers Jeen van den Berg en Jan Roelof Kruithof in het museum waren. Bootsma besloot poolshoogte te nemen.

"De gordijnen waren nog dicht. Ik voelde direct dat het mis was," zegt Bootsma. "Het was moeilijk om naar binnen te gaan. Hij lag nog in zijn bed en was onwel geworden. Uiteindelijk overleed hij in het ziekenhuis van Sneek."

Een jaar na zijn overlijden eerde het Eerste Friese Schaatsmuseum Willem Augustin met een tentoonstelling over zijn schaatsleven. "We waren allemaal op hem verkikkerd. We missen hem, die oude communist."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden